LPF

  • 17.11.2010
LPF-ministers Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff in 2002
Vergroten
LPF-ministers Herman Heinsbroek en Eduard Bomhoff in 2002

Vorige week besloten de leden van de LPF dat hun partij dit jaar zal worden opgeheven. Zo verdwijnt een van de roerigste fracties uit de Nederlandse politieke geschiedenis. Vijf jaar geleden veroverde de partij, onder de spirituele aanvoering van Pim Fortuyn, vanuit het niets 26 zetels in de Tweede Kamer. Andere Tijden keert terug naar 2002, toen de ministers Eduard Bomhoff, Herman Heinsbroek en al die andere Fortuynisten elkaar 87 dagen lang in de haren zaten tijdens het eerste kabinet-Balkenende. In Andere Tijden nemen ze, vier jaar later, vol vuur de draad weer op. Donderdag, vijf voor half tien, Nederland 2. Deze uitzending is een herhaling van 16 november 2006.

Haagse heksenketel

Kamerleden van de dezelfde fractie die elkaar typeren als een flapdrol, pyromaan of schijtlul, aangevuld met ‘ik ruk zijn kop eraf’. De LPF in het eerste kabinet Balkenende is de meest roerige fractie uit de hele Nederlandse politieke geschiedenis. In de zevenentachtig dagen die het kabinet Balkenende I beschoren was, kreeg het Nederlandse volk een heuse Haagse soap voorgeschoteld. Ruzies tussen Kamerleden, bewindslieden en partijbonzen die uiteindelijk uitmondden in de val van dat onfortuinlijke kabinet. En dat terwijl er aan de vooravond van de start van het kabinet nog een hele enthousiaste stemming binnen de LPF heerste.

Nadat 1,6 miljoen mensen hun voorkeur voor de LPF hadden uitgesproken kwamen daags na de verkiezingen van 15 mei 2002 de zesentwintig LPF volksvertegenwoordigers op het Binnenhof samen.
LPF Kamerlid en prominent Ferry Hoogendijk: “Het was een heksenketel. We liepen daar met ongeveer twintig camera’s om ons heen. En iedereen wilde statements van ons hebben. Maar we waren er toen allemaal van overtuigd: we gaan het Fortuynisme uitdragen.”
De fractie bestond uit een bonte verzameling mensen die slechts één ding met elkaar gemeen hadden: een onvoorwaardelijk geloof in de persoon Fortuyn en diens opvattingen. Vergaderingen werden dan ook geopend met een minuut stilte voor de vermoorde leider.

LPF minister Eduard Bomhoff: “Er waren mensen uit de middenstand. Winkeliers, zelfstandigen. Die hadden voor Fortuyn gekozen omdat hij zei dat de oude politici harder konden werken. Minder bureaucratie en gewoon vierentwintig uur per dag de misdaad bestrijden. Dat waren de idealisten in de groep. Maar er zat ook wat wilder volk tussen.”
Het ‘wildere volk’ zal uiteindelijk zijn stempel gaan drukken op het imago van de partij. LPF Kamerlid Harry Wijnschenk: “Er waren zoveel gelukszoekers in de partij. Die probeerden zich allemaal aan dat reddingsbootje vast te klampen. Letterlijk. Dat trekt zo’n boot ook naar beneden natuurlijk.”

Geen Haagse types

Winnie de Jong
Zoom
Winnie de Jong

Op 22 juli wordt het kabinet door de koningin beëdigd. De LPF heeft dan vier ministersposten en vijf staatssecretariaten veroverd. ‘Geen Haagse types’, zo omschrijft destijds fractievoorzitter Mat Herben de club LPF bewindslieden. Dit tot zijn genoegen. Een partij die de boel flink wil opschudden en af wil van achterkamertjespolitiek en ander Haags geneuzel kan zo’n ploeg goed gebruiken. Vice-premier wordt Eduard Bomhoff, de minister van Volksgezondheid. Zeven uur later op diezelfde dag moet de kersvers benoemde LPF staatssecretaris Philomena Bijlhout (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) alweer aftreden. Ze was vergeten dat ze in Suriname na de decembermoorden Desi Bouterse had gesteund. In uniform.

