'Zo is het toevallig ook nog 's een keer'

  • 17.11.2010
Een uitzending van het programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer
Vergroten
Een uitzending van het programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer

Vergeten fragmenten, uit het meest verguisde en geruchtmakende satirische tv-programma ooit. Het NAA(Nederlands Audiovisueel Archief) restaureerde diverse programma's waaronder zeven uitzendingen van 'Zo is het'. Andere Tijden keek er als eerste naar en sprak met Mies Bouwman en andere makers van toen.

'That was the week that was'

Toen Mies Bouwman samen met haar man Leen Timp naar Engeland ging om te zien wat voor televisie programma’s daar werden gemaakt, ontdekten ze het BBC programma ‘That Was The Week That Was’, gepresenteerd door journalist David Frost. Het was een satirisch programma waar ze onmiddellijk heel enthousiast over waren. Bij terugkomst in Nederland ging ze naar de AVRO en stelde voor dit programma ook in Nederland te gaan maken. De AVRO zei: ‘kom maar met een plan en dan zullen we er naar kijken’.

Ondertussen was Mies ook gevraagd het AVRO-programma ‘Open het dorp’ te presenteren. Dit programma groeide uit tot een groot 24-uurs televisiespectakel en het publiek verklaarde Mies Bouwman na afloop van het programma heilig. De AVRO vond het daarom beter dat Mies een tijdje niet op het scherm te zien zou zijn en liet het idee voor ‘Zo is het’ even liggen.

Ook andere programmamakers ontdekten het programma ‘That Was The Week’. Herman Wigbold, tot dan toe eindredacteur van VARA's ‘Achter het Nieuws’, wilde een dergelijk programma graag op de televisie brengen. Wigbold zocht contact met Mies Bouwman en na een goed gesprek begonnen de plannen vorm te krijgen.

De VARA was bereid de makers alle vrijheid te geven en te vertrouwen op de professionaliteit van de betrokkenen. Fractievoorzitter van de PvdA en voorzitter van de VARA J. Burger zei: “We krijgen er vast moeilijkheden mee maar we moeten het maar proberen.”

Rinus Ferdinandusse, Jan Blokker en Dimitri Frenkel Frank werden benaderd voor het schrijven van teksten voor de sketches. Samen met Mies Bouwman, Yoka Berretty, Gerard van het Reve, Peter Lohr en Joop van Tijn voerden zij de sketches uit. Herman Wigbold deed de eindredactie en Leen Timp de regie. Op 9 november 1963 was de eerste aflevering van ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’ op de buis.

Siddercultuur

Morele herbewapening

 

Begin jaren zestig werden gekenmerkt door gehoorzaamheid en saaiheid. Als het gezag zei dat iets niet mocht dan deed je dat niet. “Als ergens een bordje hing waarop stond ‘niet spuwen’ dan deed men dat ook niet. Tegenwoordig doet men het dan juist wel”, vertelt Rinus Ferdinandusse. Er was een grote sociale controle en je kon door iedereen tot verantwoording worden geroepen. “Er heerste een siddercultuur”, vindt Mies Bouwman. Van kritiek op het gezag of het koningshuis was geen sprake. Daarom was het volgens haar dan ook goed dat er eens een satirisch televisieprogramma zou komen dat tegen heilige huisjes aanschopte.

Tot dan toe kende de Nederlandse televisie vooral luchtige cabaretprogramma’s en verder bezocht men in die tijd veelvuldig avonden van de vereniging, van het werk of van de buurt. In 1963 was er nog maar één televisienet en iedereen die keek, sprak de volgende dag over het programma van de vorige avond.

De eerste uitzending had onder andere een sketch over 150 jaar koningshuis waarin allerlei mensen commentaar gaven. Ook was een sketch te zien waarin Rinus Ferdinandusse en Mies Bouwman op de bank voor de televisie hun eigen programma bekritiseerden: “Het is wel erg negatief en eenzijdig…. ..en dat ze haar ervoor gekregen hebben,” zegt Mies over zichzelf.

