Kohl

  • 17.11.2010
<p>&nbsp;</p>
Vergroten
<p>&nbsp;</p>

Tijdens een televisieopname in 1979 wordt Helmut Kohl vijandig bejegend door het Nederlandse publiek. Duitsland reageerde verontwaardigd.

Andere Tijden blikt terug op de dreigende kaasboycot, aan de vooravond van de eerste Europese verkiezingen.

Bürger fragen, Politiker antworten

<p>&nbsp;</p>
Zoom
<p>&nbsp;</p>

In 1979 zijn er voor het eerst rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement. Voor de Duitse televisie aanleiding om het succesvolle politieke discussieprogramma ‘Journalisten fragen, Politiker antworten’ over de landsgrenzen te exporteren.

Het ZDF-programma, geleid door de gelouterde presentator Reinhard Appel, wilde met de lijsttrekkers van de vier grootste partijen in discussie met de Europese buren. Zo zou bondkanselier Helmut Schmidt namens de SPD, de sociaal democratische partij, in Parijs door Franse burgers worden ondervraagd. De partijleider van de grootste Duitse oppositiepartij, het CDU, wilde graag in discussie met de burgers in het land van zijn grote vriend Dries van Agt. En zo kwam Helmut Kohl op 23 februari 1979 in Den Haag voor wat later een historische televisie uitzending zal worden. Het Nederlandse publiek bereidde hem een warm onthaal voor. ‘Van Kohl maken we stamppot!’, zo werd er van tevoren al gezegd.

Mooie bloemen, vriendelijke mensen

<p>&nbsp;</p>
Zoom
<p>&nbsp;</p>

De Mesdagzaal van het Haagse Pulchri Studio was tot de nok toe gevuld met mensen. Voor de tribune met publiek stond een klein podium waarop tien geselecteerde vragenstellers tegenover Kohl plaatsnamen. Tussen hen een grote rode lamp die aangeeft hoeveel spreektijd men heeft. De lamp had vooral een symbolische functie, want gaandeweg de uitzending houdt niemand zich daar meer aan.
Aan Kohl zelf lag het niet. ‘Mooie bloemen, vriendelijke en tolerante mensen.’ Met die woorden omschreef hij aan het begin van de uitzending Nederland en de Nederlanders. Het zou een vergeefse poging blijken om begrip en verdraagzaamheid tussen de beide volkeren te stimuleren.

Presentator Reinhard Appel: “We hadden een maand ervoor Helmut Schmidt in Parijs gehad. Dat was een heel brave uitzending geworden. Ik had de vragenstellers in Den Haag gevraagd of het wat pittiger kon.” Bij de eerste vraag die Appel aan het publiek stelt ( ‘Waar denkt u aan als u aan Duitsland denkt?’) ging het al mis. Op de voor Nederlanders kenmerkende directe wijze werd Helmut Kohl geconfronteerd met het beeld dat wij van hun hebben: ‘Aan mijn vader die door de Duitsers in de oorlog is vermoord’, luidde het eerste antwoord. ‘Aan het beroepsverbod’, zo luidde het tweede antwoord. ‘Aan Duitse vrouwen die in Nederland een abortus ondergaan omdat dat in Duitsland verboden is’, was het derde antwoord. De toon was gezet.

Wolfgang Bergsdorf, toenmalig medewerker van Kohl, volgde het programma vanuit de regiewagen: “Het was een rellerige uitzending. Kohl werd geconfronteerd met vragen vanuit links-radicale hoek en presentator Appel was niet bij machte om in te grijpen.”
Appel: “Nou ja, iedereen weet dat de Duits-Nederlandse betrekkingen op zijn zachtst gezegd gevoelig zijn. Maar het was voor mij zeker een van de interessantste en belangrijkste uitzendingen die ik ooit heb gemaakt.”

Isolatiefolter

In de jaren zeventig werd West-Duitsland geconfronteerd met acties van de links-radicale beweging Rote Armee Fraktion (RAF). Met kidnappings en moordaanslagen raakte het land in de ban van angst en terreur. De regering reageerde hierop met strenge wetgeving en een grote inzet van politie. Wie in die jaren reportages over West-Duitsland op tv ziet denkt aan een politiestaat waar onschuldige mensen slachtoffer kunnen worden van een repressieve staat. Dertig jaar later is dit een beeld dat in geheel West-Europa bestaat. In die tijd was het nieuw en deed het denken aan die andere bekende repressieve staat uit het verleden, niet geheel toevallig bij diezelfde oosterburen: Nazi-Duitsland.

Volkskrant correspondent Jan Luijten werkte al vanaf 1970 in West-Duitsland. Vanuit Bonn volgde hij de controversiële discussies die in die jaren werden gevoerd op de voet. Zoals de discussie over het ‘beroepsverbod’. Luijten: “Eigenlijk iedereen die links was, en met name radicaal-links, werd níet in overheidsdienst aanvaard. Eenvoudige mensen die ooit lid van de Communistische Partij waren geweest of nog waren mochten geen postbode worden, geen onderwijzer, geen tramconducteur. Het leidde ook tot een soort snuffel-staat in Duitsland want bij al die sollicitatiegesprekken moest dat worden nagegaan.”

