Piet de Moor over de aura van Stalins macht Stalin: De Gelaarsde God
In een ongewoon boek over Stalin beschrijft Piet de Moor in tientallen hoofdstukjes de norsheid van een dictator, die zijn eigen trekken aan de samenleving opdringt.
Piet de Moor over de aura van Stalins macht
Het was een ontluisterende ontmoeting. In 1905 zag de onbekende Stalin voor het eerst zijn idool Lenin bij een bolsjewistische conferentie. Stalin had zich Lenin voorgesteld als ‘een statige, imposante reus’, maar in werkelijkheid bleek Lenin een doodgewone kleine man te zijn, die niet te onderscheiden viel van andere stervelingen.
Ook Stalin had tijdens zijn heerschappij over de Sovjet-Unie dit effect op mensen. De 1.62 meter lange man met het pokdalige gezicht was een weinig imponerende verschijning (in tsaristische politierapporten heette de latere ‘man van staal’ dan ook ‘de pokdalige’). Om zijn geringe lengte te verhullen liet hij zich portretten van zich maken, waar er naar hem op werd gekeken.
De laarzen van Stalin waren voorzien van hoge zolen. Bij de beroemde parades op het Rode Plein stond de dictator bovendien nog eens op een bankje. Naast een reus als de schrijver Maksim Gorki verschrompelde Stalin. Vandaar dat Stalin altijd zittend werd afgebeeld met de door hem gewaardeerde schrijver, merkte de componist Sjostakovitsj smalend op.
Het zijn dit soort observaties in hoofdstukjes als ‘Ledematen’ en ‘Lichaam’, die het lezen van het boek van De Moor tot een plezierige ervaring maken. Met getuigenissen van tijdgenoten, observaties van fictieschrijvers en de laatste wetenschappelijk sovjetliteratuur geeft hij een bijzondere inkijk in het leven van Stalin en zijn effect op zijn omgeving en de Sovjet-Unie.
De Moor heeft zijn ‘Gelaarsde God’ geschreven omdat er volgens hem iets ontbrak aan de bestaande literatuur. Hij pretendeert meer dan een karakterschets van Stalin te hebben geschreven. Het gaat hem om de stalinistische grimmigheid, de norsheid van de dictator, die zijn trekken aan de samenleving opdringt.
Die invloed op de mensen in zijn omgeving blijkt duidelijk uit het hoofdstuk ‘Imitatie’. De Moor citeert Viktor Kravtsjenko, die in zijn boek ‘Ik verkoos de vrijheid’ de metamorfose van machtige Lazar Kaganovitsj beschreef.
Volgens Kravtsjenko ging Kaganovitsj door zijn aanwezigheid in Stalins hofhouding steeds meer op zijn baas lijken. Hij verving zijn donkere baardje door een Stalin-snor. Ook in de lagere regionen van sovjetfunctionarissen werd de stijl van de grote leider geïmiteerd: zijn gebaren en taalgebruik.
De invloed van Stalin was zelfs zo groot, dat de stalinistische bureaucratie hun werkuren aanpasten aan die van hun hoogste baas. Stalin begon op 11 uur ’s ochtends en werkte tot een uur of vijf ’s middags. Hij pauzeerde hij dan een paar uren en daarna werkte hij door tot diep in de nacht.
Een voorbeeld van de stalinistische invloed valt te lezen in het hoofdstuk ‘Alomvertegenwoordigd’. Stalin was in het hele land aanwezig door middel van standbeelden. Volgens een anekdote was de beheerder van één van de meest monumentale Stalin-beelden zo bang dat vogels het beeld zouden onderschijten, dat hij het beeld onder hoogspanning liet zetten. Volgens een andere anekdote vreesden zelfs vogels een beeld van Stalin zodanig, dat ze er niet op durfden te gaan zitten.
De angst voor de levende Stalin was nog groter. In het hoofdstuk ‘Stront’ beschrijft De Moor hoe sommige bezoekers van Stalin het letterlijk in hun broek deden. Het bijzondere is, dat daar ook rekening mee werd gehouden. Er was speciaal personeel aanwezig om de ongelukkige mee te nemen en zijn broek te wassen.
Die angst blijkt ook uit een ander typerend verhaal. Stalin had een pianoconcert op de radio gehoord. Hij vond het zo mooi dat hij het wilde hebben. Alleen was er geen plaatopname van het concert (wat Stalin niet wist). In plaats van dat te zeggen zorgde de staatsradio ervoor dat de pianiste en een orkest werden opgetrommeld om het concert ’s nachts op plaat te zetten. Twee dirigenten waren te zenuwachtig om de opname te doen, een derde bleek sterk genoeg.
Er was dan ook alle reden om Stalin te vrezen. Vooral in het tweede deel van de jaren dertig richtte hij tijdens de beruchte Grote Terreur een ware slachting aan in zijn directe omgeving. Niemand was veilig voor hem, zelfs zijn vrienden moesten eraan geloven.
Joris Smeets
Piet de Moor ‘De Gelaarsde God. Stalin en de aura van de macht’ (Van Gennep, 2003)
Piet de Moor is samen met Erik van Ree ('The Political Thought of Joseph Stalin') op 2 maart te gast in OVT.
