In de wildernis Dinah Hausmann-Kohnstamm in OVT

- Zoom
- Dinah Hausmann-Kohnstamm (1928)
Het bewogen leven van Dinah Hausmann-Kohnstamm (1906-2002) geeft een indringend beeld van de twintigste eeuw. Patrick van de Hanenberg maakte voor OVT een drieluik over de dochter van de befaamde professor Philip Kohnstamm en de vrouw van de Duitse socialist Herbert Hausmann. Hij bezocht haar een aantal malen in Duitsland en schreef onderstaand verslag voor de VPRO Gids.
In de wildernis
‘Er zijn genoeg redenen geweest om te zeggen: Het is genoeg. Mijn zuster heeft zelf gekozen om te sterven. Zij heeft eten en drinken geweigerd. Maar toen jij in het dorp aan het wandelen was, heb ik de bonbons uitgepakt die je hebt meegenomen. En ik vind ze heerlijk.’
Het dorp is Wethen, in de buurt van Kassel. Een paar honderd zielen, fraai onderhouden Fachwerk-huizen, een kruidenier en een kerk, ongeveer halverwege Amsterdam-Berlijn. De dame die haar woorden in milde ironie verpakt, is Dinah Hausmann-Kohnstamm, dochter van pedagoog, theoloog, politicus, filosoof en natuurkundige Philip Kohnstamm. Half augustus is zij, vlak na haar 96ste verjaardag, overleden.
Vorig jaar november bezocht ik haar voor de eerste keer in Duitsland. Zij was toen de oudste nog in leven zijnde oud-leerling van Het Amsterdams Lyceum, de school waar ik drie dagen per week geschiedenis geef. Ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan van de school in 2002 werd een bundel samengesteld over bekende en minder bekende oud-leerlingen.
In september 1918 ging Dinah Kohnstamm naar de eerste klas van het ‘Lyceum van Gunning’, de liberaal-humanistische rector, die vond dat onderwijs meer moest zijn dan het traditionele eenrichtingsverkeer binnen de vier muren van het klaslokaal. Een aantal voorbereidende gesprekken die tot de oprichting van Het Amsterdams Lyceum hebben geleid waren ten huize van de familie Kohnstamm gevoerd. Op die nieuwe school, een combinatie van gymnasium en HBS, heerste dezelfde moraal als bij Dinah Kohnstamm thuis, die zij omschrijft als ‘liberaal fortschrittlich grossbürgerlich, met een gelijkwaardige rol voor jongens en meisjes. Daarom heb ik ook geen deel aan het feminisme gehad. Het is nooit mijn probleem geweest.’
Het was een bijzondere ontmoeting in de fraai verbouwde boerenschuur in Wethen. Ondanks haar beperkte lichamelijke krachten oogde Dinah Hausmann-Kohnstamm nog elke centimeter een dame. Zelfs het grote servet dat ze omhing om haar blouse tegen de appeltaart te beschermen droeg ze met allure. Haar geestelijke vermogens waren nauwelijks aangetast door de tijd. Het gesprek met deze vrouw was een genot. Ze ging net zo zorgvuldig om met de taal als met het leven.
Tussen de glasheldere herinneringen aan haar schooltijd door, vertelde ze over het ouderlijk intellectuele milieu, waardoor ze als kind in contact kwam met Albert Einstein en andere grootheden uit de universitaire wereld. Ze vertelde over haar korte, maar innige vriendschap met de jeugdige studente/prinses Juliana, een vriendschap die weer werd opgepikt toen Juliana koningin werd. En ze vertelde over de roerige jaren voor en na de oorlog in Duitsland, waar zij met haar man, de Duitse socialistische politicus Herbert Hausmann, naartoe was verhuisd. Een prachtig levensverhaal dat loopt van Amsterdam, via Ermelo, Freiburg en Berlijn naar Wethen, met tussenstations als Soestdijk (‘Vooral als Bernhard op reis was en Juliana zich zo eenzaam voelde in dat grote huis, vond zij het prettig als ik bleef logeren.’) en onbegaanbare paden in Italië en Zwitserland. Het artikel was het pronkstuk van de schoolbundel. Maar wel een verhaal dat een groter publiek verdiende dan de lezers van het boekje over oud-leerlingen.
Deze zomer werd een nieuwe ontmoeting gearrangeerd, waarvan het resultaat te horen is in een driedelige serie voor het VPRO-radioprogramma OVT. In vier ronden, verdeeld over drie dagen, vertelde Dinah Hausmann-Kohnstamm hoe zij een leven lang heeft gewankeld, heen en weer geslingerd tussen vier werelden, maar toch op de been is gebleven. Met een joodse vader en een niet joodse moeder was zij officieel niet joods, maar ‘voor de Hollanders was ik een Duitse, voor de Duitsers was ik een jood, voor de joden was ik een ariër. Eigenlijk was ik nergens. Ik was in de wildernis, in het niet omheinde, in het onmenselijke gebied, waar geen leven mogelijk was.’