RAF sympathisant Max Lerou zat bij Pulchri in het publiek. “In 1976 was ik terecht gekomen bij het Rood Verzetsfront, een organisatie die zich met name bezig hield met het publiceren en ondersteunen van acties van de RAF. Het doel was met nadruk aandacht te vragen voor de situatie van de RAF gevangenen. Ik had het meteen over Isolatiefolter (het opsluiten van gevangenen omdat zij een bedreiging voor anderen vormen red.) en dat zette bij Kohl de stekels recht overeind.” En dat niet alleen. Lerou weigerde als vragensteller zijn naam te noemen en werd door presentator Appel steevast ‘monsieur Anonymus’ genoemd.

Het negatieve beeld dat Nederlanders in verband met de oorlog toch al hadden over West-Duitsland werd door dit soort kwesties alleen nog maar versterkt. Correspondent Luijten: “Ik kwam natuurlijk regelmatig terug naar Nederland en ik moest dáár vaak de Bondsrepubliek verdedigen. Omdat men inderdaad zoveel negatieve gedachtes had: een fascistische politiestaat en noem maar op.” Op haar beurt konden de Duitsers het negatieve beeld dat er van hen bestond maar slecht verdragen. Luijten: “Duitsland wilde, zeker in de jaren zeventig, het beste jongetje van de klas zijn. Tegelijkertijd bestond er de frustratie over de vooringenomenheid van het buitenland ten aanzien van henzelf. Wij kunnen toch nooit iets goed doen in de ogen van het buitenland, wij zijn ‘die hässliche Deutscher’. Vrij vertaald: die rotmoffen.”

Nazistische boter

Jan Luijten keek die avond in Bonn naar de tweede Duitse zender. “Ik dacht, wat gebeurt hier? Kohl was het niet gewend dat hij zo bejegend werd dus hij raakte geïrriteerd, hij werd boos. Dat irriteerde het publiek weer, dat dacht: wat heeft die man, wij stellen hem toch maar gewoon vragen, waarom geeft hij geen antwoord en waarom doet hij zo? Dat escaleerde ook en dat liep eigenlijk uiteindelijk behoorlijk uit de hand.”

Het had allemaal te maken met de thema’s die door het publiek werden aangesneden en de wijze waarop Kohl behendig, maar ook enigszins geagiteerd reageerde. Naast de al eerder genoemde kwestie rond het beroepsverbod was er een ander heet politiek hangijzer in Duitsland: de verjaring van oorlogsmisdaden. Hier had het publiek een onderwerp te pakken waarbij de link met de Tweede Wereldoorlog nog directer was.

Luijten: “Kohl sprak van ‘die Gnaden von den späten Geburt’. Waarmee hij bedoelde: ik heb er niet zoveel mee te maken, want ik was heel jong tijdens de oorlog. Ik was nooit lid van de Nazi-partij geweest.” Daarmee maakte hij zich niet erg populair. Max Lerou: “Kohl noemde zijn partij, het CDU, een paar maal een ‘Widerstandspartei’. Terwijl er in de top van die partij zeker tien mensen zaten die nazistische boter op hun hoofd hadden. En nota bene plagieerde de CDU toentertijd een propagandaleus van Goebbels uit de Tweede Wereldoorlog: Freiheit statt Boljewismus. Kohl en de zijnen hadden dat overgenomen en zeiden: Freiheit statt Sozialismus.” Het boegeroep en gejoel uit de zaal nam steeds meer toe. Van een discussie was geen sprake meer, het publiek nam geen enkel genoegen met welk antwoord van Kohl dan ook. Die riep met ontzetting uit dat het publiek toch ook niet zijn antwoorden moest gaan dicteren.

Volgens Volkskrant correspondent Jan Luijten heeft de botsing der culturen vooral te maken met de omgang met het verleden waar beide landen op een andere wijze mee omgingen: “Wat wij niet konden en wilden vergeten, wilden de Duitsers zo snel mogelijk vergeten, verdringen. Men wilde er niet over praten, het liefst niet aan herinnerd worden. Dat heeft tot diep in de jaren zeventig geduurd. Die tegenovergestelde houding ten aanzien van de oorlog moest wel botsen.”

Dries van Agt, toenmalig premier, zou na de uitzending met Kohl in het sjieke Bistroquet gaan dineren. Van Agt, die geen weet had van de uitzending trof een aangeslagen man. “De man was helemaal ontdaan, onthutst, geslagen zelfs! Ik had deernis met hem en ik heb hem dan ook maar heel goed te eten en vooral te drinken gegeven. Ik moest hem weer een beetje tot zichzelf terugbrengen en laten zien dat er inderdaad wel degelijk ‘vriendelijke en tolerante Nederlanders’ zijn! En ik was er een van!”

