Hoofdinhoud

Revolutie in Iran

  • 07.02.2011

Nu gebeurt het in Egypte. Meer dan dertig jaar geleden gebeurde het in Iran: het volk kwam in opstand tegen een door het westen gesteunde dictator. ‘Dood aan de sjah’ scandeerden duizenden kelen in 1979. Er vielen honderden doden, maar de revolutie slaagde. De sjah vertrok…. en daarna kwam de kater. Andere Tijden, zaterdag 5 februari, 20.40 uur, Nederland 2.

Het bewind van de sjah

De 22-jarige Mohammed Reza Pahlevi is in 1941 op de troon gekomen nadat zijn vader, die sympathie koesterde voor Hitler, onder druk van de geallieerden is afgetreden. De knappe jongeman staat bekend als playboy met een zacht karakter. De eerste daden vanaf de Pauwentroon zijn dan ook lankmoedig: hij doet onder meer concessies aan communisten en geestelijken. Voor de rest houdt de sjah zich politiek op de achtergrond. Hij tennist, skiet en zoekt, na zijn scheiding, naar een nieuwe vrouw.

Na een ‘opstand’ tegen de sjah in 1951 -die mede door de CIA wordt onderdrukt - neemt de repressie in het land echter toe. De sjah ontwikkelt een eigen geheime dienst: de Savak. Tegelijk werkt de sjah obsessief aan de opbouw van een sterk leger waarvoor Amerika de wapens levert. Aan economische ontwikkeling of sociale kwesties doet de heerser niets, het land verkeert dan ook in grote armoede. In 1961 krijgt president Kennedy nota bene een waarschuwing van Chroetsjov: “Als de omstandigheden in Iran niet snel beter worden is een revolutie onvermijdelijk en zal het als rot fruit in handen van de Sovjets vallen. Zonder twijfel zal Moskou daarvan de schuld krijgen, maar wij zijn hiervoor niet verantwoordelijk.” Amerika begint bij de sjah aan te dringen op hervormingen.

Op aandringen van de VS komen er inderdaad een aantal hervormingen, zoals betere gezondheidszorg, maar structureel is het niet. De economische groei in Iran neemt wel spectaculair toe. Dat komt door nationalisatie van de oliebronnen; de dollars stromen binnen. Tot vreugde van een kleine groep van nouveaux riches die zich te buiten gaat aan dure auto’s, haute couture, champagne. ‘Iran kan een tweede Japan worden’, verklaart de sjah keer op keer. Vanuit de westerse media is er veel belangstelling voor de man die zijn land gedurende de jaren zestig met grote vaart de 20e eeuw in sleept. Maar onder de bevolking heerst onvrede. De rijkdom komt vooral ten goede aan een kleine bovenklasse; een groot deel van het volk leeft nog steeds in diepe armoede. Bovendien heerst de sjah als een potentaat met harde hand; politieke vrijheden zijn er niet, politieke gevangenen des te meer.

De draaikolk van de revolutie

Zoom
Afshin Ellian

In 1978 is Iran het toneel van een maandenlange cyclus van protesten, neerslaan door de politie, nieuwe demonstraties, rouwdiensten, politieoptreden, enzovoorts. De golf verspreidt zich door het hele land, het protest wordt steeds massaler. Bij een grote demonstratie in september 1978 op het Jaleh-plein in Teheran openen militairen het vuur. Er vallen honderden doden en gewonden. Opnieuw een reden voor duizenden om de straat op te gaan.

Afshin Ellian is een scholier wanneer in zijn vaderland Iran de onlusten uitbreken. Als jongetje raakt hij verwikkeld in gebeurtenissen waarvan hij onmogelijk de consequenties kan overzien. “In het begin waren er drie leuzen die we steeds riepen: ‘vrijlating van politieke gevangenen, vrijheid van spreken, vrijheid van schrijven’. Op een gegeven moment werd er geroepen: ‘Dood aan de sjah’. Er was een stilte, echt een paar minuten stilte. Toen kwam het moment dat ik en vele anderen met mij riepen: ‘Dood aan de sjah’. Er gebeurde iets met je, ontmaagding, alsof je voor het eerst met een vrouw naar bed gaat. Daarna kwamen de kogels van alle kanten! Je zag mensen die gewond raken, je zag mensen dood gaan.”

