Kunstmatige Inseminatie

- Vergroten
- Dekken van een nepkoe
Al voor de oorlog experimenteert dierenarts Jan Siebenga met kunstmatige inseminatie maar pas na de Tweede Wereldoorlog wordt de techniek gemeengoed in de veefokkerij. De boeren zien een groot voordeel, want bij natuurlijke dekking zijn geslachtziektes een groot probleem. Door geslachtsziektes worden koeien niet meer drachtig en dan geven ze dus ook geen melk. Overal in het land worden begin jaren ’50 ki-verenigingen opgericht. De verenigingen houden stieren op stal die ze laten dekken op kunstkoeien. Het sperma wordt opgevangen en meteen door de regio verspreid door inseminatoren met thermosflesjes op de rug. De ki-verenigingen zijn gefuseerd en steeds meer gegroeid tot de centra van de veefokkerij. In de jaren ’80 worden de stamboeken en de ki-verenigingen samen gevoegd en vandaag de dag is CRV Delta bijna monopolist in de Nederlandse veefokkerij.