Kohl und die Chaoten

Zoom

Helmut Kohl wist één ding zeker: dit was zeker geen dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking, zoals de ZDF hem had voorgehouden. Dit publiek was duidelijk links georiënteerd. Was het kwade opzet? Een complot? Wolfgang Bergsdorf, assistent van Kohl, wijst naar de Duitse ambassade in Den Haag. Die zou de ZDF hebben aan deze mensen hebben geholpen. Reinhard Appel bestrijdt dat. “Het was de Volksuniversiteit en de gemeente Den Haag zelf die deze mensen hebben geselecteerd.”

De Nederlandse ambassade in Bonn distantieerde zich van het gebeuren in Den Haag. In de voorbereiding van het programma had de Nederlandse overheid geen enkele betrokkenheid gehad bij het werven van publiek. Wel moest men toegeven dat de uitzending niet bepaald had bijgedragen aan een positiever beeld van onze landgenoten in Duitsland. En dat was nog mild uitgedrukt. Al tijdens de uitzending werd de ZDF overspoeld met boze telefoontjes. Er zouden nog enkele duizenden brieven volgen; gericht aan presentator Appel maar ook aan de Nederlandse vragenstellers. Het Beierse CSU-icoon Edmund Stoiber sprak van een anti-Duitse happening. Zijn partijbaas Franz Josef Strauss eiste zelfs het ontslag van Appel.

De West-Duitse kranten spraken van een anti-Duits tribunaal. Volgens de Frankfurter Allgemeine waren de vragenstellers ‘ extremisten, op wier gezichten de haat viel af te lezen’. Bild kopte: ‘Kohl und die Chaoten.’ Volkskrant correspondent Luijten typeert de ophef vooral als een botsing tussen twee
culturen. “In Duitsland stonden politici op een voetstuk. Die werden met het nodige respect behandeld. Wij waren eraan gewend geraakt dat politici ook maar gewone mensen zijn. En dat je die ook als gewone mensen kon benaderen.

Bovendien werden Duitse politici, en zeker een oppositieleider, al snel vereenzelvigd met de staat. Dat merkte je ook in de reacties. Het was niet zozeer Kohl, die onhoffelijk behandeld zou zijn, maar heel Duitsland voelde zich geschoffeerd.” Dat kan Max Lerou beamen. Daarover zei hij tegen het Hamburger Abendblatt: “Als het Helmut Schmidt was geweest hadden wij hem net zo aangepakt!”

Wij zijn woedend

‘Weekoverzicht, Directie B. Van 4 t/m 10 maart 1979. Leroux had nooit kunnen vermoeden dat het optreden zo’n publiciteitsstunt zou worden. De spreiding van zijn kritische vragen is enorm geweest, gezien de ZDF TV-uitzending, en de daarop volgende golf van reacties en persartikelen.’ Zo valt te lezen uit het BVD dossier van Rood Verzetsfront Activist Max Lerou. Lerou zelf kan er wel om glimlachen: “Het waren zoete dagen na afloop van de uitzending. Het was duidelijk dat we veel bereikt hadden.”

In Duitsland kreeg de uitzending nog een flinke staart. Na alle commotie rondom de uitzending zelf werd nu ook Nederland zelf mikpunt van de Duitse woede. Jan Luijten: “Ik dacht dat het Bild Zeitung was, er waren in die tijd in ieder geval boycotoproepen tegen Nederland. Eet geen Hollandse kaas meer, ga niet meer naar Nederland op vakantie!”

Voor de Nederlandse televisie was die uiting van boosheid weer reden om een kijkje over de grens te nemen. In Aken ging een verslaggever van NCRV’s Hier en Nu de straat op. Luijten was daarbij. “Dat werd een volksoploop, want iedereen had snel in de gaten dat het Nederlandse televisie was. Iedereen wilde zijn mening daarover kwijt en we raakten daar behoorlijk in het gedrang.” Waarbij niet iedereen het automatisch opnam voor de getergde oppositieleider van de christendemocratische partij. Op de beelden is een man te zien die door het beeld loopt en zegt : ‘Kohl ist ein Arschloch!’

Hoe zou Kohl er na afloop tegenaan hebben gekeken? Wolfgang Bergsdorf, zijn assistent in die jaren: “De uitzending was dé televisiedoorbraak voor Kohl. Het heeft hem geen windeieren gelegd. Niet lang erna waren er verkiezingen in Rheinland Pfalz en daar won Kohl. Volgens mij is dat een direct gevolg van het televisieprogramma.”

Het zou overigens tot 1987 duren voordat Kohl, als Bondskanselier, opnieuw een bezoek zou brengen aan Den Haag. Hij sprak daar met premier Lubbers, met wie hij later, rond de eenwording van Duitsland nog een akkefietje zou hebben. Maar dat is weer een ander Nederland-Duitsland verhaal, waaruit bleek dat de sentimenten na al die jaren nog steeds niet verdwenen waren.

Tekst en research: Hasan Evrengun
Regie: Reinier van den Hout, Yaèl Koren