De opgekropte woede tegen het bewind van de sjah komt uit alle geledingen. Studenten, scholieren, intellectuelen, aanhangers van de communistische Tudeh-partij, leden van het Nationaal Front, liberalen; iedereen loopt mee in de demonstraties. Er lijkt sprake van een maandenlang delirium. Ellian schetst de staat van opwinding: “Het was een avontuur, meer dan een avontuur. De energie die vrij kwam, energie om opnieuw te beginnen, energie om alle mensen elkaars broeders te laten worden. Het was absolute samenhorigheid. Nooit en te nimmer waren mensen zo diep met elkaar verbonden als tijdens de revolutie.”

Kiemen voor de revolutie

Waar komt al die woede en al dat geweld in 1978 plotseling vandaan? Achteraf blijken de kiemen van de revolutie duidelijk te traceren. De Savak van de sjah wordt in de loop van de jaren zeventig steeds wreder. De terreur van Big Brother neemt toe: in elk gezelschap, in elke familie kan zich één van de duizenden Savak-informanten bevinden die subversieve opmerkingen rapporteert. De maatregelen tegen ‘verraders’ zijn niet kinderachtig. Het exacte aantal dodelijke slachtoffers van de geheime dienst is niet bekend (Amnesty International gaat uit van 300 executies tussen 1972 en 1976, een Internationaal Comité van Juristen komt uit op 75 doden tussen 1971 en 1976). Maar het is duidelijk dat Iran, ook gezien de duizenden politieke gevangenen en afschuwelijke martelingen, leeft in een systeem van harde repressie. Het parlement is inmiddels definitief gedegradeerd tot een wassen neus. Er is slechts één, door de sjah opgerichte, politieke partij.

Er zijn ook andere redenen om kritiek te hebben op het bewind van de sjah: de Iraanse maatschappij dreigt door het 'Wirtschaftswunder’ oververhit te raken. De import van goederen uit het westen neemt zo gigantisch toe dat havens de ladingen niet meer aankunnen. Prijzen van huizen in Teheran rijzen de pan uit. Er is een groot gebrek aan arbeidskrachten (zestig van de bevolking is nog analfabeet), waardoor ingehuurde buitenlanders het land overstromen. De corruptie rond het hof neemt steeds grotere proporties aan.

De ironie wil dat de revolutie uitbreekt juist op het moment dat de sjah besluit de teugels weer wat te laten vieren. In de loop van 1976 brengt hij een soort Praagse Lente op gang. De Savak wordt aan banden gelegd (martelen is voortaan verboden), de pers krijgt mondjesmaat meer vrijheden en de oppositie krijgt gelegenheid zich iets openlijker te organiseren. Aan deze ‘Glasnost’ draagt ongetwijfeld ook de Amerikaanse president Carter bij die aandringt op meer democratie en eerbiediging van de mensenrechten. Eind 1977 durven een aantal intellectuelen in een open brief de sjah te vragen om meer vrijheden.

Khomeiny

Zoom
Khomeini tijdens de revolutie in 1979

Een andere bron van ontevredenheid zijn de geestelijken. Het hoort tot de traditie van Iran dat geestelijken zich roeren op het moment dat de invloed van het geloof (en van henzelf) op de samenleving dreigt te verzwakken. Een belangrijke geestelijke, ayatollah Khomeiny, komt begin jaren ’60 al in conflict met de sjah: hij verzet zich tegen de invoering van vrouwenkiesrecht en het toelaten van niet-moslim kandidaten bij lokale verkiezingen. Aanvankelijk weten de geestelijken onder aanvoering van Khomeiny de nieuwe wet tegen te houden, maar in 1963 komt de sjah opnieuw met het voorstel. Khomeiny reageert fel in een bijeenkomst van hoge geestelijken: “Het is een complot tegen de Iraanse onafhankelijkheid en de Islamitische natie, het is een bedreiging van de fundamenten van de Islam.” Dit keer worden de demonstraties, georganiseerd vanuit de moskee, hardhandig door de politie uiteen geslagen. De sjah valt in een toespraak, gehouden in de heilige stad Qom, ongemeen hard uit tegen de geestelijken: “De zwarte reactionairen begrijpen niets, hun hersens hebben zich duizend jaar lang niet bewogen ze willen niet dat dit land zich ontwikkelt.” Het is een openlijke oorlogsverklaring en Khomeiny pakt het zwaard op. Er volgen maanden van politieke preken, ongeregeldheden, ingrijpen van de Keizerlijke Garde totdat uiteindelijk de ayatollah wordt gearresteerd.

