Bureau Warmoesstraat deel 2

  • 27.01.2011
Vergroten

Bureau Warmoesstraat, midden in het Amsterdamse wallengebied, zeker in de jaren zeventig de meest criminele vierkante kilometer van Nederland. Drugs, prostitutie en gokken, het was er allemaal te vinden. Met de opkomst van de heroïne veranderde echter het beeld van de ‘oude gezellige’ penosebuurt in een harde criminele wereld compleet met corruptie en afrekeningen. Andere Tijden, zaterdag 29 januari, 20.40, Nederland 2

Burgerpot

“De Warmoesstraat was eigenlijk de hel. Daar dorst een normaal mens in die tijd niet te lopen. Ik had een diender die zelfs bang was. Frustrerend? Ach, je onthoudt de leuke dingen. Zoals die keer dat collega’s met een dronken kerel binnen kwamen. Dachten ze. Ik stond achter de balie en zei: ‘Volgens mij is die dood’. Hadden ze een lijk mee naar binnen genomen!”, aldus brigadier Anne Bouma

Met de opkomst van de heroïne en de aanwezigheid van de Chinese maffia is het straatbeeld in en rond de Warmoesstraat veranderd. De Zeedijk is het domein geworden van Surinaamse junks, dealers en straatrovers. Het is nu een no-go-area. Voor de dienders aan het Bureau Warmoesstraat lijkt er geen beginnen meer aan. Om de zaak niet verder uit de klauwen te laten lopen wordt op het bureau de zogenaamde burgerpot ingesteld. Dienders die normaal in uniform door de buurt surveilleren, kunnen zich aanmelden voor een ploeg die in burger de straat op gaat. Het is de bedoeling dat ze als een soort rechercheurs te werk gaan en op die manier illegale gokhuizen, dealers en straatrovers aan pakken.

 

Zoom

Wijkagent Joep de Groot: ”Met de komst van de drugs werd ons werkgebied een overvolle vijver waarin het makkelijk vissen was. Om de kleine zaken aan te pakken werd de burgerpot ingezet. Die gingen dan rechercheurtje spelen.” Socioloog Maurice Punch deed midden jaren zeventig onderzoek bij de Amsterdamse politie en liep mee met de dienders van de Warmoesstraat, ook die van de burgerpot. “Daar zaten de actieve jongens bij, die maling hadden aan de mensen die niks deden. Zij zagen zichzelf als de ‘Dirty Harry’s’ van het korps. Iemand moet het vuile werk opknappen. Ze werden meegesleept in de geest van de tijd. Alles moet kunnen, zonder controle. Het is dan moeilijk om zo’n club van autonome mensen weer in het gareel te krijgen.”

Vrijheid

Joep de Groot
Zoom
Joep de Groot

Het is vooral het gebrek aan toezicht van bovenaf en de grote mate van vrijheid die het korps in de problemen zouden brengen. Socioloog Punch zag het van dichtbij. “De politie was in de jaren zeventig een bureaucratische en logge organisatie in een progressief klimaat. Controle was geen sterk woord in die tijd. Tolerantie betekende vooral onverschilligheid. Agenten kwamen liever niet in uniform naar het bureau.”

Wijkagent Joep de Groot denkt met weemoed terug aan de goede oude tijd dat een diender nog alle vrijheid had. ”Vroeger was er strenge controle op de agenten. Die moesten tijdens het lopen van hun ronde zich melden bij een brandmelder. Om het half uur. En dan moest je op het bureau in een rondeboekje noteren waar je was geweest en wat er was voorgevallen. Maar dat werd in de jaren losgelaten en de diender had in de jaren zeventig dan ook heel veel vrijheid. In die tijd kreeg je soms een reprimande omdat je nodeloos op straat liep! Ach, die vrijheid. Dan ging je ‘s nachts naar Zandvoort om er de zon te zien opkomen…”

Vrijheid en de verlokkingen en verleidingen van de buurt hebben op sommige dienders een negatieve uitwerking. Toenmalig hoofdinspecteur Jelle Kuiper begrijpt wel waar die houding vandaan komt. “Die dienders waren makkelijk te lijmen met geld. Ook de spanning, het erbij horen, speelde een rol. Dienders hadden geen hoog salaris en er heerste een overleefcultuur. Je had overal wel je adresjes. Ik belde ’s nachts eens aan bij een club en werd binnengelaten. Ze verwarden me met mijn voorganger.”

