Dodelijke intriges in een machtige familie Keizers-soap in Rome

- Zoom
- 'I Claudius'
In het jaar 14 stierf Augustus, de eerste keizer van het Romeinse Rijk. Zijn dynastie ging ten onder in een klassiek tragikomisch familiedrama, een dodelijke soap op hoog niveau.
Dodelijke intriges in een machtige familie
Keizer Augustus regeerde 41 jaar lang. Onder zijn leiding werd het Romeinse Rijk stabiel na een onrustige periode, hij zocht natuurlijke grenzen voor het rijk (de Sahara, de Rijn, de Atlantische Oceaan) en hij ‘herstelde de republiek’ (volgens hemzelf). In die ‘republiek’ trok hij de belangrijke functies naar zich toe, zodat Rome in feite een monarchie werd.
Na de dood van Augustus in het jaar 14 werd zijn 55-jarige stiefzoon Tiberius keizer, de zoon van zijn vrouw Livia. Ook haar andere zoon Drusus kwam in aanmerking voor het hoogste ambt, maar hij stierf al op jonge leeftijd.
In Rome werd gefluisterd dat Livia haar man had omgebracht, omdat hij van plan zou zijn geweest een andere opvolger aan te wijzen. ‘En er waren mensen die zijn gemalin verdachten van de misdaad’, schrijft de Romeinse geschiedschrijver Tacitus in zijn ‘Jaarboeken’.
In eerste instantie leek Tiberius capabel genoeg voor het keizerschap. Militair en bestuurlijk gezien had hij zijn zaakjes op een rijtje. Maar hij was weinig populair bij het volk, leed onder een ongelukkig privé-leven en raakte geïsoleerd door een steeds sterke wordend gevoel van paranoia.
Dat ging zelfs zover dat hij zich in 26 terugtrok op het eiland Capri, vanwaar hij via het hoofd van zijn ‘lijfwacht’ Seianus contact onderhield met de Senaat, het voornaamste bestuursorgaan van het rijk. Seianus kon de weelde van de een invloedrijke positie niet aan en kreeg keizerlijke pretenties. Dat werd Tiberius te bont en hij liet Seianus in 31 arresteren en ter dood brengen.
Als zijn opvolger had Tiberius zijn achterneef Gaius benoemd, die de geschiedenisboeken in zou gaan als Caligula (soldatenlaarsje). Hij had die bijnaam te danken aan het feit dat hij als kind in de legerschoenen van zijn vader rondstapte.
Na de bittere achterdochtige manier van besturen van Tiberius in zijn laatste jaren, hoopte men erop dat Caligula een betere keizer zou zijn. Het vierjarige bestuur (37-41) van Caligula was echter niet bepaald een succes. Hij werd met zijn vrouw en dochter in 41 vermoord, nadat de Senaat en de praetorianengarde (‘lijfwacht’) een grote hekel aan hem hadden gekregen.
De praetorianengarde hielp daarna met instemming van de Senaat een buitenstaander uit de keizerlijke familie in het zadel. Claudius, een oom van Caligula, was door een fysieke handicap en een licht trillend hoofd nooit als een serieuze opvolger gezien door Augustus en Tiberius.
Claudius, die geen bestuurlijke of militaire ervaring had, groeide onverwacht uit tot ‘de beste keizer na Augustus’. In 54 werd hij vermoord door zijn vierde vrouw Agripinna, een familielid, kort nadat hij haar zoon Nero als zijn troonopvolger had geadopteerd.
De achilleshiel van Claudius waren zijn echtgenotes. Tacitus meldt dat Claudius niet was opgewassen tegen het vrijgezellenleven en ‘slaafs onderworpen [was] aan de bevelen van zijn echtgenoten'. Zijn derde vrouw Messalina misdroeg zich zodanig dat ze uiteindelijk ter dood werd gebracht.
Claudius is in de 20ste eeuw vereeuwigd door een zeer leesbaar tweedelige fictief werk van Robert Graves, ‘I Claudius’ en ‘Claudius the god’ (ook als tv-serie te bewonderen geweest). Graves maakte gebruik van de onvolledige historische bronnen en vulde de leemtes en tegenstrijdigheden in de bronnen met fictie op.
Met Nero, die regeerde van 54 tot 68, komt al een einde aan de dynastie die door Augustus werd gesticht. Tot het begin van de jaren zestig stond hij nog onder de invloed van een paar verstandige adviseurs. Maar daarna liet hij zich weinig meer aan het bestuur van het rijk gelegen en gaf hij zich volledig over aan zijn artistieke neigingen.
De keizer wist door zijn gedrag en zijn grenzeloze bewondering voor de Griekse cultuur zoveel vijanden te maken, dat vanaf 65 de ene na de andere staatsgreep werd gepleegd. Uiteindelijk werd hij in 68 verdreven uit Rome en pleegde hij zelfmoord voor hij in handen van zijn belagers kon vallen.
In 69 vochten Galba, Otho en Vitellius om het keizerschap. Uiteindelijk kwam Vespisianus als winnaar uit de strijd.
Joris Smeets
Tacitus ‘Jaarboeken’ (Ambo Klassiek, 1990)