Ideeën voor sketches ontstonden door goed de kranten te lezen en te praten over wat er in het land leefde. Een andere grote inspiratiebron bleef het succesvolle Engelse programma ‘That Was The Week’. Regelmatig bekeken de programmamakers het programma in Londen. “Onenigheid over de sketches was er zelden”, vertelt Ferdinandusse. “We corrigeerden elkaar als dat nodig was maar dat leidde nooit tot problemen.” Yoka Berretty zong aan het begin van iedere uitzending het lied van ‘Zo is het’ afgewisseld met korte reacties op het nieuws van de afgelopen weken.

Al na de eerste uitzending kreeg Mies het zwaar te verduren. Uit diverse brieven en telefoontjes bleek dat veel kijkers absoluut niet te spreken waren over haar optreden in dit satirische programma. Ze was tenslotte nog steeds de aardige, heilige Mies van ‘Open het Dorp’. Mies Bouwman trok zich hier niets van aan en maakte in de tweede uitzending duidelijk dat ze het niet eens was met de beslissing van de AVRO haar een tijdje in de luwte te houden. De AVRO keek namelijk ook kritisch naar haar optreden in ‘Zo is het’ en overwoog ook haar een toegezegd radioprogramma te ontnemen.

Mies richtte zich in deze uitzending tot de AVRO: “Ik zal jullie een beetje helpen. Ik ga een vies woord zeggen. Een heel vies woord. Morele herbewapening.” In die tijd was er een fascistische groep die streefde naar reinheid en zuiverheid van het leven. Het woord homo mocht je niet in de mond nemen. Frits Philips en zijn vrouw waren belangrijk in deze beweging. Mies schopte met deze opmerking dus duidelijk tegen het zere been van een grote groep mensen. “Na deze uitzending kregen wij onder andere van Philips te horen dat we niet meer hoefde te komen voor een schnabbelklus. Ik raakte al mijn klusjes kwijt. Het werd een tijd heel stil”.

Beeldreligie

Rinus Ferdinandusse was een van de tekstschrijvers
Zoom
Rinus Ferdinandusse was een van de tekstschrijvers

In opspraak

De derde uitzending, op zaterdag 4 januari 1964, zette het land op zijn kop. In Engeland was een sketch te zien geweest over Hilton: “In the beginning there was darkness upon the face of the earth and there was no iced water. And Hilton said: let there be iced water, and in every bathroom pipes ran with plenteous iced water and Hilton saw that it was good.” In navolging daarvan las Peter Lohr in de uitzending van ‘Zo is het’ een tekst voor in bijbelse bewoordingen:”Geef ons heden ons dagelijks programma..”.

De tekst werd bekend als Beeldreligie en zorgde voor zeer veel boze reacties. Ruim 200 mensen stuurden een boze brief aan de VARA en minister president Marijnen gaf op zondag een verklaring uit waarin hij zei dat minister van O K & W mr. Bot maatregelen overwoog om herhaling te voorkomen. De vier fractievoorzitters Schmelzer (KVP), Geertsema (VVD), Smallenbroek (ARP) en Beernink (CHU) vroegen aan de minister of hij niet had moeten ingrijpen. Maar er werd niet ingegrepen. In antwoord op de kamervragen zei minister Bot: “Onmiddellijk ingrijpen is onnodig en controle op de inhoud van programma’s is repressief.” In een brief van minister Bot aan het VARA bestuur staat: “Ik vertrouw dat de VARA herhaling in de toekomst zal weten te vermijden”.

Maandag na de uitzending opende De Telegraaf met een smeekbede aan haar lezers: schrijf een brief over deze schandalige uitzending. En behalve in de Telegraaf stonden er in allerlei kranten ingezonden brieven. De een nog feller dan de ander. Zo schreven talloze Nederlanders anonieme brieven. Eén van de brieven begon met “lelijke vuile jodin …de Duitsers hebben er toch nog een vergeten”. Nederland was duidelijk verdeeld in twee kampen; je was voor of tegen het programma.

Bedreigingen

    Mies Bouwman en haar echtgenoot Leen Timp
Zoom
Mies Bouwman en haar echtgenoot Leen Timp
, regisseur van het programma.

