Geschiedschrijvers over Romeinse keizers Keizerlijk wangedrag te Rome

- Zoom
- Tacitus
Dat macht corrumpeerde bij Romeinse keizers, blijkt uit de boeken Suetonius, Tacitus en Cassius Dio. Vrouwen aan het hof hadden soms grote (en verderfelijke) invloed.
Geschiedschrijvers over Romeinse keizers
Van der eerste keizers na Augustus heeft vooral Caligula een legendarische status als machtswellusteling bereikt. Dankzij (niet altijd even controleerbaar objectieve) geschiedschrijvers als Suetonius, Tacitus en Cassius Dio hebben we 20 eeuwen later een idee hoe het er aan toe ging in de Romeinse paleizen.
Tacitus (ca. 50 – ca. 116), Suetonius (ca. 70-ca. 150) en Cassius Dio (ca. 160-ca. 235) komen in hun geschriften met onderhoudende verhalen over de invloedrijke vrouwen aan het hof en de machtswellust en goddelijke ambities van Caligula, die het rijk bestuurde van 37 tot 41.
Suetonius beschrijft hoe Caligula letterlijke en figuurlijk aan zijn ‘goddelijke imago’ werkte: ‘Hij [Caligula] gaf opdrachten godenbeelden die om hun kunstzinnigheid beroemd waren – onder andere het Zeusbeeld uit Olympia – uit Griekenland over te brengen, waarna hij de hoofden eraf haalde en ze verving door het zijne.’
Ook de machstwellust wordt raak getroffen in een anekdote: ‘Bij een bijzonder chic diner schaterde hij [Caligula] het plotseling uit. Toen de consuls, die links en rechts van hem aanlagen beleefd informeerden waarom hij zo moest lachen, zei hij: “Begrijpen jullie dat dan niet? Natuurlijk omdat ik met één hoofdknik jullie allebei zou kunnen laten kelen.”’
Een ander verhaal van Cassius Dio laat zien hoe de keizer zijn minachting voor het bestuur toonde: ‘Een van zijn paarden - hij noemde het dier Incitatus – nodigde hij vaak uit bij het diner. […] Hij legde een eed af bij voorspoed en heil van het paard en beloofde zelfs dat hij het tot consul zou laten benoemen. Hij zou dat ook zeker gedaan hebben had hij de tijd van leven gehad.’
Uiteindelijk werd Caligula vermoord en kwam er, volgens Cassius Dio ‘zo uit eigen ervaring achter dat hij geen godheid was.’
De invloed van een aantal vrouwen op de eerste keizers van Rome was extreem groot. Livia, de vrouw van Augustus, had een bijzonder grote invloed op haar man. Intrigeren zat haar in het bloed en ze wist met grote handigheid allerlei mensen in het hof tegen elkaar uit te spelen. Volgens Cassius Dio was zij tijdens de regeerperiode van zijn opvolger Tiberius de machtigste persoon in het Romeinse Rijk.
‘Ze [Livia] ging nooit zover dat ze zich in de senaat liet zien, of in kazernes of volksvergaderingen, mar ze gedroeg zich verder in alle opzichten of zij het alleen voor het zeggen had. […] , en zij beweerde dat zij Tiberius tot keizer had gemaakt. Vandaar dat ze niet met hem op gelijke voet kon regeren maar zelfs voorrang op hem wilde hebben.’
Ook keizer Claudius werd gedomineerd door zijn vrouwen, volgens Cassius Dio. Zijn derde echtgenote Messalina leidde een losbandig leven, dat zij ook aan de rest van de keizerlijke hofhouding opdrong. Toen zij één van haar minnaars (Silius) tot keizer wilde maken in plaats van haar man, greep deze hard in. Claudius liet Messalina en Silius executeren.
Daarna trouwde Claudius met zijn nicht Agrippina. ‘Toen Agrippina zich eenmaal in het keizerlijke paleis had genesteld kreeg ze Claudius volledig in haar macht. Ze was er werkelijk zeer bedreven in haar kansen te benutten en ze slaagde erin iedereen op een of andere manier een vriendschappelijke relatie met Claudius onderhield op haar hand te krijgen, óf door ze bang te maken, óf door hun gunsten te verlenen.’
Nadat Agrippina haar zoon Nero door Claudius had laten adopteren, vermoordde ze de keizer (of liet hem vermoorden). Zo kreeg ze een bijzonder grote invloed op de nieuwe keizer. Die band ging volgens Tacitus zeer ver.
Hij citeert een zekere Cluvius, die vermeldt dat ‘Agripinna zich in haar hevig verlangen de macht te behouden zover heeft laten gaan dat zij bij herhaling midden op de dag, […] , zich hem in zijn dronkenschap aanbood en tot bloedschennis bereid.’
Nero begon zijn moeder te ontlopen, maar dat lukte niet bijzonder goed, meldt Tacitus. ‘Echter, waar men Agrippina ook liet verblijven, overal vond Nero haar drukkende last en daarom besloot hij tenslotte haar van het leven te beroven, nog slechts in zoverre met zichzelf te rade gaand of hij het zou doen met vergif, met een dolk of op een andere gewelddadige wijze.’
Joris Smeets
Bronnen:
Tacitus ‘Jaarboeken’ (Ambo, Baarn 1990)
Suetonius ‘Keizers van Rome’ (Amsterdam, 1997)
Cassius Dio ‘Vier keizers. Rome onder Tiberius, Caligula, Claudius en Nero’ (Amsterdam, 2000)
Audio OVT over de 'Jaarboeken' van Tacitus:
Het favoriete boek van de classicus Anton van Hooff
Fragment OVT 4 augustus 2002 uur 2 (8 min.)