Monument kwam na veel debat WO I: Menenpoort in Ieper

- Zoom
- Drie klaroenblazers onder de Menenpoort
Ieper lag eind 1918 in puin. Belgen en Britten wilden een monument in de stad, maar er waren verschillende plannen. Ook over 25.000 keer Last Post onder de Menenpoort.
Monument kwam na veel debat
Eén van de meest radicale visies op het monument was die van Winston Churchill, de voorzitter van de Imperial War Graves Commission. De leden kwamen op 29 januari 1919 voor de achtste maal bijeen. Ongeveer halverwege werden ze overvallen door een onverwacht voorstel van Churchill.
'Ik zou graag het geheel van de ruines van Ieper verwerven', verklaarde hij. 'Ik weet niet hoeveel commissieleden rond de tafel reeds Ieper hebben bezocht, maar er bestaat geen mooier monument dan Ieper in het middaglicht. Er bestaat geen heiliger plaats voor het Britse ras. [.] Zou het niet mogelijk zijn om Ieper te verwerven, ofwel door een gift van de Belgen, ofwel door een overeenkomst, een koop of zo…'
Het voorstel vond zowel instemming als afkeuring onder de Britten. Dat er een belangrijk monument moest komen was duidelijk, aangezien er in en rond Ieper vele tienduizenden Britten waren gesneuveld. Het idee om de hele stad in puin te laten liggen, ging erg ver.
Dat vonden ook de voormalige bewoners van Ieper, die naar hun huizen terug wilden keren. Ze waren in 1915 geëvacueerd en vanaf die tijd was het min of meer een Britse stad geworden. Nu de oorlog voorbij was, werd de stad ook weer door de Belgen gebruikt.
De Belgen en de Britten kwamen in Ieper al gauw met elkaar in botsing. De 'town mayor', de Canadees Beckles Willson, was een fanatiek voorstander van het plan van Churchill. Hij meende dat Ieper voor de Britten zoiets moest worden als Jeruzalem voor de joden en Mekka voor de moslims. Het was heilige grond betoogde hij in 1920 in het boek 'Ypres - The Holy Grounds of British Arms'.
De Belgen begonnen de stad echter langzaam weer te bewonen. Er was dus geen sprake van dat de hele stad een ruïne zou blijven. Ook de handel kwam weer op gang. In 1919 werden er barakken gebouw tussen de ruines die dienstdeden als café, restaurant of hotel voor het Britse oorlogstoerisme.
Er gingen ook stemmen op om Ieper weer te herbouwen. Dat kon op een moderne manier gedaan worden of het kon in oude staat hersteld worden. Eventueel zou een deel van de stad een ruïne kunnen blijven, als monument voor de Britse soldaten.
Ook in Nederland werd over deze kwestie gediscussieerd. De Brugse modernistische architect had een rondgang langs architecten, kunstenaars en verenigingen gemaakt. De vraag was op welke wijze de beroemde Lakenhallen weer opgebouwd moesten worden. Architecten Dudok, Berlage en De Klerk kozen voor de moderne manier.
Een voorstander van de restauratie van de Lakenhallen was de schilder Piet Mondriaan. 'Hoewel ik ben voor het nieuwe, lijkt mij uit esthetisch, kunsthistorisch, nationaal en internationaal oogpunt de herbouw gewenst'. Inderdaad werd in 1928 begonnen met het herstel van de lakenhallen, een project dat tientallen jaren in beslag zou nemen.
Het bleek uiteindelijk het lot van de hele stad. Het huidige Ieper is een kopie van dat van vlak voor 1914. Wat hielp bij het herstel was dat Ieper net voor de oorlog was gerestaureerd. Daardoor had men genoeg ervaring en bouwplannen om de stad te herstellen.
De Britten kregen van de Belgen een plek voor een groot monument. Het werd de Menenpoort, bij de oostelijke ingang van de stad. Het poortgebouw is geïnspireerd door een klassieke triomfboog. Op de muren zijn de namen gebeiteld van maar liefst 55.000 militairen die voor 15 augustus 1917 vermist werden.
Op 27 juli 1927 werd het monument officieel ingewijd. Duizenden Britse pelgrims kwamen speciaal naar Ieper. De ceremonie werd live door de BBC verslagen. In Engeland stonden op openbare plaatsten en in kerken luidsprekers opgesteld, zodat de uitzending voor iedereen te volgen was. De Belgische bevolking werd opgeroepen om actief aan de festiviteiten mee te doen.
Tijdens de onthulling van het monument werd de Last Post geblazen. Dit maakt zoveel indruk op de Ieperse politiecommissaris Pierre Vandenbraambussche, dat hij besloot om met de hulp van andere notabelen de Last Post met enige regelmaat onder de Menenpoort uit te laten voeren.
In 1927 waren er zelden van dit soort uitvoeringen. Maar vanaf 2 juli 1928 wordt tot op heden iedere dag om 20u het verkeer onder de poort stilgelegd (afgezien van de jaren waarin België tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers was bezet). Ruim 25.000 keer hebben Belgische klaroenblazers de Last Post uitgevoerd.
Het is nog steeds een indrukwekkende ceremonie, die dagelijks door enige honderden mensen wordt bezocht. Het zijn vooral Britten, met hun onafscheidelijke plastic klaproosjes. Tegen achten wordt het opeens druk onder de Menenpoort. Er ontstaat een soort plechtige sfeer. Dan wordt het verkeer om acht uur stilgelegd.
Drie klaroenblazers blazen ‘Call to Attention’ (‘Geef Acht’), de ‘Last Post’ en als afsluiting ‘de Reveille’. Daarnaast kan er bijvoorbeeld een toespraak zijn, een gebed of wordt er het bekende gedicht ‘For the Fallen’ van Laurence Bynion geciteerd. De vierde strofe is bijzonder populair en de laatste regel wordt door het publiek herhaald:’We will remember them’.
Joris Smeets
Bron:
Dominiek Dendooven ‘Menenpoort & Last Post. Ieper als heilige grond’ (De Klaproos, 2001)