Het is het begin van een reeks kwesties en schandalen waarmee de LPF de komende maanden het nieuws gaat beheersen. Één van de hoofdrollen wordt vertolkt door het Kamerlid Winny de Jong. Het ongeleide projectiel beledigt publiekelijk haar collega’s, zoals Ferry Hoogendijk die ze een dictator noemde. Hoogendijk: “De Jong was manisch-depressief. Als je Kamerlid wordt, moet je zo’n ziekte niet hebben.” Maar De Jong was niet de enige. De LPF ontpopt zich als een club waar iedereen te pas en en te onpas de media opzoekt om zijn of haar mening te spuien. Meningen die niet conform de partijlijn zijn. Wijnschenk: “Winnie de Jong liep meteen naar partijvoorzitter Ed Maas. Ed Maas deed meteen weer allerlei uitspraken, dacht ook niet anderhalve seconde na over wat hij moest zeggen, of even overleggen. En die nam ook meteen weer allerlei beslissingen.”

Een ander zwart schaap binnen de LPF, Cor Eberhard, wordt uiteindelijk samen met Winny de Jong uit de fractie gezet. Inmiddels is de immer optimistische fractievoorzitter Mat Herben dan teruggetreden. Oververmoeid na de moord op Fortuyn en de zware formatiebesprekingen geeft hij het stokje over aan Harry Wijnschenk. Een benoeming die ook niet breed gedragen wordt. Minister Bomhoff: “Harry Wijnschenk had geen enkele ervaring. En het was ook zo’n man die rondliep met drie mobiele telefoons tegelijkertijd. Ik zei: joh Harry, dat wordt dus nooit iets met drie mobiele telefoons, je wordt gewoon knettergek. En dan probeerde hij auto te rijden en tegelijk die drie telefoons te bedienen.” Maar volgens Wijnschenk waren die telefoons juist heel functioneel: “Dat van die drie telefoons is een feit. Dat kwam ook met name omdat Bomhoff en zijn vriend Maas mij constant bestookten met allerlei belangetjes. Als zij dat wat minder hadden gedaan en ook aan het werk waren gegaan dan had er één telefoon zo weg gekund.”

Incomptabilité des caractères

Herman Heinsbroek
Zoom
Herman Heinsbroek

Tijdens een bijeenkomst van LPF probeert Bomhoff de stemming erin te houden door de LPF 'een krachtig groeiende en bloeiende beweging' te noemen. Heinsbroek reageert met de opmerking: 'Wat een lulverhaal'. Kenmerkend voor de verhouding tussen de twee.
Harry Wijnschenk komt terugblikkend met een rake typering. "Het is de beroemde strijd in de schoolklas die iedereen kent: het slimste jongetje tegen het leukste jongetje van de klas." Of, zoals Heinsbroek het zelf noemt, 'Incompatibilité des caractères'.

Eduard Bomhoff herinnert zich de eerste ontmoeting met Heinsbroek: "We zaten in die enorme woning van hem. En ik zei: 'Joh, Herman, ik ben maar in mijn uppie. Je hoeft niet tegen mij te praten alsof het een hele vergadering met tweehonderd mensen is.' Want hij heeft een hele luide stem en hij praat de hele tijd alsof hij voor een groot publiek staat. Dat vond ik wel een beetje typisch van hem." Daar heeft Heinsbroek wel een verklaring voor: "Bomhoff praat heel zachtjes. Ik heb wel eens tegen Eduard moeten zeggen: 'speak up!' Dan hadden we een vergadering en verstond ik hem niet. Dat heeft met onzekerheid te maken. Ik spreek wat luider en duidelijker, ik spreek niet perse hard, het is mijn manier van praten. Dat heeft er ook mee te maken dat ik veel vergaderingen heb voorgezeten en dat gebeurde zonder microfoon. Als je een tafel hebt waar twintig man aan zit, dan moet je luid en duidelijk spreken en dan komt het ook over bij mensen. Dat kan ook te maken hebben met de akoestiek van mijn huis, weinig architecten houden rekening met akoestiek en het klinkt hier wat harder."