Tijdens het laatste gesprek in Wethen belde de huisarts op met de vraag of de medicijnen, die haar extra kracht moesten geven, hadden geholpen. Volkomen tevreden antwoordde zij dat zij de inspannende gesprekken goed had doorstaan. Bij mijn afscheid maakte ze duidelijk dat haar verhaal als een ode moest worden beschouwd aan haar man en haar vader. En wat haar betreft, was het nu tijd voor haar om te gaan.
Ik was nauwelijks thuis, of er lag al een brief van mevrouw Hausmann-Kohnstamm op de mat. In wonderschoon handschrift noteerde zij nog enige aanvullingen op het gesprek, bang dat haar verhaal misschien niet helemaal duidelijk was overgekomen. Met name over de rol van haar zoon Paulander, de enige die zonder mentale kleerscheuren het tumultueuze gezinsleven heeft doorstaan. Een zoon heeft zelfmoord gepleegd, terwijl een andere twee mislukte pogingen tot zelfmoord heeft gedaan. ‘Helaas is de ambulance te vroeg bij hem geweest. Waren ze drie minuten later gekomen dan was hij verlost van deze wereld.’
Paulander Hausmann heeft in Wethen een oecumenische gemeenschap gesticht, die het slaperige dorpje een behoorlijke geestelijke en economische injectie heeft gegeven. De laatste tien jaar van haar leven heeft Dinah Hausmann in een eigen woning, verzorgd door haar zoon en schoondochter, in Wethen gewoond.
Daarvoor woonde ze in Berlijn waar zij het hoogtepunt van haar leven heeft meegemaakt. Zij schrijft dat zij daar de toekomst heeft gezien. ‘Op de avond van de 9e november 1989, staande op de Kurfürstendamm in Berlijn, op den avond dat De Muur ineenstortte was er een ogenblik lang vrede op aarde. Ik had reeds een keer bevrijding beleefd, in april 1945. Maar geen ‘vrede’ zoals dit keer. Toen immers bleef de wereld verdeeld tussen hen die overwonnen hadden en hen die overwonnen waren. In november 1989 heb ik het verhaal begrepen uit Lucas 2, van de herders op den velde, die engelen meenden te horen zingen. Begrepen dat ‘heil’ geschiedt als ons plotseling licht opgaat in een land van uiterste duisternis. Ik kon Berlijn verlaten, om in Wethen een nieuw leven te beginnen. En te zijner tijd zal ik ook Wethen verlaten voor een mij totaal onbekende morgen.’
In haar leven heeft Dinah Hausmann heel wat ‘onbekende morgens’ meegemaakt. Met name haar huwelijk was een sprong in het ongewisse. In 1930 trouwde zij op 23 jarige leeftijd met een Duitser en vertrok naar Duitsland. Na de Machtsübernahme van Hitler in 1933 kwam zij tijdelijk terug naar Nederland. ‘Mijn man had in de jaren twintig als een der weinigen Mein Kampf werkelijk gelezen, en wist wat er ging gebeuren. Voor de crisis van 1929 leefde Duitsland in een droom. Men had aan de Eerste Wereldoorlog ridderlijke herinneringen. Maar er is niets ridderlijks aan een oorlog.’
Even hebben Dinah en Herbert het nog halverwege de jaren dertig in Duitsland geprobeerd, maar toen in de Kristallnacht het laatste sprankje hoop aan diggelen werd geslagen door de SS en de opgehitste Hitler-aanhang vluchtte het echtpaar met hun kinderen weer naar Nederland. Aanvankelijk werd Dinah Hausmann als half-joodse vrouw met een Duits paspoort niet toegelaten. Hitler was ten slotte een bevriend staatshoofd, en al die joodse vluchtelingen kostten de Nederlandse staat alleen maar geld. Dankzij haar broer die op Binnenlandse Zaken werkte kreeg het gezin toch toestemming om Nederland binnen te komen.
De oorlog werd op onderduikadressen in Bussum en Ermelo doorgebracht. Na de bevrijding verhuisde het gezin naar Berlijn, waar Herbert Hausmann deelstaatminister voor verkeer werd, en later senator. In 1981 overleed hij.
Ondanks het feit dat zij het grootste deel van haar leven in Duitsland heeft gewoond is de ambivalentie tegenover haar tweede vaderland gebleven.
‘Het is veelzeggend dat het personeel op Soestdijk in de tijd van Juliana allemaal uit Oost Nederland kwam. Daar voel je al duidelijk de Duitse invloed. In West Nederland vloeit gezag voort uit kennis en capaciteiten. In Duitsland, waar de hiërarchie veel belangrijker is, staat macht en autoriteit voorop. Ik heb daar nooit goed aan kunnen wennen.’
Patrick van den Hanenberg
VPRO Gids, nr. 37, 14 september t/m 20 september 2002, pagina 14-15