Mies Bouwman stapt op

 

Ook kregen de programmamakers zelf veel dreigbrieven en telefoontjes. Kort na de uitzending bracht de recherche een bezoek aan Mies Bouwman. Tijdens een vriendelijk gesprek werd duidelijk dat er aanwijzingen waren dat haar oudste kind misschien ontvoerd zou worden. “Toen ik dat hoorde wilde ik er gelijk mee stoppen,” vertelt ze. Maar de politieman overtuigde haar dat het belangrijk was dat ze nog één uitzending zou doen omdat ze hoopten de man op te sporen.

De VARA was danig onder de indruk van alle commotie maar vond het niet nodig het programma stop te zetten. Er kwam wel een verklaring van het bestuur waarin stond dat het niet de bedoeling was geweest iemand in zijn godsdienstige gevoelens te willen kwetsen, maar daar bleef het ook bij. Op de televisie verschenen twee dominees die vaststelden dat ‘Zo is het’ te ver was gegaan. “Spotten met het geloof is niet geoorloofd” deelden zij de kijkers mee. Mgr. W.M. Bekkers, bisschop van Den Bosch, probeerde de gemoederen tot bedaren te brengen. Yoka Berretty en Mies Bouwman zijn nu, na het terugzien van de sketch, toch wel weer verbaasd over de commotie die er toen was. “Je kunt het je toch niet voorstellen dat er zoveel over te doen is geweest". Ferdinandusse denkt daar anders over: “In die tijd was het toch een schande. Godslastering. Je kunt het niet in deze tijd plaatsen.”

Bij de vierde uitzending was er volop politie aanwezig. “Ik geloof dat zelfs de kabels naar de televisiewagens bewaakt werden omdat we bang waren dat die doorgesneden zouden worden,” vertelt regisseur Leen Timp. Mies Bouwman hield het na deze uitzending voor gezien omdat de bedreigingen haar te veel werden. Later begon ze het ‘vriendelijkere’ programma ‘Mies-en-scene’ waarin ze bekende Nederlanders tien vragen stelde over uiteenlopende zaken.

Vieze woorden

Het huwelijk van Beatrix en Claus

 

Sommige sketches van toen zijn nu nog steeds actueel en zouden met een paar aanpassingen zo weer opgevoerd kunnen worden. Zo was er in 1964 de ‘kwestie Irene’. De prinses trouwde zonder parlementaire goedkeuring in Rome met de katholiek Carlos Hugo Bourbon-Parma.
Over het Spanje van toen komen in ‘Zo is het’ de slachtoffers van het franco-regime aan de orde. Conclusie van Leen Timp en Rinus Ferdinandusse bij het zien van de oude sketches: “Verander een paar namen en het is weer actueel. In Spanje werden mensen gemarteld en gedood en Argentinië in zee gegooid.”

Het derde seizoen van ‘Zo is het toevallig ook nog 's een keer ‘ begon in een andere samenstelling. Herman Wigbold werd vervangen door Hans Jacobs en ook Yoka Beretty was niet meer van de partij.
Grote inspiratie bron bleef het Engelse programma 'That Was The Week That Was'. In de nieuwe afleveringen van ‘Zo is het’ sprak Aad Kosto, latere staatssecretaris van Justitie, verschillende vieze woorden uit, in navolging van de Engelse afleveringen. “Ik was de eerste in Nederland die het woord neuken op de televisie uitsprak.”

Rond het huwelijk van Beatrix en Claus maakte ‘Zo is het’ ook diverse sketches en wederom leidde dit tot grote verontwaardiging maar niet meer zo erg als na de eerste uitzendingen in 1963 en 1964.
Amsterdam was op 10 maart 1966, tijdens het huwelijk en ook daarna, het toneel van rookbommen, vechtpartijen en politie. Burgemeester Van Hall zat negen dagen later bij Mies Bouwman in het programma ‘Mies-en-scene’ en riep op tot een afkoelingsperiode omdat hij bang was dat er tijdens het treffen tussen provo’s en politie op een goed moment doden zouden kunnen vallen in de hoofdstad.
Schrijver Hugo Brandt Cortius had voor een uitzending een tekst geschreven over dit optreden van Van Hall in het programma van Mies Bouwman. De VARA-leiding vond de tekst onacceptabel en wilde deze sketch eruit hebben, omdat er radiostilte was afgekonigd. De rest mocht wel worden uitgezonden.