De animositeit tussen de twee bewindspersonen leidt tot een tweedeling in de partij. Waar binnen de gevestigde partijen een richtingenstrijd bestaat, zo was er binnen de LPF een andere strijd gaande. Zoals Harry Wijnschenk het simpel stelt: "Het was een hele ordinaire machtsstrijd." Grof gezegd ontstaan er twee kampen: die van Heinsbroek met Wijnschenk en Hoogendijk in zijn kielzog met daartegenover Bomhoff geflankeerd door Van As en Hammerstein en Maas vanuit het partijbestuur. In de maanden september en oktober 2002 wordt die machtsstrijd tussen de beide kampen verder op de spits gedreven, met catastrofale gevolgen.

Lang zal hij leven!

Harry Wijnschenk
Zoom
Harry Wijnschenk

“Op 30 september was ik mijn verjaardag aan het vieren. Dus gebak voor de chauffeur, voor de secretaresse en voor de ambtenaren. En het was ook de dag waarin werd geprobeerd het normale verkeer tussen Heinsbroek en het bestuur van de LPF te herstellen.” Een echt vrolijke verjaardag heeft Eduard Bomhoff niet. Ondanks de goede intenties loopt het allemaal heel anders. Nog geen vijf minuten later verlaat Wijnschenk de bijeenkomst op het Ministerie van Gezondheid en staat buiten de pers te woord. ‘Het gedonder in de LPF moet nu eindelijk afgelopen zijn,’ aldus een vastberaden fractievoorzitter, die tot verbazing van de aanwezigen voorts een oproep doet aan Heinsbroek om de nieuwe partijleider te worden.

LPF secretaris Oscar Hammerstein, die ook op de bijeenkomst aanwezig was, kan zich die dag nog goed herinneren: “Wij begrepen ook niet dat de pers er stond. Dat was nergens voor nodig, het ging om een informeel gesprek. We begrepen het pas toen we hoorden dat Wijnschenk bekend maakte dat Heinsboek de nieuwe partijleider zou zijn. Dat was typisch zo’n Wijnschenk truc. Die weet precies hoe hij de aandacht moet krijgen.” De strijd om de macht krijgt hiermee een nieuwe wending en spitst zich toe op wie zich de ware erfgenaam van Fortuyn mag noemen. Bomhoff: “Heinsbroek had een haast Messiaans idee. Hij zou tweede Pim Fortuyn worden.”

Onderwerp van discussie is ook de functie van vice-premier. Omdat Bomhoff het eerste als minister door de LPF was gevraagd, werd hij ook automatisch gebombardeerd tot vice-premier. Een functie die ook door Heinsbroek werd geambieerd, en niet zo’n klein beetje ook volgens Hammerstein: “Of hij dat wilde? Hij wilde niets anders. Hij was er van overtuigd: ‘ik ben de enige die dat kan, de rest is volkomen waardeloos. Als ik het niet doe is de boel verloren.’ Dat was een beetje het verhaal.” Wijnschenk beaamt dat. “Dat heeft ie wel geuit maar dat was voor Bomhoff onbespreekbaar.”

