Mediene: het provinciale Joodse leven De keuze van Kiki Amsberg

- Zoom
- De sjoel van Enschede
/geschiedenis vroeg enkele oud-redacteuren van OVT om, in het kader van het 10-jarig bestaan van OVT, een bijzondere documentaire uit te kiezen die digitaal aangeboden zou moeten worden aan het publiek. ‘Hoe kwam ik op een serie over de Mediene, het Joodse leven vóór de Tweede Wereldoorlog?’ Oud-redacteur Kiki Amsberg maakte de serie in 1995 en is nog steeds met het onderwerp bezig.
Mediene: het provinciale Joodse leven
Kiki Amsberg: ‘Door een toeval had ik een advertentie gezien van busreizen door Nederland naar verborgen plekken die herinnerden aan de aanwezigheid van Nederlandse Joden in de provincie. Ik reisde mee met Judaica tours, busreizen naar Noord en Zuid Nederland, georganiseerd door een rabbijn en een dominee.
Ze lieten ons een kleine joodse begraafplaats verborgen achter nieuwbouwhuizen zien in Drente, en Leeuw van Juda boven op een woonhuis als teken dat daar een synagoge was geweest in Zeeland. En zo drong steeds meer het besef door hoe ontelbaar veel kleine Joodse gemeenschappen Nederland geteld had in de provincie.
De Joden spreken over Mokum, dat is Amsterdam zoals men weet, en de Mediene, en bedoelen daarmee het Joodse leven in de provincie. Iemand uit de Mediene werd door de Amsterdamse Joden spottend een Medieneschtamper genoemd. Dat Joodse leven was aan het begin van de vorige eeuw nog overal aanwezig, van Leek tot St. Oedenrode en van Boxtel tot Vriezenveen.
Als er geen sjoel was in je eigen plaats dan liepen de Joden naar een grotere stad waar wel een synagoge was. De Doesburgse Joden liepen naar Dieren, en die van Stadskanaal liepen naar Bourtange. Die van Nijkerk hielden hun rustdag op zaterdag terwijl de gereformeerden daar minstens tweemaal per dag op zondag ter kerke gingen.
Mijn eigen onwetendheid over het Jodendom deelde ik misschien met nog een paar anderen, misschien wel met een grote groep luisteraars. Dus stelde ik aan de redactie van O.V.T. voor een serie te maken over het Joodse leven in de provincie.
Het was in 1995, en ik denk dat het ook niet eerder mogelijk was geweest het vooroorlogse Joodse leven aan de orde te stellen. Tot die tijd werden de Joden alleen ondervraagd over hun lot in de Tweede Wereldoorlog, of daarna. Het leek wel of het onbehoorlijk was om te vragen naar hun jeugd vóór die tijd.
Je haalde het niet in je hoofd om te zeggen: ik wil niet praten over de oorlog, maar alleen over uw jeugd, over de school, het clubleven, de balavonden en de verliefdheden. Het was onbehoorlijk. Het was vanzelfsprekend om te vragen naar het verdriet over het verloren gegane geluk en de versplintering van het familieleven, naar de onderduik, de deportatie en de terugkeer.
Pas in de jaren negentig kon er schoorvoetend gevraagd worden naar een gelukkige jeugd toen ouders, broers en zusters, ooms en tantes nog allemaal aanwezig waren, kon er gesproken worden over de mooie feestdagen, de Chanoekakaarsjes en de Loofhut, het Poerimfeest en de matzes op Pesach.
In de serie probeerde ik zoveel mogelijk de tegenpolen en uithoeken in kaart te brengen: Groningen en Maastricht, Middelburg en Enschede. Ik koos nu voor de O.V.T. website uit de serie de aflevering Groningen, omdat daarin de prachtig vertellende (inmiddels overleden) Ies Cohen met licht Gronings accent zo beeldend het Joodse leven beschrijft, mevrouw Abrahams de Folkingestraat voor ons tekent en Koos Kaneel de bevlogen godsdienstleraar ons de eerste Joodse godsdienstles geeft.
En we de Groningse gedichten van Jaap Meijer kunnen horen. En op de lawaaierige veemarkt hoor je als je goed luistert nog de laatste twee Joodse veehandelaren het jiddish van de markt gebruiken. Die zijn er nu ook niet meer.
En na de radioserie maak ik nu voor televisie een documentaire over het zelfde onderwerp en praat met de laatste overlevenden over die Verdwenen Mediene.’
Extra afbeeldingen
- Zoom
- Kiki Amsberg OVT
- Kiki Amsberg, ex-redacteur OVT