Groot contrast met prins Claus Hendrik als prins-gemaal

- Zoom
- Prins Hendrik met takshond
Zo nauwkeurig als prins Claus zijn taken als prins-gemaal uitvoerde, zo slordig deed prins Hendrik dat. Waarom die grote verschillen?
Groot contrast met prins Claus
Prins Hendrik, de eerst prins-gemaal en de echtgenoot van koningin Wilhelmina van 1900 tot zijn dood in 1934, had talloze affaires met vrouwen en gaf miljoenen uit die hij niet had. Dat kwam gedeeltelijk omdat Hendrik zich kapot verveelde aan het Hof. Een adviserende functie bij het leger was niet mogelijk, vanwege de gevoelige politieke situatie tussen Duitsland en Engeland. Zijn Duitse afkomst voorkwam dat hij dat baantje kreeg. Voor andere functies kwam hij niet in aanmerking.
Hendrik had daarnaast geen eigen inkomen, hoewel dat één van de voorwaarden was geweest bij de huwelijksonderhandelingen. Wilhelmina betaalde hem een aanzienlijk bedrag per jaar uit eigen zak, maar dat bleek niet voldoende te zijn. De grote inflatie maakte het bedrag relatief steeds kleiner. En Hendrik had het geld hard nodig om de vrouwen te betalen, waarmee hij relaties had.
De meningen over het gedrag van Hendrik zijn verdeeld. Cees Fasseur, de biograaf van Wilhelmina, kwam uitgebreid aan het woord in een uitzending van Andere Tijden over Hendrik. Hij beaamde dat Hendrik veel affaires had en een paar kinderen verwekte naast Juliana. Maar zover als Hugo Arlman en Gerard Mulder in ‘Van de prins geen kwaad’ gaat hij niet.
Arlman en Mulder schrijven bijvoorbeeld dat Hendrik enige malen verrast werd door invallen van de politie in sjieke bordelen. Hij werd nooit voor de rechter gebracht en de zaken werden discreet afgehandeld. Hendrik komt uit het boek als een goedige, gulle man, die zich voornamelijk bezighield met vrouwen, kaarten en jagen. Verder deed hij alles om aan de spartaanse sombere sfeer aan het Hof te ontsnappen.
Het gedrag van Hendrik bracht zekere gevaren voor de monarchie met zich mee. Daarom werd in 1920 de commissaris van politie F. van ’t Sant door Wilhelmina benoemd als waakhond van Hendrik. Van ’t Sant kreeg als taak om te voorkomen dat er schandalen rond Hendrik in de publieke opinie terecht zouden komen. Met kunst en vliegwerk slaagde hij erin de prins-gemaal daarvoor te behoeden.
De relatie tussen Hendrik en Wilhelmina was voor de benoeming van Van ’t Sant al aardig bekoeld. Volgens Fasseur was dat voornamelijk te wijten aan de enorme schulden die Hendrik maakte en in veel minder mate door zijn affaires. Fasseur heeft een conservatieve schatting gemaakt hoeveel de prins-gemaal er doorheen heeft gejaagd in de periode 1922-1934. Het gaat om twee miljoen gulden. Omgerekend naar nu zou dat iets van 13 miljoen euro zijn, een fiks bedrag.
Het contrast met de levenswandel van prins Claus kan bijna niet groter. Claus veroorzaakte nooit schandalen en jaagde er ook geen kapitalen doorheen. Een man als Van ’t Sant had hij niet nodig. Claus was zich zeer bewust van de gevoeligheid van zijn positie en gedroeg zich daar ook naar.
Ook op politiek gebied zijn de verschillen groot. Claus was als Duitse diplomaat goed op de hoogte van wat er zich afspeelde in de wereld en had veel belangstelling voor ontwikkelingshulp. Hij had sterk politieke opinies, die hij echter in de geest van zijn taak als prins-gemaal binnenskamers hield. Hendrik, een voormalige militair interesseerde zich nauwelijks voor politiek, waardoor hij bijvoorbeeld ook ongevoelig bleek voor de opkomst van de nazi’s.
In het voordeel van Hendrik kan gezegd worden, dat de omstandigheden waarin hij prins-gemaal werd verre van gunstig waren. Hij had geen eigen inkomen, geen functie en hij vond het niet bijzonder prettig aan het Hof.
Claus was beter af dan Hendrik en prins Bernhard. Hij trof in 1965 een wijzer kabinet dan zijn schoonvader in 1936, aldus Harry van Wijnen in ‘De Prins-Gemaal’. Claus werd ver uit de buurt gehouden van handel en industrie, de achilleshiel van Bernhard, zoals later zou blijken uit het Lockheed-schandaal. Claus werd daarnaast ingewijd door vooraanstaande ambtsdragers, historici en journalisten. Hij was een stuk beter voorbereid op wat er van hem verwacht werd als prins-gemaal.
Joris Smeets
Bronnen:
Hugo Arlman en Gerard Mulder ‘Van de prins geen kwaad. Prins Hendrik & andere dossiers van Oranje’ (A.W. Sijthoff, Alphen aan den Rijn 1982)
Harry van Wijnen ‘De Prins-Gemaal. Vogelvrij en gekooid’ (Uitgeverij Balans, 1992)