Main Content

De Nederlandse ambassade in de Sovjet-Unie Onze Man in Moskou

  • 15 november 2002
Hotel Lux
Zoom
Hotel Lux

De Nederlands-Russisch betrekkingen tijdens de Koude Oorlog zijn het onderwerp van een driedelige documentaire van OVT. Hans Olink schreef het volgende stuk in de VPRO-gids nr. 46.

De Nederlandse ambassade in de Sovjet-Unie

Het begint in het jaar 1942. De Tweede Wereldoorlog is in volle gang. In de Sovjet-Unie strijden Russische en Duitse troepen op leven en dood. In spanning en uiteindelijk bewondering voor de heroïsche daden van het Rode Leger wacht de rest van de wereld af. Bij de Nederlandse regering-in-ballingschap in Londen dringt het besef door dat de Sovjet-Unie ook voor háár bevrijding vecht. En de regering besluit de Sovjet-Unie te erkennen en onderhandelingen aan te knopen over diplomatieke betrekkingen.

‘Nou, vooruit dan maar’, had Koningin Wilhelmina uiteindelijk gesproken toen Eelco van Kleffens, de minister van Buitenlandse Zaken van de Nederlandse regering in ballingschap haar had voorgesteld diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie aan te gaan. Achter haar aarzelende toestemming ging een hele wereld schuil. Haar aversie dateerde van oktober 1917 toen de bolsjewieken in Petrograd – later Leningrad en nu Sint-Petersburg – met hun revolutie de wereld op hun kop hadden gezet. Eenzijdig hadden Lenin en Trotski de Russische staatsschulden geannuleerd waardoor de Nederlandse beleggers meer dan een miljard gulden lichter werden. En nog erger voor Wilhelmina, ze vermoordden de Romanovs, via haar grootmoeder Anna Pavlovna verwant aan haar. Van diplomatieke betrekkingen kon geen sprake meer zijn en als het aan Wilhelmina had gelegen was dat zo gebleven. Maar toen aartsvijand Hitler op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel verwelkomde Churchill de Russen als bondgenoot en begon het tot de Nederlandse regering door te dringen dat deze starre houding niet vol te houden viel. Op vrijdagavond 10 juli 1942 kwam Radio Oranje met het nieuws dat de regeringen van Nederland en de Sovjet-Unie een overeenkomst hadden getekend.

Het zou nog een jaar duren voor er sprake was van een diplomatieke vertegenwoordiging in Moskou. De Nederlandse regering heeft nogal wat tijd nodig om een geschikte kandidaat als ambassadeur te vinden. Een aantal diplomaten valt als te licht af voordat de keus valt op baron Van Breugel Douglas, ambassadeur in Tjoengking, de zetel van de Chinese regering van Tsjiang Kai Sjek. Benoemd op 17 december 1942 rijst al spoedig de vraag hoe hij op zijn post in Moskou moet komen. Bij Stalingrad woedde de zwaarste slag uit de Tweede Wereldoorlog. De Sovjetregering heeft zich teruggetrokken in Koejbisjev aan de Wolga, alwaar ook de meeste buitenlandse diplomaten zich hebben teruggetrokken. Een verblijf in de noodhoofdstad lijkt allesbehalve aanlokkelijk. Geen huisvesting, geen huisraad, gebrek aan brandstof. Daarop besloot de Nederlandse regering de inventaris voor de nieuwe ambassade in Londen aan te schaffen en per geallieerd konvooi naar Moermansk te verschepen. Maar de Russische haven aan de Noordelijke Ijszee is onbereikbaar vanwege Duitse duikboten en het konvooi keert onverrichter zake terug.
Ondertussen wacht Van Breugel Douglas maandenlang in Cairo op toestemming om naar de Sovjet-Unie te vliegen. Pas in de zomer van 1943, nadat het oorlogstij was gekeerd, krijgt hij het groene licht. Na aankomst in Moskou waar de Sovjet-regering inmiddels is teruggekeerd, schrijft hij in zijn reisverslag: ‘Het vliegtuig maakte eene tusschenlanding te Stalingrad, naar ik later vernam bij wijze van uitzondering en vermoedelijk aan de hand van eene belangstellende opmerking mijnerzijds…de stad lag vrijwel geheel in puin…Van den officier, die ons vergezelde, kreeg Baronesse van Breugel een Duitschen helm…als aandenken…na het vertrek zagen wij…nog langen tijd den bodem onder ons door een dicht netwerk van bomkraters omwoeld…Wij landden om 2.30 uur des middags te Moskou…De eerste indruk van Moskou staat uiteraard in het teeken van twee jaar oorlog en de daaruit vloeiende ontberingen.’
En daarmee heeft hij niets teveel gezegd. Een gebouw waar hij zijn ambassade kan vestigen is niet beschikbaar. Het sovjetbureau Burobin dat huisvesting regelt voor in Moskou verblijvende buitenlanders heeft slechts ‘bouwvallen’ in de aanbieding. Van lieverlee trekt hij zich met zijn inmiddels aangetrokken staf terug in enkele kamers van het Hotel National aan de Gorkistraat, de tegenwoordige Tverstraat. Het verhindert hem echter niet op 18 september 1943 zijn geloofsbrieven aan de Sovjetautoriteiten te overhandigen. Tijdens deze plechtigheid in het Kremlin zet hij tegenover president Kalinin uiteen wat het doel is van zijn instructie, namelijk de Nederlandse regering voorzien van informatie over ‘wat in Rusland leeft aan gedachten omtrent naoorlogse regelingen, zoowel in Europa als Azië, op politiek zowel als op economisch terrein.’ Veel kan hij echter niet doen. De Sovjets zien hem nauwelijks staan en hij moet zijn informatie vooral putten uit de Sovjetpers en uit mededelingen die Amerikaanse en Britse diplomaten kwijt willen.