Heinsbroek heeft zo zijn eigen interpretatie. “Eduard wilde de leider worden en ik moest er uit. Terwijl de media en de fractie riepen: Heinsbroek is de leider. Maar de fractie werd bang gemaakt door Bomhoff die zei: ‘Ik ben vice-premier en als ik val, dan valt ook het kabinet.’ Eduard wilde de baas zijn.” Achteraf schaamt Harry Wijnschenk zich voor de gehele gang van zaken. “Het ging absoluut niet over politiek, het ging puur om de macht. Heel ordinair. Ik vind ook dat iedereen die daarbij betrokken was zich met terugwerkende kracht, letterlijk het schaamrood op de kaken moet krijgen. Dat we het zo verkwanseld hebben. Schande.”

Groeten uit de Treveszaal

Oscar Hammerstein
Zoom
Oscar Hammerstein

Op drie oktober vindt er opnieuw een poging plaats om de LPF neuzen dezelfde richting in te laten wijzen. Tijdens de bijeenkomst heerst een gespannen sfeer. En dat is volgens de meeste aanwezigen nog een understatement. De emoties lopen hoog op en tijdens het diner ‘vlogen de borden spaghetti bijna door de kamer.’ Na afloop staat de pers (die inmiddels een vast abonnement op de LPF heeft genomen) te wachten op de uitkomst van het samenzijn. Hammerstein: ‘Wijnschenk en ik hebben elkaar een ferme handdruk gegeven en we zullen alles doen om Harry te steunen.’ En Bomhoff voegt toe: ‘En dan geef ik het woord aan mijn collega en vriend Herman Heinsbroek.’ Heinsbroek nu: “Dat was een toneelstuk. We hadden afgesproken de rijen gesloten te houden voor de pers. Toen we beneden waren hebben we gezegd: ‘Jongens, we zijn er uit!’ Alleen de body language was niet goed.”

Die lichaamstaal van de LPF’ers is de volgende dag onderwerp van gesprek in de Tweede Kamer. Ferry Hoogendijk: “Paul Rosenmöller wilde nu wel eens weten hoe het nou zat tussen Bomhoff en Heinsbroek in het kabinet. En de dag erna stuurt het kabinet een kaartje naar de Tweede Kamer: ‘met vriendelijke groeten uit de Treves zaal.’” Deze uiting van zogenaamde eendracht schiet Hoogendijk in het verkeerde keelgat: “Dat had Jan Peter Balkenende niet moeten doen. Hij had die twee kerels bij de lurven moeten pakken en moeten zeggen: Nou in mijn kamer en nu wil ik weten hoe het zit tussen jullie. En áfgelopen het gesodemieter!”

Maar het gesodemieter houdt niet meer op. Op een bijeenkomst met provinciale LPF bestuurders in het daaropvolgende weekeinde probeert Hammerstein om van Wijnschenk en Heinsbroek af te komen. Hij slaagt in zijn opzet: het LPF bestuur roept unaniem op tot het afzetten van Wijnschenk. Dat zou dan de maandag daarop in de fractievergadering moeten gebeuren. En de hoop dat in het kielzog van Wijnschenk ook Heinsbroek zou volgen. Daarmee zou volgens Hammerstein de angel er uit zijn en Bomhoff en Herben samen de LPF kunnen leiden. Maar dat plannetje loopt spaak wanneer op zondag prins Claus overlijdt.

Hammerstein: “Ik weet nog precies waar ik was. Ik heb de auto langs de kant van de weg gezet en ben meteen Herben en Maas gaan bellen met de vraag of die vergadering maandag nog wel door kon gaan. Maar vanwege de rouw die was afgekondigd mochten er geen fractievergaderingen plaatsvinden. En toen waren we ons tempo kwijt. Ik ben ervan overtuigd dat de situatie door het overlijden van prins Claus heel anders is gelopen. Dat kun je prins Claus natuurlijk niet verwijten, maar zo zie je dat zo’n tragische gebeurtenis politiek grote gevolgen kan hebben.” Wijnschenk en Heinsbroek blijven voorlopig nog aan.

