De keuze van keizer Constantijn in 312 Hoe Rome christelijk werd

- Zoom
- Constantijn
Na de overwinning bij de slag om de Milvische Brug bij Rome koos keizer Constantijn voor het christelijke geloof. Waarom?
De keuze van keizer Constantijn in 312
Op 28 oktober 312 stelden twee legers zich op bij de Pons Milvius, een brug over de Tiber een paar kilometer van Rome. Het ene leger werd geleid door Maxentius, het andere door Constantijn. Inzet van de strijd tussen deze Romeinse legeraanvoerders was de heerschappij over het westelijke gedeelte van het Romeinse Rijk.
Constantijn behaalde de overwinning en zijn tegenstrever Maxentius werd gedood. Over het verloop van de strijd is weinig bekend. De slag om de Milvische Brug kwam desondanks prominent in de geschiedenisboeken terecht door een uitspraak van de nieuwe keizer van het West Romeinse Rijk.
De overwinning was volgens Constantijn te danken aan de God van de christenen. Daarom verbond de keizer zich aan de christelijke gemeenschap in zijn Rijk, die hoogstens 10% van de bevolking uitmaakte. Er werden concrete maatregelen genomen in het voordeel van de christenen en hun kerk. Waarom deed hij dat?
Er zijn grofweg twee verklaringen voor de keuze die Constantijn voor het christendom maakte. Er is een kamp dat gelooft dat hij het deed vanuit religieuze overtuiging en een kamp dat meent dat hij politieke redenen had om voor de christenen te kiezen. Het eerste kamp baseert zich onder andere op geschreven bronnen.
Er zijn twee boeken van tijdgenoten die de bekering van Constantijn tot het christelijke geloof beschrijven. Volgens het twee jaar na de slag verschenen ‘De dood van de vervolgers’ van Lactantius droomde Constantijn dat hem bevolen werd het teken van Christus (Chi-Rho) op de schilden van zijn soldaten aan te brengen.
Een kwart eeuw na de slag beschreef Eusebius, een persoonlijke vriend van de keizer, in zijn ‘Leven van Constantijn’ hoe het er volgens hem aan toe was gegaan. Constantijn had de auteur onder ede verteld, zo claimde Eusebius, hoe die cruciale dagen rond de slag verlopen waren.
Het verslag van Eusebius is een stuk uitgebreider en kleurrijker dan dat van Lactantius, maar totaal verschillend. Constantijn had volgens deze tweede versie de hulp van God gezocht, zag in de hemel een kruis van licht en droomde dat hij Christus, de zoon van God, zag met hetzelfde teken dat hij aan de hemel had gezien.
Naast deze elkaar tegensprekende verhalen over de wonderbaarlijke bekering van Constantijn bij de Milvische Brug zijn er ook andere, meer praktische motieven aan te geven waarom de keizer voor de christenen koos.
Bovendien was de stap naar het monotheïstisch christelijke geloof niet zo groot voor Constantijn, die, net als zijn vader, een aanhanger was geweest van de monotheïstische cultus ‘Sol Invictus’ (de onoverwonnen zon).
Het tweede kamp van historici denkt dat Constantijn vooral politieke redenen had om zijn lot met hen te verbinden. Deze historici hebben niet het probleem van tegenstrijdige bronnen. Aan de andere kant is het lastig te verklaren hoe de keizer voordeel zou hebben bij zijn bondgenootschap met de christenen, een zeer kleine en niet bijzonder machtige gemeenschap die voornamelijk in het oosten van het Romeinse Rijk woonde.
Het is mogelijk dat Constantijn het christendom na 312 als een ‘rijksideologie’ ging gebruiken. Door zijn steun konden de christenen uitgroeien tot de dominerende godsdienst, waardoor er meer religieuze eenheid ontstond. Constantijn nam vanzelfsprekend een leidinggevende positie in de kerk in.
Constantijn liet zich na zijn dood in 337 in een door hem zelf gebouwde kerk in Contantinopel bijzetten in een sarcofaag. Om hem heen stonden 12 lege grafkisten. Constantijn beschouwde zichzelf namelijk als de dertiende apostel.
Joris Smeets
Bronnen:
Fik Meijer ‘Het visioen van Constantijn en de christianisering van Europa’, in: ‘Twintig eeuwen zien op u neer. Een wereldgeschiedenis vanuit Europees perspectief’ (Amsterdam 1999)
J.W. Drijvers ‘Constantijn de Grote en de christianisering van Roma Aeterna’, in P.W. de Neeve en H. Sancisi-Weerdenburg, ‘Kaleidoskoop van de Oudheid’ (Groningen 1989)
D.E.H. de Boer, J. van Herwaarden en J.Scheurkogel ‘Middeleeuwen’ (Groningen 1989)