Zo was het

Leen Timp was de regiseur van 'Zo is het'
Zoom
Leen Timp was de regiseur van 'Zo is het'

'Het beste programma van de eeuw'

De redactie van ‘Zo is het’ reageerde op dit verbod door erop te wijzen dat juist dit soort onderwerpen de basis waren van het programma; geen gehoor geven aan een oproep door het gezag, namelijk de radiostilte rond de rellen in Amsterdam. Drie jaar lang ondermijnde ‘Zo is het’ het gezag en de redactie vond dat je daar niet zomaar mee kon ophouden. De consequentie was dan ook dat het programma ophield te bestaan.

Voorzitter Rengelink van de VARA lichtte in een verklaring haar standpunt toe:“..Wat de VARA betreft had de uitzending vanavond rustig kunnen doorgaan, op één onderwerp na….want dit was in strijd met de door de VARA vastgestelde gedragslijn…Het zal u kijkers niet verbazen dat wij de gang van zaken betreuren en dat wij bitter gestemd zijn.. Een heel aparte kleurrijke, hevig besproken maar ook veel bekeken uitzending dreigt een ontijdig einde te vinden. Dat zou een verlies zijn voor de Nederlandse televisie”.

Dat ‘Zo is het’ op deze manier zou verdwijnen was wel een beetje te verwachten. In Nederland leefde men jarenlang langs elkaar heen; met anders denkenden of gelovigen kwam je gewoon niet zo snel in contact. De televisie zorgde ervoor dat je er niet meer om heen kon en dit verklaart misschien wel de fanatieke reacties naar aanleiding van het programma. De veiligheid van het eigen hok is mede door ‘Zo is het’ voorgoed verdwenen.

In 1966 kreeg het programma de Televizierring uitgereikt. Maar ten onrechte, naar later bleek. Een medewerkster van de uitgeverij van Televizier had honderden kaarten op naam van ‘Zo is het’ verzonden om te voorkomen dat Willem Duys zou winnen. Door VARA TV Magazine is ‘Zo is het’ bekroond als beste programma van de vorige eeuw.

Research en tekst: Yfke Nijland
Reportage: Jahaga Bosscha

Vergeten programma's

Vergeten, verdwenen of verloren gewaande programma’s? Zeven afleveringen van het legendarische televisieprogramma 'Zo is het toevallig ook nog 's een keer' kwamen boven water. Het Nederlands Audio Visueel kwam ze tegen. In de beginjaren van de televisie was er nog geen video maar werd alles op film vastgelegd. Veel programma’s werden rechtstreeks uitgezonden. Om programma’s te kunnen archiveren werden in die tijd programma’s opgenomen via het Telerecording systeem. Dat hield in dat met een filmcamera opnamen werden gemaakt van het televisiescherm. Op die manier konden ‘live’ uitzendingen worden bewaard. Eens in de zoveel tijd keken leidinggevenden van de verschillende omroepen welke uitzendingen bewaard moesten blijven en die werden dan opgeslagen in het archief. Uitzendingen die bewaard werden, stonden beschreven op kaarten om ze goed terug te kunnen vinde. Toen het NAA overstapte op archivering in de computer, werd het kaartensusteem afgeschaft. Alle gegevens moesten worden ingevoerd in de computer. Maar niet alles kwam meteen in de computer terecht want het invoeren van de gegevens was een kostbare, tijdrovende bezigheid. Het NAA heeft nu subsidie waarmee nog niet ingevoerde ‘telerecording’programma’s alsnog in de computer worden gezet. En nu worden dus ‘vergeten’ programma’s herontdekt.

Bronnen

BEELDMATERIAAL

Nederlands Audiovisueel Archief (NAA)
VARA

Literatuur

J. van den Berg, Han Lammers en Harry Mulisch ‘Pays Bah. Zo is het toevallig ook nog ’s een keer’ (Amsterdam 1964)

Dr. H. Daudt en B.A. Seijes ‘Beeldreligie. Een Kritische beschouwing naar aanleiding van de reacties op de derde uitzending van Zo is het’ (Amsterdam 1966)

Rinus Ferdinandusse, Jan Blokker, Dimitri Frenkel Frank ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’ (Amsterdam 1966)