Als Khomeiny in 1964 vrij komt uit de gevangenis begint het gedonder opnieuw. Dit keer wordt hij na zijn arrestatie langdurig verbannen. Tussen 1965 en 1978 verblijft Khomeiny in Irak. Vanuit zijn ballingsoord gaat de strijd tegen de sjah, de ‘knecht van de dollar’ zoals Khomeiny hem noemt, voort. Die geluiden bereiken Iran mondjesmaat en in de praktijk zijn veel mensen in Iran de ayatollah vergeten. Tot in 1978 de onlusten uitbreken.

Khomeiny als leider

Zoom
Safa Ha'eri

Safa Ha’eri – journalist - is overtuigd dat Khomeiny gedurende de hele revolutie aan de touwtjes trok: “Wat interessant was aan het hele proces, was dat de demonstraties heel goed georganiseerd waren. Mensen hadden behoefte aan water in de hitte en er was water. Er waren mobiele latrines. Voor aan de demonstratie reden motorrijders die keken of er geen sluipschutters in de buurt waren. Het was allemaal heel ongebruikelijk voor een spontane volksopstand. Sommigen zeggen dat de communisten dat deden, anderen zeggen de intellectuelen of de republikeinen. Maar er was één man die aan de top stond, die alles coördineerde, die alles besliste: ayatollah Khomeiny.”

Of Khomeiny via zijn belangrijke netwerk van geestelijken nu daadwerkelijk tot in detail de regie heeft over de gebeurtenissen is de vraag. Maar onbetwist is dat hij een centrale rol speelt. Op een slimme manier weet hij mensen van links tot rechts achter zich te krijgen door in te spelen op de twee belangrijkste sentimenten onder de Iraanse bevolking: de roep om meer vrijheid en democratie (vooral uit intellectuele kring) en het verzet tegen de import van westerse goederen en gewoontes (uit conservatieve hoek).
Khomeiny, begin 1978 nog steeds in ballingschap in Irak, verspreidt zijn boodschappen door middel van cassettebandjes die via moskeeën en bazars in heel Iran worden gedistribueerd. Vanaf oktober 1978 krijgt hij echter de gelegenheid voor een veel groter publiciteitsoffensief. Irak wijst Khomeiny op verzoek van de sjah de deur en de ayatollah vraagt asiel in Frankrijk. In Pontchartrain, een dorp bij Parijs waar hij wordt ondergebracht, ontstaat een waar propagandacircus. Medewerkers van Khomeiny bellen vanuit Frankrijk ongehinderd met Teheran. Ondertussen stroomt de wereldpers naar het idyllische dorp om de oude man met eigen ogen te aanschouwen. Vrijwel dagelijks wordt er over Khomeiny gepubliceerd, vooral de BBC geeft uitgebreide verslagen. Eind 1978 is bij Westerse intellectuelen het beeld gevestigd van een heilige man die een veel rechtvaardiger, democratischer en spiritueler regime voorstaat dan de wrede corrupte sjah.

Het is duidelijk tactiek, gezien zijn verleden, om zich in 1978 als een democraat voor te doen. Afshin Ellian: “Hij is één van de grootste bedriegers uit de geschiedenis van Perzië en misschien van het hele Midden-Oosten. Hij heeft de vrijheid beloofd aan communisten, liberalen, vrouwen met of zonder hoofddoek. Hij beloofde dat we een parlementaire democratie zouden krijgen. Hij verzekerde dat hij alleen onze geestelijke leider zou zijn, een soort Ghandi-achtige mystieke man die geen macht wilde. Geestelijken zouden nooit en te nimmer het land leiden, zei Khomeiny. Dat werd zo vaak, ook door de BBC, uitgezonden.”

De sjah vertrekt

Zoom
Bakhtiar

In Iran luistert bijna de hele bevolking naar farsi-uitzendingen van BBC World. Via deze zender komen de laatste toespraken van Khomeiny uit Parijs, net als mededelingen wanneer de volgende demonstratie op stapel staat. Ellian: “De BBC werd echt door miljoenen mensen in Iran beluisterd en wij hoorden via de BBC dat Khomeiny onze grote leider was.” De geestelijken krijgen steeds meer greep op de revolutie. Studentes die vrijheid van meningsuiting eisen, hullen zich vrijwillig in sluiers. Mannen en vrouwen demonstreren apart.
Na bijna een jaar van demonstraties en rellen is de sjah vrijwel volledig ingestort. Een Amerikaanse bezoeker treft hem bleek en smalletjes aan in het paleis, steeds herhalend: “Ik weet niet wat ik moet doen, ik weet niet wat ze willen dat ik doe.” De Amerikaan rapporteert thuis aan veiligheidsadviseur Brzezinski: “You’ve got a zombie out there. You have got to understand that we can’t count on the sjah anymore.” Tenslotte raadt de Amerikaanse ambassadeur Sullivan de sjah aan te vertrekken. In alle stilte reist hij af naar zijn vriend Sadat in Egypte.
Het nieuws wordt op 16 januari 1979 via radio Teheran uitgezonden: de sjah is weg. In de stad breekt enorme vreugde uit, claxons toeteren, mensen dansen in de straat, er worden V-tekens gemaakt, standbeelden van de sjah gaan omver, portretten van de sjah in brand. Vlak voor zijn vertrek benoemt de sjah een man uit de oppositie tot premier: Bakhtiar. Op deze zachtmoedige man rust de taak kalmte te brengen in het dolgedraaide Iran. Maar hij is benoemd door de sjah en daardoor in de ogen van de bevolking gecorrumpeerd. De demonstraties gaan dan ook gewoon door. Het is tijd voor de komst van de man wiens portret door duizenden in betogingen wordt meegedragen: Khomeiny.