Stickieroker

Joop van Riessen
Zoom
Joop van Riessen

Nieuwe Revu journalist Ton van Dijk houdt zich in die jaren bezig met de Warmoesstraat en zal als eerste een verhaal publiceren over corruptie binnen het bureau. “Begin jaren zeventig was ik stickieroker. Dan kwam ik wel eens bij een dealer thuis. Je weet wel, als het lichtje bij de deurbel brandde, dan was de dealer thuis. Dan bleef je daar een tijdje zitten, kopje thee erbij. Gezellig. Op een keer zat ik daar en kwamen er twee agenten binnen. Die maakten een praatje met de dealer en een van die agenten liep naar een vaas en haalde daar geld uit. Ik vroeg aan de dealer hoe dat zat en hij vertelde dat ze wisten dat hij dealde en dat ze provisie kwamen halen. Toen dacht ik: het zaakje stinkt.”

De kersverse hoofdinspecteur Joop van Riessen wordt in die tijd ook geconfronteerd met een onfrisse zaak. Een rechercheur loopt zijn kantoor binnen en vertelt hem het verhaal dat een andere collega met een Chinees naar België is gegaan om heroïne op te halen. Van Riessen: “Pardon? Zeg dat nog eens?, zei ik hem. En ook: dat zullen we dan maar eens op papier gaan zetten. Nou, daar wilde hij niets van weten!” Van Riessen stelt direct een onderzoek in en licht zijn superieuren in.

Lucky Money

Zoom

Ton van Dijk richt zich in zijn onderzoek op de burgerpot. “Ik zag hoe de burgerpot functioneerde, dat ze lucky money kregen van de Chinezen. Dat ze wederdiensten van prostituees ontvingen. Dat sommigen zelfs lijfwacht waren van Chinese criminelen. Het probleem was echter dat de onderwereldtypes mij niet alles wilden vertellen en de agenten ook niet. Ik zag wel hoe het functioneerde maar ik kon het niet publiceren zonder bron.”

Hoofdinspecteur Van Riessen merkt hoe weerbarstig het onderzoek kan zijn. “In het begin was iedereen tegen ons. Ze vertrouwden ons niet meer. We zetten ook eigen mensen in om collega’s te schaduwen. Maar later zagen ze het belang er van in en werd er wel meegewerkt.”

Van Dijk werkt gestaag door aan zijn scoop. “In die tijd was er veel aandacht voor agent Martin Ettenes, van de burgerpot. Hij deed aan vechtsport en was redelijk bekend en kwam bij Willem Duys op televisie. Hij zou naar Azië emigreren. In die uitzending blikte hij terug op de Warmoesstraat. De Telegraaf had hem een aanbod van 500 gulden gedaan zijn verhaal te doen. Ik bood hem het drievoudige voor Nieuwe Revu, maar dan moest hij wel het achterste van zijn tong laten zien.” Dat doet Ettenes dan ook. Het artikel over corruptie bij de politie slaat in als een bom. De toenmalige hoofdcommissaris, Sanders, spant zelfs een kort geding aan tegen Van Dijk.

Joop van Riessen hoort diezelfde Sanders een dag later op de radio ontkennen dat er sprake is van corruptie. Van Riessen: “Terwijl ik vlak daarvoor bij hem langs was geweest met het hele verhaal. Toen dacht ik: ben ik nou gek?”

