Main Content

Ontvoering van en moord op Italiaanse politicus in 1978 Aldo Moro

  • 13 maart 2003
Aldo Moro
Zoom
Aldo Moro

De christen-democratische politicus Aldo Moro werd in 1978 ontvoerd en vermoord door de terroristische Rode Brigades. Werd hij opgeofferd?

Ontvoering van en moord op Italiaanse politicus in 1978

Op 16 maart 1978 werd Aldo Moro in Rome ontvoerd door een eenheid van de Rode Brigades. De politicus was op weg naar het parlement, waar net die dag een nieuwe regering zou worden gepresenteerd. Het is de eerste regering die zal worden gesteund door de communistische partij (PCI).

De ontvoering op klaarlichte dag in het centrum van Rome slaagde door een uitgekiend plan. Het ene deel van de eenheid van de Rode Brigade blokkeerde de wegen, het andere deel schakelde zijn politie-escorte uit. Alle vijf begeleiders van Moro vonden de dood in de snel uitgevoerde aanval. Daarna werd hij in een auto gezet, die spoorloos verdween in het drukke verkeer van Rome.

De Rode Brigades, een kleine radicale terroristische groep, liet de wereld weten, dat ze Moro ontvoerd hadden. Om dat te bewijzen stuurden ze onder andere de beroemde foto, waar Moro te zien is met op de achtergrond het logo van de Rode Brigades.

Moro was niet de eerste de beste politicus in Italië. Hij was als leidende figuur in de dominerende christen-democratische partij (DC) zelfs één van de machtigste mannen van het land. Zijn ontvoering zorgde voor veel beroering. Een grootscheepse zoektocht werd opgezet om hem te vinden. Ook de paus, die bevriend was met Moro, zette zich in voor zijn vrijlating.

Er waren ook krachten die bereid waren Moro op te offeren. De communisten en een deel van zijn eigen christen-democratische partij onder leiding van Andreotti en Cossiga weigerden te onderhandelen met terroristen. Het leek erop alsof ze zijn lot niet belangrijk vonden.

Er zijn daarom sterke vermoedens dat de zoektocht naar Moro expres niet bepaald grondig gebeurd is. Aanhangers van deze complottheorie wijzen erop dat het onderzoek in de zaak Moro verdacht klungelig is uitgevoerd. Bij de ontvoering van een NATO-generaal door de Rode Brigades een paar jaar later bleek de Italiaanse overheid opeens wel in staat om de zaak met succes op te lossen.

Het was nogal bitter voor Moro, dat juist de communisten en een deel van zijn eigen partij weigerden te onderhandelen met de ontvoerders. Moro schreef tijdens zijn ontvoering een aantal brieven, waarin hij er op aandrong dat hij werd geruild voor een aantal gevangen leden van de Rode Brigades. Maar hij had ook door dat de animo daarvoor nogal klein was.

‘Is het mogelijk, dat jullie allemaal vanwege zogenaamde staatsredenen, die een of ander jullie influistert, bijna als alle oplossingen van het Land mijn dood willen?’, vraagt Moro zich in een brief aan zijn vooraanstaande partijgenoot Zaccagnini af.

Moro werd 55 dagen na zijn ontvoering dood gevonden in de kofferbak van een auto. Alle pogingen om hem te redden waren dus mislukt. Maar kwam het tragische lot van de politicus een hoop invloedrijke mensen misschien juist erg goed uit?

Moro had zich voor zijn ontvoering ingezet voor de toenadering van de christen-democraten tot de communisten. Een doodzonde in het naoorlogse Italië, want er waren teveel machtige groepen voor wie dit een taboe was. De invloedrijke Amerikanen bijvoorbeeld wilden dat ten koste van alles voorkomen. Dat zijn lijk werd gevonden op een plek die symbolisch op gelijke afstand van de partijgebouwen van de christen-democraten en de communisten was ook net wat te toevallig.