Harakiri

Herman Heinsbroek en Ferry Hoogendijk
Zoom
Herman Heinsbroek en Ferry Hoogendijk

Op 15 oktober vindt de begrafenis van prins Claus plaats. Tijdens die dag wordt er binnen het kabinet druk gespeculeerd over een oplossing van het probleem Bomhoff/Heinsbroek. LPF minister Roelf de Boer, lange tijd onzichtbaar in dit verhaal, voelt zich plots geroepen om naar voren te treden. Na de rouwplechtigheid spreekt hij VVD minister Remkes aan met de vraag of vervanging van beide kemphanen tot de opties behoort zonder dat daarbij het kabinet ten val komt. Remkes zag hierin geen probleem.

Diezelfde avond nog komt de ministerraad bijeen. Een gebeurtenis die Herman Heinsbroek nog lang zal heugen. "Ik kreeg daar te horen dat De Boer een deal had gemaakt met Verhagen en Zalm. Heinsbroek en Bomhoff moesten eruit en daarvoor in de plaats zou een nieuwe bewindsman voor de LPF gekozen worden. De VVD zou er zelfs nog een extra krijgen!" Eduard Bomhoff valt van verbazing van zijn stoel: "Dat had Gerrit Zalm ze wijs gemaakt. En ik zei: 'jullie zijn niet goed wijs. Jullie zijn straks echt allemaal werkeloos want er komt een nieuwe verkiezing.' En dat wilden ze niet geloven." Heinsbroek probeert zijn LPF collega nog op andere gedachte te brengen. "Ik zei: 'Kijk hoe graag de VVD eigenlijk van jullie af wil. Heinsbroek is een potentiële leider in het kabinet. Kijk hoe graag Verhagen graag van Heinsbroek afwil want hij steekt de premier in populariteit naar de kroon. Wat je nu aan het doen bent, is het kabinet opblazen. Jullie zijn ongelooflijke stomme zakken.' Ik ben ontzettend boos geweest."

Maar het lot van beide bewindslieden is dan al bezegeld. Bomhoff: "De Boer kreeg van Balkenende het woord en zei: 'wij hebben met elkaar bedacht dat als Bomhoff en Heinsbroek niet onmiddellijk aftreden, dat wij allemaal aftreden.' en toen gingen ze allemaal naar mij zitten kijken of ik ter plaatse harakiri zou plegen." Heinsbroek: Ik loop uit de Treveszaal naar de zaal daarnaast, waar inmiddels een aantal andere bewindslieden bij elkaar staan. Ik vraag Remkes: 'hebben jullie die deal gemaakt met De Boer?' Waarop Remkes lachend antwoord: 'Als hij dat echt heeft geloofd is hij de grootste klootzak die hier op twee benen rond loopt!'"

De volgende dag bieden beide heren hun ontslag aan bij de premier. Bomhoff: "Ik heb Balkenende toen een hele beleefde brief geschreven. Ik bedankte hem voor de leiding en heb hem alle succes gewenst en gezegd 'dat ik het jammer vond dat ik er verder niet meer bij kon zijn maar desalniettemin alle goeds.' Hij heeft dus nooit opgebeld, of een brief geschreven, of van mijn part een rouwkrans gestuurd. Ik heb nooit meer iets van die man gehoord."

Op diezelfde 16 oktober biedt ook premier Balkenende het ontslag van het kabinet aan. Harry Wijnschenk wordt afgezet als fractievoorzitter van de LPF. Zo kwam, na zevenentachtig roerige dagen, een eind aan het onfortuinlijke kabinet Balkenende I.

Research en tekst: Hasan Evrengün
Regie: Paul Ruigrok

Literatuur

Menno de Galan en Jutta Chorus, In de ban van Fortuyn, reconstructie van een politieke aardschok. (Amersfoort 2002)
Eduard J. Bomhoff, Blinde ambitie, mijn 87 dagen met Zalm, Heinsbroek en Balkenende. (Gouda 2002)

Bronnen

Archief: Instituut voor Beeld en Geluid