Een legendarische Tocht der Tochten De Elfstedentocht van 1963

- Zoom
- Reinier Paping aan de start (foto: Anneke Bleeker)
De heroïsche Elfstedentocht van 1963 is een mythe geworden. Minder dan één procent van de toerrijders haalde de finish.
Een legendarische Tocht der Tochten
Op 18 januari 1963 om zes uur ’s ochtends vertrokken 10.000 toerrijders vanuit Leeuwarden voor een rondje van 200 kilometer door Friesland. Ze moesten voor twaalf uur ’s nachts binnen zijn. Achttien uur later hadden slechts 69 toerrijders de Elfstedentocht voltooid.
Dat is een laagterecord, want bij eerdere tochten haalde vaak meer dan de helft van de toerrijders de finish. Alleen in 1940 (35%) en 1947 (16%) was het ver daaronder. Deze ‘Tochtigste Tocht der Tochten’ van 1963 werd dan ook gereden onder zeer extreme omstandigheden. Het ijs was onberijdbaar, het vroor 18 graden en er stond een gierende storm.
De schaarse tv-beelden van de tocht bleven hangen in het collectieve geheugen van Nederland. Bij een verkiezing van de mooiste sportmomenten uit vijftig jaar tv-geschiedenis in 2001 kwam de Elfstedentocht van 1963 op de tweede plaats terecht (na de EK-voetbalfinale uit 1988).
De grote held van deze Elfstedentocht was zonder twijfel wedstrijdrijder Reinier Paping. Hij kwam om 5 uur ’s middag als eerste over de finish. Hij was één van de 59 wedstrijdrijders, die de tocht volbrachten.
Paping bleef 22 jaar lang de laatste winnaar van een heroïsche Elfstedentocht. Daardoor werd hij een bekende Nederlander en ook beroemder dan andere schaatsers die de tocht eerder gewonnen hadden. Wanneer er iets aan de Elfstedentocht werd gedaan door bijvoorbeeld de media, dan was Paping de aangewezen persoon om het verhaal van 1963 te vertellen.
Wat ook hielp bij de mythevorming van deze Elfstedentocht was, dat die van 1985, 1986 en 1997 in vergelijking met 1963 in onder bijna zomerse omstandigheden plaatsvonden. Goed ijs, een mooi winterzonnetje en prima uitgeruste schaatsers. Duizenden toerrijders reden op hun gemak de tocht uit.
De grootste heldendaden in 1963 werden echter achter Paping verricht, die nog voor het beginnen van de avond aankwam in Leeuwarden. De achtervolgende toerrijders reden namelijk vaak uren door het donker. Als 69ste en laatste kwam George Schweigmann, een winkelier uit Leeuwarden, om 23.45u binnen.
Met een groepje lotgenoten was Schweigmann met zeer veel moeite de laatste uren voor de sluitingstijd van de wedstrijd om 24u doorgekomen. Om ongeveer half tien hadden ze even in een kroeg in Oudkerk gezeten, waar ze nog werden verzorgd door een daar aanwezige EHBO-ploeg. Meer klunend dan schaatsend werden de laatste kilometers naar de finish afgelegd.
Het verhaal van deze ‘winnende verliezers’ werd vastgelegd door Schweigmann, die zich vrij snel bewust was van het belang van hun verhaal. Via het bestuur van de Elfstedenvereniging wist hij de adressen van de andere 68 toerrijders te achterhalen, die de tocht hadden weten te volbrengen. Hij stuurde ze allemaal een enquêteformulier en kreeg er 65 terug. Helaas verdwenen de formulieren in een la.
In 1993 kwamen de formulieren weer boven water bij een reünie. Schweigmann gaf ze mee als ‘treinlectuur’ aan Wim Hartung, die in 1963 het laatste stuk met de groep-Schweigmann als zwartrijder had meegereden. Hartung vond het zeer de moeite waard en maakte een kopie voor alle 69 toerrijders. Zo raakte het bestaan van deze enquête in bredere kring bekend.
Dankzij de enquête van Schweigmann kan worden nagegaan, wat voor soort mannen de toertocht in 1963 wisten te voltooien. Onder de 69 bevonden zich elf landarbeiders, negen veeverzorgers, acht studenten/scholieren, drie jachtenbouwers, twee tuinders, een inseminator, een belastingambtenaar en een kantoorbediende.
De geografische verspreiding van de 69 toont een voorspelbaar hoog aantal van Friese (34) en Noord-Hollandse (14) schaatsers. Opvallend is het kwartet rijders dat afkomstig is uit Lutjebroek. Ook verwacht is het lage aantal ‘stadsmensen’. Behalve zes Leeuwardenaren en twee Amsterdammers zijn maar elf rijders uit grotere steden afkomstig. De rest komt van het ‘platteland’.
De enquete bevat mooi materiaal. Geniaal is bijvoorbeeld antwoord van veehouder R. Wartena op de vraag of zijn conditie een week later weer geheel hersteld was:’de volgende dag kon ik mijn werk weer gewoon verrichten’, was zijn antwoord.
Ook de vraag of de toerrijders onderweg nog leuke ervaringen hebben opgedaan, levert aardige antwoorden op. S. Kamp, Wachtmeester bij de Koninklijke Marechaussee, schreef dat hij tijdens de tocht vooral wilde DRINKEN. In Bolsward vroeg hij daarom aan een vrouw of hij wat koffie uit haar thermoskan mocht. ‘Dit is alleen voor mijn eigen kennissen en niet voor jou’, antwoordde ze. Kamp vond het geen leuke ervaring.
Het verhaal van vier toerrijders en een ijsmeester is nu te vinden op /Geschiedenis. Basis van deze webdocumentaire zijn de radio-interviews met de volgende toerrijders:
George Schweigmann, toen winkelier, 38 jaar
Henk Gemser toen gymnastiekleraar, 22 jaar
Cees Bovée, toen gymnastiekleraar, 30 jaar
Willem Augustin, toen 39 jaar
IJsmeester Sjirk Velstra.
Aangevuld met citaten uit een enquête onder de 69 toerrijders die de tocht afmaakten.
OP DE RADIO
De radiodocumentaire ‘Fata Morgana in een Sneeuwwoestijn’ – radio 747 –
maandag 20 januari 16.00-16.45 uur + radio 1 – maandagnacht 20 januari 0.00-0.45
Radioportretten van ‘De mannen van ‘63’ – in ‘Madiwodo’ – radio 747 –
maandag 20 januari t/m vrijdag 24 januari, elke dag van 11.00-12.00
BOEK
Marnix Koolhaas en Jurryt van de Vooren ‘De mannen van ‘63– verhalen van de zwaarste Elfstedentocht aller tijden’ (uitgeverij Van Wijnen – Franeker) ISBN 90 5194 263 X
Presentatie i.s.m. Eerste Friese Schaatsmuseum tijdens reünie van de mannen van ’63 op zaterdag 18 januari 2003 in restaurant ‘De Kuilart’ nabij Koudum (langs het Elfstedenparcours: alleen toegankelijk voor pers)
WEBSITE
Website met alle verhalen, foto’s en archiefstukken: http://www.vpro.nl/elfstedentocht
IRL
‘Backstage’-programma voor VPRO-leden in Eerste Friese Schaatsmuseum