Italië had in de Tweede Wereldoorlog meegevochten met Hitler. De overwinnende Geallieerden besloten er na de oorlog een democratie van te maken. Met de Koude Oorlog op de achtergrond was het van groot belang dat de communisten, die een vrij sterke aanhang in het land hadden (vaak meer dan 25%), buiten de regering werden gehouden. De PCI is de grootste communistische partij van Europa en decennia lang de tweede partij van Italië.

Resultaat van deze constructie was dat de christen-democraten, die tussen 1963 en 1979 steeds ongeveer 38% van de kiezers achter zich kregen, altijd in de regering zaten. Om een meerderheid te halen vormden ze coalities met veel kleinere partijen, zoals de sociaal-democraten, die ze gemakkelijk konden domineren.

De politiek van Moro stuitte ook in zijn eigen partij op hevige tegenstand en sommigen waren bereid om zeer ver te gaan. Zijn partijgenoot Cossiga vertelde jaren later in een Duits tv-programma dat Andreotti en hij zelfs een plan hadden uitgedacht, voor het geval dat Moro levend van zijn ontvoering terug zou keren.

Moro zou dan worden opgesloten worden in de polikliniek van het Gemelli-ziekenhuis in Rome, waar ze hem zouden ‘heropvoeden’. De politicus zou worden geïsoleerd ‘tot hij niet meer gevaarlijk was voor de Staat en voor de DC [zijn partij]’, aldus Cossiga.

De ontvoering van en de moord op Aldo Moro veroorzaakte daarnaast ook eens verdeeldheid bij de Rode Brigades. Ontvoerders Valerio Morucci en Adriana Farranda waren tegen het vermoorden van Moro. Ze verlieten de Rode Brigades en namen de wapens mee. In het openbaar zegden ze hun solidariteit aan de organisatie op. Na een onderduikperiode werden ze opgepakt en tot forse straffen veroordeeld.

Er bestaan ook geruchten dat de Rode Brigades in de zaak Moro een werktuig waren van krachten, die Moro onschadelijk wilden maken. Daarbij wordt gedacht aan infiltranten van geheime diensten, die de Rode Brigades tot de ontvoering en de moord zouden hebben verleid. De leden van de organisatie hebben altijd beweerd dat dit onmogelijk was.

Morucci en Farranda waren afkomstig uit linkse radicale organisaties. In 1974 besloten ze die vastgelopen organisaties te verlaten en klommen ze snel op in de hiërarchie van de Rode Brigades.

Beide ontvoerders werden midden jaren tachtig in de gevangenis geïnterviewd door Dany Cohn-Bendit voor de film en het boek ‘In de ban van de revolutie. Omzien naar de jaren ‘60’. Hun beslissing om de Rode Brigades te verlaten was niet impulsief geweest, maar een lang proces. Het stoorde hen dat ‘het vrijwel onmogelijk was geworden kritiek en militante actie binnen een organisatie als de Rode Brigaden te verenigen’, aldus Farranda.

Morucci betoogde daarnaast dat ‘tijdens het gevecht, in het kader van de revolutionaire strijd vond ik het onontbeerlijk om wapens te hebben. Maar niet om te gebruiken! Niet om de doden’. Een eigenaardige redenering, aangezien bij de ontvoering van Moro zijn begeleiders koelbloedig waren vermoord.

Joris Smeets

OVT zendt op 16 en 30 maart een tweeluik over de ontvoering en dood van Aldo Moro uit.
‘Het Spoor terug: De man in de kofferbak’

Bronnen:
Dany Cohn-Bendit ‘In de ban van de revolutie. Omzien naar de jaren ‘60’ (Van Gennep, Amsterdam 1986)
Tom Welschen ‘Het Italiaanse complex. Partijen en bewegingen van 1970 tot 1990’ (Uitgeverij THOTH, Bussum 1996)
NRC Handelsblad (16-3-1998) ‘Moro kende alle troebele geheimen’
VPRO Gids nr. 11 (15 t/m 21 maart 2003) ‘Het lijk in de kofferbak’