Ondertussen heeft de Nederlandse regering in ballingschap met het oog op naoorlogse handelscontacten Leendert van der Hoeven als handelsraad benoemd. Een initiatief dat door de Sovjets niet op prijs wordt gesteld; ze hebben wel wat anders aan hun hoofd en weigeren hem in eerste instantie een visum te verstrekken.
Van der Hoeven was een uit Sliedrecht afkomstige baggeraar die begin vorige eeuw aan het in de buurt van Petrograd gelegen Ladogameer werkte. Toen de revolutie uitbrak vluchtte hij oostwaarts om uiteindelijk in Wladiwostok neer te strijken. Daar ontmoette hij zijn Russische vrouw die hij over de grens smokkelde naar Mantsjoerije. Hij vestigde zich in Charbin en werd medewerker van de Asiatic Petroleum Company totdat hij vele jaren later werd benoemd tot honorair-consul en later tot consul-generaal. Tijdens de Japanse bezetting kreeg hij huisarrest, maar werd uitgewisseld tegen Japanse diplomaten en kwam uiteindelijk in Londen terecht met zijn vrouw en twee dochters.
Dan in de herfst van 1943 krijgt haar vader opdracht zich naar Moskou te begeven om zich aldaar als handelsraad te vestigen. De in Londen woonachtige Christina Barnes, de jongste dochter van Van der Hoeven kan evenals haar moeder en zuster niet mee. De zeeroute naar Moermansk is te gevaarlijk en met een militair vliegtuig mogen geen vrouwen worden vervoerd.

Omdat de Russen geen enkele belangstelling hebben voor handelsbetrekkingen met Nederland krijgt de handelsraad opdracht documentatiemateriaal te verzamelen over de economische situatie in de Sovjet-Unie.
Van Breugel Douglas is allesbehalve gediend van de 62-jarige man die doorgaat voor een ‘zonderlinge, maar goocheme vogel’. Hij heeft weinig vertrouwen in zijn openhartigheid, ‘die onder diplomaten niet gebruikelijk is’. Dat is vermoedelijk de reden dat Van der Hoeven zijn heil moest zoeken in Hotel Savoy. Vlak na aankomst schrijft hij zijn dochter Leentje in Londen op 28 januari 1944: ’Ik maak het heel goed. In het hotel krijg ik genoeg te eten en het is smakelijker, volgens mijn smaak tenminste, dan dat van de Cromwellroad. Als ze boter geven is het boter. De soep is meestal goed, soms aan de waterige kant, het ontbijt altijd uitstekend’.

Ambassadeur Van Breugel Douglas heeft inmiddels met zijn staf het huidige ambassadegebouw aan de Kalasjny Pereoelok betrokken. Maar hij zal niet lang meer blijven. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan illegale handel in roebels en antiquiteiten. OLH – Onze Lieve Heer – zoals zijn medewerkers hem schamper noemen, wordt in 1946 gerepatrieerd, evenals de duizenden ongewild in de Sovjet-Unie verblijvende Nederlanders voor wie hij de terugkeer naar hun vaderland regelde. In zijn voetspoor moet ook handelsraad Van der Hoeven het veld ruimen. De pioniersjaren zijn voorbij.

'Onze man in Moskou' is te beluisteren bij OVT op Radio 1 om ongeveer 11.25u op de volgende zondagen: 17 en 11 november en 1 december.