Hoofdinhoud

Dossiers Geschiedenis 24 Leiden

Het Rapenburg te Leiden, drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807.
Vergroten
Het Rapenburg te Leiden, drie dagen na de ontploffing van het kruitschip op 12 januari 1807.

De stad Leiden ontstond als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel aan de samenvloeiing van de Oude en de Nieuwe Rijn. In de oudste vermelding daarvan, omstreeks 860, werd het toenmalige dorp Leithon genoemd. Vanaf de elfde eeuw werd Leiden de hofplaats van de graven van Holland. Het ontwikkelde zich al snel tot hoofdplaats van het Rijnland. In 1266 bevestigde graaf Floris V de al bestaande stadsrechten en breidde ze uit. Leiden maakte in deze periode, dankzij zijn bloeiende lakennijverheid, een grote groei door. De lakennijverheid was er binnengebracht door wevers uit Ieper, die in de 14e eeuw uit hun stad wegvluchtten wegens de pest. Leiden ontwikkelde zich tot een van de grootste steden van Zuid-Holland. In de vijftiende eeuw moest Leiden echter, door de Hoekse en Kabeljauwse twisten en de teruggang van de lakenhandel, aan aanzien inboeten.