Hoofdinhoud

Andere Tijden: Van Doarp en Durp De kerk en het café

  • 23.11.2011
  • Nienke van der Burg

‘Christelijke pistelijken! Openbare stinksigaren!’: zelfs op het schoolplein is de invloed van de verzuiling te horen. Of je nou protestants, katholiek of in het geval van een enkeling geen van beide bent, de kerk zorgt voor structuur en is vaak letterlijk het middelpunt van het dorp. Ook het café is een vaste ontmoetingsplek voor jong en oud.

‘Na de hoogmis liepen de katholieken regelrecht naar het café aan de haven, waar ze bourgondisch boemelden, met vrouw en kinderen, als tijdens een Brabantse bruiloft. Maar dat wisten we alleen van horen zeggen. Voor levensmiddelen hoefden ze het dorp niet in; de melkboer en de groenteboer kwamen aan de deur en de kruidenier en de slager bezorgden de bestellingen thuis. Tijdens de vijftien jaren dat ik in het dorp woonde, wisselde ik nooit een woord met een katholiek meisje.’
Jan Brokken, Rhoon

‘Onderweg naar de lagere school had dat café al een magische aantrekkingskracht op mij; daar speelde de echte wereld zich af, daar werd onderweg naar één der begraafplaatsen soms eerst met de kist aangedaan en die werd dwars over het biljard gezet waarna er overvloedig met glazen tegen aan geklonken werd. En na verloop van tijd werd, na dat waardige afscheid de kist min of meer moeizaam, maar altijd weer recht, de lijkwagen ingeschoven.’
Jan Beckers, Pijnacker 

‘Het voordeel van misdienaar zijn was dat bij begrafenissen en trouwpartijen een paar schooluren wegvielen omdat deze plechtigheden meestal na negen uur begonnen. Als beloning kregen we een keer per jaar een heus diner bij de pastoor, waarbij we voor het eerst messenleggers naast ons bord zagen.’
Paul Orbons, Amstenrade 

‘En op zondagen liep Café S. na het uitgaan van de twee grootste kerken in het dorp langzamerhand vol en bleef dat ook tot sluitingstijd. En tijdens een van mijn eerste bezoeken, ik was nog zo jong dat ik me nog niet eens hoefde te scheren, probeerde ik een houding aan te nemen alsof ik al in honderd cafés geweest was, klopte mijn hart in mijn keel want IEDEREEN WAS ER!! De gokkers met de neven, de tuindersknechten die ik allemaal kende omdat ik voor de schoolgang, al bij zonsopgang tomaten plukte en de reden is dat ik nu nog iedere ochtend om vijf uur opsta. En ook de zoon van de caféhouder met wie ik, ondanks het verschil in geloof, wel omging. Want dat speelde in die tijd.’
Jan Beckers, Pijnacker 

‘Aan het café in Ingen leek de nieuwe tijdgeest van aanpakken, opbouw en groei voorbij te gaan. In de eerste jaren na de oorlog leefde mijn grootvader nog. Hij hield vast aan zijn koffiepot, pruttelend op de grote kachel in het café, langzaam bitter wordend voor de schaarse boer die langskwam. Op donderdagavond was er de kaartavond van de boeren, in september de kermis en in de winter de twee toneelvoorstellingen van de rederijkers. Een jaaragenda zo overzichtelijk en voorspelbaar als de tijden van eb en vloed.’
Chris van Esterik, Ingen 

‘Het was onmiskenbaar een voorrecht de zoon van de dominee te zijn, en het leek me dan ook volstrekt normaal dat ik ’s zondags tijdens de eredienst, voor in de kerk zat, naast mijn moeder en mijn broers, in een bank die haaks op de andere banken stond, nog voor de vier koopbanken, vol in het zicht.’
Jan Brokken, Rhoon