Main Content

Vergeten aanslag op politicus in Den Haag in 1907 Minister van Justitie Van Raalte ‘ontweek’ vier kogels

  • 13 mei 2002

Minister Van Raalte liep tegen lunchtijd op 16 februari 1907 van het departement van Justitie naar zijn huis in de Haagse Amaliastraat. Vlak voordat hij bij zijn huis aankwam, drong zich een onbekende man aan de minister op. De minister informeerde of de man hem iets te vragen had.

Vergeten aanslag op politicus in Den Haag in 1907

Daarop trok de man een revolver en vuurde vier kogels op Van Raalte af. De 65-jarige minister wist door een aantal onnavolgbare bewegingen de kogels te ‘ontwijken’ en slaagde erin zijn huis met de hulp van zijn dochter te bereiken. Zij had de aanslag zien gebeuren. De schutter gooide zijn wapen op de grond en liep onverstoorbaar weg, een pijp in de mond.

Twee jongens die getuige waren van de aanslag snelden naar het paleis aan het Noordeinde om politiehulp te halen. Twee agenten slaagden er daarna snel in om de verdachte in de Oranjestraat te arresteren.

De schutter had bij de aanslag het raam van het huis van de minister geraakt. Een derde kogel doorboorde de overjas ter hoogte van een koninklijke onderscheiding. De kogel had waarschijnlijk een knoopje geraakt, waarmee het lintje van de Orde van de Nederlandsche Leeuw was vastgemaakt. Zo ontsnapte de minister op wonderbaarlijke wijze.

Eduard Ellis van Raalte was van 1905 tot 1908 minister van Justitie. Hij maakte sinds 1901 deel uit van de vrijzinnig-democratische partij. Door een tijdgenoot werd hij beschreven als een aristocratische democraat. Een ander noemde hem koppig, maar ook iemand die wist wat hij wilde. Ook was Van Raalte volgens hem iemand die zichzelf erg graag hoorde praten.

Dader Simon Polak bleek muzikant te zijn. Twee jaar voor de aanslag was hij nog onderkapelmeester van het muziekkorps van Paramaribo geweest. Polak had ontslag genomen uit de dienst, maar was zeer ontevreden over de manier waarop zijn ontslag tot stand was gekomen en over zijn lage gagement.

Polak was daarop brieven gaan sturen aan hooggeplaatste personen, maar die hadden niet het gewenste gevolg. Dus besloot hij een hooggeplaatst persoon te vermoorden om voor het ‘Hooggerechtshof’ te komen om zijn zaak te kunnen bepleiten. De keuze was min of meer toevallig op de minister van Justitie gevallen. Polak had geen spijt van de aanslag.

In september 1907 werd Polak bij zijn proces ontoerekeningsvatbaar verklaard en tot maximaal één jaar krankzinnigengesticht veroordeeld.

Joris Smeets

Bronnen:
Trouw 10-5-2002 ‘Terugblik/ De vergeten aanslag op Nederlandse minister’ door redactie politiek
Dr. Mr. M.E. Verburg ‘Geschiedenis van het Ministerie van Justitie. Deel II 1898-1940’ (SDU Uitgevers, Den Haag 2001), p.71-74