Main Content

‘The miserable parent of a luckless tribe’ De ‘eerste’ oorlogsverslaggever

  • 28 maart 2003
Boek over oorlogscorrespondenten in de Krimoorlog
Zoom
Boek over oorlogscorrespondenten in de Krimoorlog

‘Am I to tell these things, or hold my tongue?’, vroeg W.H. Russell zich in 1854 af. De vader van de oorlogsjournalistiek worstelde al in de Krimoorlog (1854-1856) met (zelf)censuur.

‘The miserable parent of a luckless tribe’

Oorlogscorrespondenten in Irak laten maar een klein gedeelte zien van wat ze meemaken en vinden. Ze worden beperkt door zelfcensuur, militaire censuur, propaganda en een thuisfront dat niet zit te wachten op negatieve verhalen. In 150 jaar is er op dat punt weinig veranderd in de oorlogsverslaggeving.

De Ier William Howard Russell was één van de eerste moderne oorlogsjournalisten. Hij deed verslag van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Frans-Pruisische Oorlog, de opstand van de Commune in Parijs en de Zoeloe Oorlog van 1879. Zijn artikelen tijdens de Krimoorlog (1854-1856) maakten hem een beroemd man.

De Krimoorlog was begonnen met een conflict tussen de Turken en de Russen over vorstendommen langs de Donau. De Russen trokken die gebieden binnen en versloegen de Turkse vloot bij Sinope in november 1853. De Fransen en Britten steunden de Turken en stuurden hun legers onder andere naar de Krim.

Russell werd in 1841 ontdekt door The Times, omdat hij de Ierse verkiezingen zo origineel versloeg. Hij besloot zich niet in het hoofdkwartier van één van de partijen te nestelen, maar in het ziekenhuis. De verkiezingen gingen altijd met zoveel geweld gepaard, dat er onvermijdelijk leden van allerlei partijen in het ziekenhuis zouden belanden. Een ideale plek om een goed overzicht van de gebeurtenissen te krijgen dus.

In 1854 vertrokken Brits troepen richting Turkije om tegen de Russen te vechten. De leiding van de invloedrijke en veelgelezen krant ‘The Times’ merkte dat de bevolking zeer enthousiast was over de oorlog. Was het niet een goed idee om iemand de oorlog te laten volgen?

De ervaren Russell leek de aangewezen persoon om er op af te gaan. Daarmee was hij één van de eerste oorlogscorrespondenten en bovendien één van de invloedrijkste. Er werd Russell door ‘The Times’ verzekerd dat hij voor Pasen weer thuis zou zijn, maar het duurde twee jaar voordat hij weer voet op Engelse bodem zette.

Voor de Krimoorlog waren er nauwelijks oorlogscorrespondenten en vertrouwden de Britse kranten op informatie van jonge officieren en informatie uit buitenlandse kranten. De officieren waren niet de ideale correspondenten, omdat ze het belang van het leger voorop stelden en geen journalistieke ervaring hadden. Buitenlandse kranten waren onbetrouwbaar.

In de twee jaar dat Russell de Britse troepen volgde zette hij een standaard voor oorlogsjournalistiek. Zijn artikelen voor het thuisfront waren kritisch, terwijl het leger niet precies wist wat het met het fenomeen oorlogscorrespondent aanmoest.

Vanaf het begin was Russell slecht te spreken over het Britse leger. De organisatie was matig, zieken werden slecht verzorgd en de laatste keer dat het serieus slag had moeten leveren was 40 jaar eerder bij Waterloo tegen Napoleon. Maar moest hij dat in zijn artikelen vermelden, vroeg hij zijn redacteur Delane in Londen, of moest hij zijn mond houden?

Dat het Britse leger niet goed was uitgerust voor een oorlog was ook een andere oorlogscorrespondent opgevallen. De jonge Ier Edwin Lawrence Godkin was al een jaar eerder naar Turkije gestuurd door de ‘London Daily News’. Hij liet zich niet weerhouden door zelfcensuur en schreef een pittig stuk over de belabberde organisatie in het leger. Hij had het vooral voorzien op de slechte logistiek.

In de negentiende eeuw waren de medische voorzieningen zeer slecht. Een hoog percentage van de soldaten werd al door ziekte uitgeschakeld, voordat de slag begon. Gewonden hadden weinig overlevingskansen. Ook de toevoerlijnen voor troepen, voedsel en wapens waren dramatisch traag en kwetsbaar.

De Britten leden hier ook onder, vooral de Russische winter van 1854-55 eiste veel slachtoffers. Volgens Russell waren er van de ruim 50.000 soldaten nog maar ruim 10.000 in staat om te vechten.

Het mikpunt van Russell werd Lord Ragdan, de leider van de Britse troepen in de Krimoorlog en daarmee de verantwoordelijke man. Raglan was een echte Britse held, wiens gloriedagen in de Napoleontische oorlogen hadden gelegen. Zijn leidinggevende capaciteiten waren omstreden, zijn dapperheid niet.

Bij Waterloo werd zijn gewonde arm er zonder verdoving door een chirurg afgesneden. Raglan wilde na de operatie zijn arm graag terughebben, omdat er een ring aan zat, die hij van zijn vrouw had gekregen.

Eén van de beroemdste artikelen van Russell verscheen eind 1854 in ‘The Times’. Het was een beschrijving van een slag, die op 25 oktober 1854 had plaatsgevonden: ‘The charge of the Light Brigade’. Russell kon het slagveld vanaf een heuveltop prachtig overzien en samen met de legerleiding zag hij het drama voor zich ontvouwen.

De Britten vielen de Russische stellingen met 673 man Cavalerie aan. Minder dan 200 van hen keerden terug. In zijn dagboek schreef hij dat hij weinig onder de indruk was van de legerleiding, in zijn verslag voor de krant legde hij het accent op de glorie van de oorlog. Hij beschreef wat hij zag, maar hield zijn mening daarover voor zich.

Het optreden van Russell in de Krimoorlog had een paar interessante effecten. Ten eerste werd er een fotograaf, Roger Fenton, naar de Krim gestuurd om positieve plaatjes te maken. Die waren bedoeld als propaganda tegen de kritische berichten van Russell.

Ten tweede trokken de Britten de conclusie uit hun ervaringen in de Krimoorlog dat oorlogscorrespondenten lastig waren. In de Boerenoorlog en de Eerste Wereldoorlog werd de pers goed in de gaten gehouden en was de censuur zeer streng.

Met Russell liep het zeer goed af. Hij ontving hoge onderscheidingen, trouwde met een gravin, raakte bevriend met machtige Britten, stelde zich verkiesbaar voor het parlement en begon een krant.

Naar huidige maatstaven was zijn oorlogsjournalistiek weinig kritisch, vergeleken met de periode voor 1854 was het een enorme stap vooruit. Russell was zich bewust van de eigenaardige beroepsgroep van oorlogscorrespondenten, waarvan hij één van de eerste was. Hij noemde zichzelf dan ook ‘the parent of a luckless tribe’.

Joris Smeets

Bronnen:
Philip Knightley ‘The First Casualty. From the Crimea to Vietnam: The War Correspondent as Hero, Propagandist and Myth Maker’ (Quartet Books, London 1975)
J.W. Bezemer ‘Een geschiedenis van Rusland. Van Rurik tot Gorbatsjov’ (Uitgeverij G.A. van Oorschot , Amsterdam 1994)