Main Content

Lord of the Rings en Harry Potter geïnspireerd door literaire club Inklings uit Oxford aan basis fantasy films

  • 21 december 2001
The Eagle and Child
Zoom
The Eagle and Child

De films ‘Lord of the Rings’ en ‘Harry Potter’ zijn eind 2001 in premiere gegaan. De bron van dit soort fantasy films ligt in het universitaire Oxford van de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw, waar schrijvers als J.R.R. Tolkien en C.S. Lewis een nieuw geluid lieten horen.

Lord of the Rings en Harry Potter geïnspireerd door literaire club

De informele literaire club de Inklings werd in het begin van de jaren dertig van de twintigste eeuw in het Engelse Oxford opgericht. De leden lieten zich inspireren door sprookjes, mythes de oudheid en de middeleeuwen. Ze lazen hun manuscripten aan elkaar voor en stimuleerden elkaar in het schrijven van verhalen, die we nu 'fantasy' zouden noemen.

De Inklings kwamen twee keer per week samen. De club wisselde van samenstelling, maar de harde kern bleef redelijk stabiel. De bekendste schrijver van de groep was J.R.R. Tolkien (1892-1973), die klassiekers 'The Hobbit' (1937) en daarna 'Lord of the Rings' (1955) schreef. De boeken hebben een enorme invloed gehad op de zogenaamde fantasy literatuur.

C.S. Lewis (1898-1963) is een stuk minder bekend. Hij was professor in de Engelse taalkunde aan de universiteit in Oxford. Hij was zeer belangrijk voor de club, ook omdat de Inklings iedere donderdag op zijn kamers bijeen kwamen. De tweede afspraak was altijd op dinsdag in de bar 'The Eagle and Child', die de bijnaam 'The Bird and Baby' had.

Tolkien zei over Lewis dat hij niet door hem was beinvloed, maar eerder aangemoedigd. Lewis was lange tijd zijn enige publiek. Verder kreeg hij door Lewis het idee, dat zijn manuscripten niet slecht een hobby waren, maar ook geschikt voor publicatie.

Daarnaast is C.S. Lewis een van de grote voorbeelden van J.K. Rowling, de schrijfster van de Harry Potter boeken. Zij noemt de zevendelige 'The Chronicles of Narnia' van Lewis als een van haar inspiratiebronnen.

Joris Smeets