Fokprogramma

- Vergroten
- Fokstier
Rommert Politiek (1926), hoogleraar veeteelt aan de Universiteit Wageningen, maakt zich vanaf de jaren vijftig druk over de fokdoelen die in Nederland gesteld worden. Hij publiceert artikelen over de erfelijkheid van belangrijke productie-eigenschappen van koeien, zoals eiwit- en vetgehalte, maar ook de mate van melkbaarheid en melkproductie. Dit zijn allemaal erfelijke eigenschappen en Politiek wil dat de veefokkers daar meer rekening mee houden. Terwijl in de jaren ’50 het FriesHollandse stamboekvee over de hele wereld wordt geëxporteerd maakt Politiek zich al grote zorgen: “In die periode was het een bloeiperiode. Men meende we hebben het beste vee ter wereld en er werd ook veel geëxporteerd, maar als je daar als boerenzoon gewoon het zaakje bekijkt dan denk je van: ‘gaat het wel zo goed?’ En toen heb ik ook de eerste stappen gezet om het te onderzoeken.”
Politiek ziet grote kansen als de kunstmatige inseminatie (KI) opkomt in Nederland. Zeker als in de jaren ’60 sperma steeds vaker wordt ingevroren is het mogelijk om erfelijke eigenschappen van grote populaties in kaart te brengen en stieren te selecteren die al bewezen hebben dat ze goede productie-eigenschappen doorgeven aan hun dochters. Het duurt jaren voordat duidelijk wordt hoeveel melk de dochters van een stier produceren. Politiek wil dat tot die tijd de stieren op een wachtstal gezet worden. Pas als blijkt dat de stier goed vererft kan hij veelvuldig worden ingezet. Dit systeem is uiteindelijk overal toegepast, maar Politiek heeft lang moeten roepen voor hij gelijk heeft gekregen.