OVT Geschiedenisgasten: Rudy Kousbroek en Remco Raben Het Oostindisch kampsyndroom 10 jaar

  • 15 juli 2002
Rudy Kousbroek
Zoom
Rudy Kousbroek

Tien jaar geleden verscheen het boek 'Het Oostindisch kampsyndroom' (1992) van Rudy Kousbroek, een aanval op de toen gangbare mythes over het lijden van Nederlanders in Jappenkampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij verzeilde in een hevige polemiek met schrijver Jeroen Brouwers.

OVT Geschiedenisgasten: Rudy Kousbroek en Remco Raben

'Waar zou dat boek van Kousbroek, 'Het Oostindisch kampsyndroom' over hebben gehandeld, gesteld hij had het wel geschreven?' vroeg Jeroen Brouwers zich eind 1988 retorisch af in een zeer agressief artikel in 'De Tijd'. Het boek werd al jaren aangekondigd, maar het verscheen maar niet, beklaagde hij zich. Kousbroek had iedereen in het ootje genomen.

Brouwers vermoedde dat het gegaan zou zijn over 'de ziekelijke overdrijvingen en pathologische leugens' van ex-gevangenen in de kampen van het door de Japanners bezette Nederlands-Indie. Kousbroek had Brouwers er eerder van beschuldigd dat soort overdrijvingen in zijn roman 'Bezonken Rood ' (1981) te hebben gestopt.

In 1982 verscheen het artikel ‘De tomatenketchup-Tjideng van Jeroen Brouwers’(ook te vinden in ‘Het Oostindisch kampsyndroom’). Daarin kraakte Kousbroek het waarheidgehalte van ‘Bezonken Rood’ af. Hij verweet Brouwers, dat hij aan het Oostindische kampsyndroom leed. Dat was de onwil om na te gaan hoe het werkelijk in de kampen was geweest. De gruwelijkheden die Brouwers in zijn boek beschreef hadden niet plaatsgevonden.

Beide schrijvers hebben een Indische achtergrond en hebben als kind in een Jappenkamp gezeten. Die ervaring hebben ze op nogal verschillende wijze verwerkt. Kousbroek (1929) relativeert de ervaringen van de Nederlanders, terwijl Brouwers (1940) de nadruk legt op de wreedheden van de Japanse bezetter.

Het artikel van Brouwers in 'De Tijd' in 1988 was een late wraakoefening van een getergde man, het ging over 'de leugens en de trucs van een sentimentele ongetalenteerde syndroomlijder'. 'Kousbroek liegt dat hij barst' en 'De raaskallende gelijkhebber', waren de weinig aan de fantasie overlatende koppen van het stuk. Brouwers meende dat Kousbroek in diverse boeken en artikelen leugens vertelde over de situatie in de Jappenkampen.

Brouwers gooit in het artikel alle remmen los om duidelijk te maken hoe gruwelijk de Jappenkampen waren. Hij wil vooral bewijzen dat de Japanners monsterlijke wreedheden begingen, maar vreemd genoeg haalt hij dan voornamelijk de vreselijke wandaden van Japanners tegen Chinezen uit de kast. Het ging toch over Japans wangedrag in kampen waar Nederlanders gevangen zaten? Wie haalt er nu trucs uit?

In februari 1992 verscheen dan eindelijk het 'Het Oostindisch kampsyndroom'. De verzameling artikelen bevatte ook een stuk uit 1989, waar Kousbroek de vloer aanveegde met het roemruchte artikel van Brouwers in 'De Tijd'. Punt voor punt weerlegt Kousbroek in 'Acht jaar maagpijn' de argumentatie van Brouwers. Vooral de vergelijking met het leed van de joden in de Duitse kampen vond hij zeer misplaatst.

Het was inderdaad geen pretje in de Jappenkampen, maar het leed is niet te vergelijken met dat van joden in Duitse concentratiekampen, vond Kousbroek. De joden werden door de Duitsers systematisch vernietigd, de Nederlanders werden 'slechts' geïnterneerd door de Japanners.

Het verschilde van kamp tot kamp hoe goed of slecht de situatie was. Van de ongeveer 140.000 Nederlandse burger- en krijgsgevangen overleefden 120.000 de kampen, ongeveer 84%. Bij de Nederlandse joden was dat percentage vele malen lager.

Wat ook vaak werd vergeten was de situatie buiten de kampen. Kousbroek komt zelfs met een verhaal dat Indonesiërs na de bevrijding in 1945 in de Nederlandse kampen inbraken om voedsel en kleding te stelen.

Joris Smeets

Bronnen:
Rudy Kousbroek 'Het Oostindisch kampsyndroom. Anathema's 6' (Meulenhoff, Amsterdam 1992)
Jeroen Brouwers 'De raaskallende gelijkhebber' (De Tijd, 25-11-1988)