Main Content

Britten vulden machtsvacuüm Irak in 1920

  • 16 april 2003
Arabië: kaart van het Midden-Oosten toen de regio nog overzichtelijk verdeeld was in vier streken.
Zoom
Arabië: kaart van het Midden-Oosten toen de regio nog overzichtelijk verdeeld was in vier streken.

Na de val van het regime van Saddam Hussein is er een machtsvacuüm ontstaan in Irak. Rond 1920 hebben de Britten dat probleem ook gehad na de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk.

Britten vulden machtsvacuüm

Het land wat we nu kennen als Irak heeft een korte geschiedenis. Het ontstond pas nadat het grote en machtige Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog ten onder ging. Het gebied had lange tijd van dat Rijk uitgemaakt. Maar het nieuwe Irak was allesbehalve een eenheid, want de grenzen waren getrokken door Westerse beleidsmakers.

Het Ottomaanse Rijk (Turkije) had in de Eerste Wereldoorlog de kant van het verliezende Oostenrijk-Hongarije en Duitsland gekozen. De Britten hadden er daarom alles aan gedaan om onrust te zaaien in het Ottomaanse Rijk. Ze slaagden erin met beloftes over onafhankelijkheid de Arabieren in opstand te laten komen tegen de Ottomaanse heersers.

De Arabieren ontdekten bij de Conferentie van Parijs in 1919 dat ze bedrogen waren. Ze hadden weliswaar de steun van de legendarische Brit T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia), maar dat bleek niet voldoende te zijn om de onafhankelijke koninkrijken te krijgen waar ze recht op meenden te hebben.

Een andere voorstander van de Arabieren was de Britse Gertrude Bell. Zij meende dat het Arabische nationalisme serieus moest worden genomen. Bell was zeer goed bekend in het Midden-Oosten, ging met de lokale heersers om en had voor de Britse geheime dienst gewerkt.

Maar de beslissing over het lot van het Midden-Oosten was echter al tijdens de Eerste Wereldoorlog gevallen. De Britten verdeelden samen met de Fransen de olierijke regio. De Britten kregen Zuid-Irak en de Fransen Syrië onder direct bestuur of onder hun invloedsfeer. De kaart van het Midden-Oosten werd meteen een stuk minder overzichtelijk. Voor 1914 had je slechts het Ottomaanse Rijk, Perzië, Rusland en Arabië (zie kaart).

De Britten voegden drie provincies van het Ottomaanse Rijk samen en noemden het Irak. De grenzen zijn vrij willekeurig getrokken. Met de verschillende bevolkingsgroepen (Koerden) en religies (Soennieten en Sjiïeten) binnen Irak werd geen rekening gehouden. De pas opgerichte Volkenbond gaf de Britten in april 1920 het mandaat over het gebied.

De Britten zeiden dat ze als bevrijders kwamen, net als de Amerikanen en Britten dat nu anno 2003 weer doen. De lokale bevolking pikte dat niet en kwam in opstand in juni 1920. De Britten gebruiken gifgas om de opstand te onderdrukken.

T.E. Lawrence was niet bijzonder te spreken over hoe zijn landgenoten in Irak bezig waren. Het stuk dat hij schreef in ‘The Sunday Times’ in augustus 1920 heeft wat weg van de kritiek op het huidige avontuur van president Bush in Irak.

‘The people of England have been led to Mesopotamia [Irak] into a trap from which it will be hard to escape with dignity and honour. They have been tricked into it by a steady withholding of information…Things have been far worse than we have been told, our administration more bloody and inefficient than the public knows.’

Om het ontstane machtsvacuüm in het gebied te vullen kozen de Britten ervoor prins Faisal koning van Irak te maken. Hij was één van de leiders van de Arabische opstand van 1916 tegen het Ottomaanse Rijk en had daarbij nauw samengewerkt met T.E. Lawrence. Hij had Damascus veroverd en was eerst korte tijd leider van Syrië geweest. De Fransen hadden het experiment niet lang laten duren.

Gertrude Bell, die bevriend met hem was, regelde een mooie kroningsplechtigheid in augustus 1921. Ze werd één van zijn voornaamste adviseurs. Het leverde haar de bijnaam ‘Uncrowned Queen of Iraq’ op.

Faisal I wist dat hij geen eenvoudige taak voor zich had. De bevolking zag hem als marionet van de Britten, en hij moest ook oppassen wat hij deed, want hij mocht de Britten niet teveel uitdagen. Hij probeerde met enig succes meer autonomie te krijgen, maar bleef sterk afhankelijk van het land dat hem tot koning van Irak had gemaakt. De bevolking kwam regelmatig in opstand tegen de buitenlandse militaire bezetting.

Dat het de Britten om olie te doen was bleek al snel. In 1925 sloten ze een verdrag, waarbij de olieproductie in handen kwam van de door de Britten gedomineerde Turkish Petroleum Company. Met hun militaire aanwezigheid in de regio konden ze dit eenvoudig afdwingen. Na de vondst van nog meer olie in 1927 werden de Britse belangen nog groter.

De zelfopgelegde taak van Faisal I om een eenheid van het onrustige en verdeelde land maken lukte slechts gedeeltelijk. De problemen zijn ruim 80 jaar later nog hetzelfde: religieuze verdeeldheid tussen Soennieten en Sjiïeten, het streven van de Koerden naar onafhankelijkheid en de aanwezigheid van een enorme olievoorraad, waar het buitenland begerig naar loert.

Joris Smeets

Bron:
Elie Kedourie 'England and the Middle East. The Destruction of the Ottoman Empire 1914-1921' (Mansell Publishing Limited, London 1987)

Bekijk de websites van Tegenlicht en The World met veel meer informatie over de geschiedenis van Irak.