Meevechten in de Spaanse Burgeroorlog, 1936 - 1939 Mijn grootvader
- Zoom
- Nassira in haar geboortedorp Sammar
Nassira Boudhan vertelt over haar opa die meevocht in de Spaanse burgeroorlog: Niet zo lang geleden werd ik geconfronteerd met het verhaal van mijn grootvader, tijdens het theaterstuk Thaziri Tamiri (De verliefde Maan). Ondanks dat ik wist waar het stuk over ging, ik had immers de groep naar Nederland gehaald, was ik heel erg ontroerd. Ontroerd omdat het verhaal van mijn opa weer naar boven kwam. Mijn opa, maar ook de opa's van duizenden Marokkanen uit het Noorden van Marokko. Zij die meevochten met Spanjaarden, tegen Spanjaarden. Om een Spaans stuk grond te veroveren van de ene Spanjaard voor de andere landgenoten.
Duizenden jonge mannen verloren hun leven voor een beter leven in Marokko… voor hun gezin… of om te kunnen trouwen met dat meisje waar ze verliefd op waren, met hun verloofde.. Zoals mijn opa ook naar Spanje vertrok en zijn verloofde achterliet. Als hij terugkwam zou hij met haar trouwen, haar de mooiste sieraden en kleren kopen.
In de steden Melilla en Ceuta werden de jonge en gezonde mannen geronseld voor de oorlog van Franco. Wat hun verteld werd was dat ze zouden werken in Spanje. Als ze werk hadden konden ze eten, drinken en hun families onderhouden.
Niet lang voordat ook opa naar Melilla (20 km verderop) vertrok, was hij naar een meisje gegaan om haar hand te vragen. Hij wilde met haar trouwen en een gezinnetje stichten. Zij wilde ook. Hoe zij er vele jaren later over vertelde is dat ze wist dat het een strenge familie was, maar wel echte mannen. "Niemand kon met ze sollen", zei ze vaak.
Twee jaar lang hebben deze mannen gevochten, terwijl ze geen soldaten waren. De meesten waren geboren op het platteland en wisten alleen hoe ze vee moesten houden, vissen of het land bewerken. Opa wist alles over druiven. Druivengaarden waren er in overvloed in Boughafer. De Spanjaarden gebruikten deze druiven om er wijn van te maakten. Ook verkocht mijn opa vis om rond te komen. Met twee of drie kistjes ging liep hij van deur tot deur om de vis te verkopen.
Toen hij hoorde dat hij in Spanje kon werken en daar veel beter kon verdienen, twijfelde hij geen seconde. Twee jaar had hij gewerkt voor een man die Franco heet. Een man die hij nooit gezien had. Hij kwam aan in Spanje en hem werd gelijk een wapen in de handen geduwd. Hij moest vechten. Vechten voor zijn leven en voor een Spanjaard die hij niet kent. Voor een land dat niet van hem was. Onder dwang vechten. Onder dwang een oorlog voeren. Uiteindelijk is het vechten voor het eigen leven.
De meeste jonge mannen kwamen niet meer terug. Andere kwamen verminkt terug. Zoals mijn opa. Hij verloor één been door een schotwond. De wond was zo erg dat hij moest kiezen. Of hij verloor zijn been of zou doodbloeden. Sommige vrouwen die achterbleven en wachtten op hun verloofden of echtgenoten, gingen letterlijk kapot van verdriet omdat ze dachten dat hun verloofde of echtgenoot nooit terug zou komen. Mijn oma heeft ruim twee jaar gewacht totdat opa terugkwam. Maar hij was niet meer de oude. Vroeg volwassen geworden door een oorlog die niet de zijne was. Hij heeft voor de Spanjaarden tegen de Spanjaarden gevochten. Twee jaar in een vreemd land, waar hij elke seconde van een dag op zijn hoede moest zijn. Een oorlog! Waarvoor? Voor het beloofde salarisje? Allemaal leugen bleek ook achteraf. Gedurende de twee jaar heeft niemand iets gezien van dat geld in Marokko. De oorlog had hem niet alleen emotioneel gebroken, maar lichamelijk bleef hij een litteken houden. Hij voelde zich ook minder man. Een man met een been is toch geen man! Dit is was ook wat oma te horen kreeg van haar vriendinnen en familie.
Oma heeft daar nooit naar geluisterd. Zij hield van de man toen ze ja zei tegen een huwelijk en zei ook ja toen hij 'getekend' terugkwam uit de oorlog. Zij heeft onvoorwaardelijk gekozen voor opa. Nog steeds zegt ze dat heel trots en met opgeheven hoofd.
Opa en oma trouwden in 1939, kregen tien kinderen en vele kleinkinderen. Op één been heeft hij gewerkt, gewerkt voor zijn vrouw en zijn kinderen grootgebracht. Gewerkt in de druivengaarden van Boughafer die snel na het vertrek van de Spanjaarden uit Marokko omgezet werden tot dé beste druifsoort van heel Marokko. Nog steeds zijn de druiven van Boughafer bekend als een heerlijk zoete lekkernij. Maar ik zie ook nog steeds een beeld voor me van opa op een muilezel, vis verkopen.
Tot aan zijn dood in 1997 heb ik hem gevraagd naar zijn verhaal. Ik vond het schitterend dat hij soms ook gewoon Spaans tegen me sprak om me te pesten. Ik vond het ook prachtig als we samen een brief lazen van een buurvrouw die ze had ontvangen van haar man uit Europa. Ik keek zo tegen hem op! Hij was gehandicapt en getekend door honger en oorlog, maar heeft schitterende dingen gedaan. Wat een mooie man. Mis hem elke dag. Maar de gedachte aan het feit dat hij ontzettend trots was op mij, inspireerde mij om te doen wat ik graag wil doen. Om mijn dromen te leven.