Cultuur

Jelle Kuiper
Zoom
Jelle Kuiper

“Dienders hebben de neiging om iets te laten bestaan zodat ze het in de gaten kunnen houden. Vanuit die cultuur is de overstap naar met kleine vissen grotere vissen vangen begrijpelijk.” De latere korpschef Jelle Kuiper probeert vanuit het gezichtspunt van de gewone dienders op straat uit te leggen hoe moeilijk en kwetsbaar die zijn. Kuiper: “Maar waar begint corruptie eigenlijk? Bij het aannemen van een kopje thee, een sigaret? Wat is normafwijkend en waar begint corruptie? Dat het bij de burgerpot zover kon komen, lag aan het feit dat er niet gestuurd werd, dat er geen leiding was.”

Onderzoeker Maurice Punch wijt de corruptie aan de naar binnen gekeerde cultuur van de politie. “Toen ik bij de politie in Amsterdam kwam, was er nog helemaal geen geschiedenis van corruptie. Het was een taboeonderwerp. En er waren ook geen middelen om het aan te pakken. Deze periode moet gezien worden als een kantelmoment in de geschiedenis van de Amsterdamse en Nederlandse politie. Het werd een clash tussen de oude stijl en de nieuwe stijl, die laatste vertegenwoordigd door Jelle Kuiper en Joop van Riessen, de jonge hoofdinspecteurs. In de periode oude stijl werden agenten die niet functioneerden overgeplaatst of werden kwesties gewoon in de doofpot gestopt.”

Joep de Groot zag dat ook bij deze zaak gebeuren. “In de hogere rangen zaten er ook die niet deugden. Maar ze hebben zes mensen laten oppakken na het verhaal van Van Dijk in de Nieuwe Revu. Dat was tactiek! De jongens waren al veroordeeld voor ze berecht waren.”

Schlemielen

Zoom

Eén van die zes gearresteerde agenten is Anne Bouma, brigadier en lid van de burgerpot. Hij wordt door VARA-journalist Hans Polak in een uitzending van VARA Visie geïnterviewd.
Bouma: “Ik kwam in die uitzending vanwege gedoe met de Chinezen. Dat was dat fruitmandenverhaal. Dat bepaalde politiemensen fruitmanden met enveloppen met geld hadden ontvangen. Ze hebben mij beschuldigd maar ze hebben de zaak nooit rond kunnen krijgen. Ik heb twee weken in voorarrest gezeten en kreeg schadevergoeding. Ik had wel van een andere Chinees geld aangenomen en daar ben ik dan voor veroordeeld tot een geldboete. Dat geld had ik achteraf nooit moeten aannemen.”
Van de zes opgepakte agenten krijgen er twee een boete. Er volgen geen ontslagen, alleen maar overplaatsingen. Dat geldt ook voor Bouma.

Jelle Kuiper vindt zijn handelwijze achteraf naïef. “We achtten ons zelf totaal niet in gevaar. Terwijl we toch echt te maken hadden met corruptie. We waren nog jong, hadden niets op met de oude cultuur van omgang met het publiek. Datzelfde publiek in die buurt had vooral de behoefte om contacten aan te knopen met ons en met justitie. Er werd ook geïnvesteerd in de dienders; ze probeerden sommige van onze jongens in te pakken. Toen we dat in de gaten kregen zijn we zelf op pad gegaan. Zelf met de mensen gaan praten die geld gaven. Dan zeiden we dat we dat wisten. Daar zat ook wel de nodige bluf bij. Achteraf gezien moet je constateren dat we naïef hebben gehandeld. Uiteindelijk schiet het instrumentarium om hier tegen in te gaan altijd te kort. En daardoor pak je uiteindelijk alleen maar de kleine schlemielen.”

Joop van Riessen beaamt dat. “Als Jelle of ik hier alleen had gezeten waren we kapot gemaakt. Dan hadden we dit niet overleefd. Maar we moesten het doen. Toch heb ik er een dubbel gevoel aan overgehouden, want alleen de kleine jongens zijn toen gepakt.”

Tekst en research: Hasan Evrengün
Samenstelling en regie: Paul Ruigrok