In Pontchartrain bereidt Khomeiny zijn terugkeer voor. De nieuwe premier Bakhtiar weigert hem echter toe te laten, hij sluit het luchtruim boven Iran en dreigt elk vliegtuig uit de lucht te schieten. Khomeiny stelt zijn vertrek nog een paar dagen uit maar op 1 februari 1979 neemt hij het risico: hij stapt in een vliegtuig van Air France om naar zijn geboorteland te reizen. Aan boord zijn ook meer dan 180 journalisten van de westerse pers, uitgenodigd als levend schild tegen de plannen van Bakhtiar. Volgens Michael Stein, die als Nederlands journalist meereist, is de spanning in het toestel te snijden: “Iedereen was doodsbang, vooral op het moment toen het toestel de grens van Iran passeerde. Maar er gebeurt niks en Khomeiny landt veilig op het vliegveld in Teheran.”

Zoom
Khomeiny

Miljoenen mensen hebben zich verzameld op het grootste plein van Teheran om hun grote leider te begroeten. De auto met Khomeiny beweegt zich langzaam door de uitzinnige menigte. Stein die in een volgauto zit: “Het was een totale heksenketel, ze klommen op onze auto, op de kap, op het dak, ze trommelden aan de buitenkant, de chauffeurs konden helemaal niets meer zien. Talloze Iraniërs zijn doodgereden, af en toe voelde je iets zachts: dat was weer een Iraniër naar God.“

Nadat Khomeiny met zoveel hysterie is binnengehaald, stelt Bakhtiar alsnog voor een coalitieregering te vormen. Maar Khomeiny schuift een eigen kandidaat-premier, Bazargan, naar voren. Rond 7 februari hebben de geestelijken rond Khomeiny de ambtenarij, de politie en de rechtspraak in verschillende steden overgenomen. Miljoenen mensen blijven demonstreren voor de ayatollah. Op 11 februari nemen bewapende burgers, Islamitische militiamannen en pro-Khomeiny troepen bezit van verschillende militaire installaties. Bakhtiar begrijpt dat hij verloren heeft en vlucht vermomd het land uit.

Bazargan, een lid van het Nationaal Front, wordt officieel premier maar blijkt een speelbal in handen van de Islamitische Revolutionaire Raad. Rondom de moskeeën verschijnen overal in het land Revolutionaire Comités. Er wordt hardhandig afgerekend met aanhangers van het oude regime. Sommige leidinggevenden, waaronder hoge militairen, weten te ontvluchten, anderen worden door woedende menigtes in elkaar geslagen of door vuurpelotons geëxecuteerd. Tegen de zomer zijn in Teheran al 400 mensen (vooral van de Savak en het leger) geëxecuteerd. Ook tegen de sjah wordt een doodvonnis uitgevaardigd, er wordt een beloning van 70.000 dollar uitgeloofd voor degene die de sjah vermoordt.
Iran groeit uit tot een theocratie met een autoritairder bewind dan dat van de sjah. Alle oppositie wordt met geweld onderdrukt. Stein: “Het duurde enige tijd voordat de Iraniërs wakker werden en het sprookje echt een nachtmerrie was geworden. Er was een meneer uit Iran die schreef een brief aan de BBC: elke ochtend als ik me scheer kijk ik aandachtig naar mijn spiegelbeeld en dan zeg ik tegen mezelf: het waren niet de Amerikanen of Engelsen die Khomeiny naar Iran terugbrachten, jij bent het.”

Research en tekst: Karin van den Born
Samenstelling en regie: Yaèl Koren