Main Content

De cynische grappen van Stalin Stalinistische humor

  • 3 maart 2003
'December 5' (E. Mirzoev, 1938)(IISG, Amsterdam)
Zoom
'December 5' (E. Mirzoev, 1938)(IISG, Amsterdam)

Het regime van Stalin had ondanks alle gruwelijkheden een wrange humoristische kant. De dictator veroorloofde zich zo nu en dan een grapje voor een bevend publiek.

De cynische grappen van Stalin

De kilheid van de humor van Stalin is al duidelijk te zien in zijn familiekring. Zijn zoon Jakov probeerde in 1928 zelfmoord te plegen met een vuurwapen. De sarcastische reactie van zijn vader was, dat Jakov kennelijk slecht gemikt had. Hoe kon zijn zoon toch van zo een korte afstand kon missen?

Met zijn dochter Svetlana had Stalin een veel betere band, zij was zijn lievelingskind. Svetlana zat in de klas met meisjes, waar de ouders van waren opgepakt. Ze pleitte bij haar vader voor de vaders en moeders van haar vriendinnetjes. De reactie van Stalin: ‘Maar hoe slaag jij er toch altijd in om vrienden te hebben waarvan de ouders in de nor zitten?’

Het waren de tijden van de stalinistische terreur, die in 1936-38 voor grote angst zorgde in de elite van de sovjetstaat. Het begon met de moord op Sergej Kirov op 1 december 1934. Deze aanslag, waar volgens velen Stalin zelf achter zat, vormde de ideale aanleiding voor een klopjacht op de (vermeende) tegenstanders van de alleenheerser.

Het was een soort sneeuwbaleffect: de geheime politie pakte mensen op, die weer andere mensen aanwezen als misdadigers. Allen zouden betrokken zijn bij de meest uitzinnige complotten. In showprocessen moesten de verdachten in het openbaar de krankzinnigste zaken bekennen.

Dat het proces tegen de verdachten van de moord op Kirov op dezelfde dag (19 augustus 1936) begon als de opening van het Moskouse theaterseizoen, moet bijna wel een stalinistisch grapje zijn geweest.

Legendarisch waren de drankgelagen en de schranspartijen van Stalin en zijn hofhouding. Deze alcoholische banketten begonnen aan het eind van de avond en gingen door tot diep in de nacht. Er werden heildronken uitgebracht, moppen verteld en staatszaken geregeld. Wanneer iemand tijden het festijn in slaap viel, kon hij wreed gewekt worden doordat Stalin tomaten en bestek naar hem gooide.

In de hofhouding van Stalin was de Hongaar Karl Pauker de hofnar. Hij was de kapper van Stalin en voorzag zijn hem van ranzige en antisemitische grappen. In 1936 had Pauker een act waarmee hij Stalin vreselijk aan het lachen kon krijgen. Hij had inspiratie opgedaan bij de terechtstellingen van Stalins oude kameraden Grigori Zinovjev en Lev Kamenev.

De act bestond uit een imitatie van de huilende en smekende Zinovjev, die naar de executieplaats werd gebracht. Pauker deed na hoe Zinovjev op zijn knieen viel en zijn beulen smeekte om Stalin te bellen. Stalin lachte bij het aanzien van Paukers toneelstukje vast ook zo hard, omdat hij Pauker later hetzelfde lot zou laten ondergaan als Zinovjev.

Een ander staaltje stalinistische humor was het in de war brengen van zijn hofhouding. Die waren er op getraind om het de leider zoveel mogelijk naar de zin te maken en hem de hemel in te prijzen. Voor hen was het dan onbegrijpelijk dat Stalin opeens de Stalinprijs voor literatuur uitreikte aan schrijvers, die Stalins naam niet noemden in hun boeken.

Toch is de beste stalinistische grap van recentere datum. Op 1 april 2001 opende Viliumas Malinauskas in Litouwen het pretpark ‘Stalin World’. Het omstreden project, dat op 120 kilometer van de hoofdstad Vilnius ligt, ‘koppelt de charme van Disneyland aan de gruwelen van een sovjetgevangenenkamp’, verklaarde initiatiefnemer Malinauskas bij de opening.

Hoogtepunt van het pretpark is een verzameling van meer dan zestig beelden van Stalin en andere Sovjet-leiders. Malinauskas betreurt het, dat hij geen toestemming van de autoriteiten heeft gekregen om bezoekers met ‘authentieke’ veewagens (waar gevangen in vervoerd werden) mag gebruiken om bezoekers naar zijn attractie te mogen leiden. Stalin had de humor van ‘Stalin World’ vast ingezien.

Joris Smeets

Bronnen:
Piet de Moor ‘De Gelaarsde God. Stalin en de aura van de macht’ (Van Gennep, 2003)
Historisch Nieuwsblad (februari 2003): Stalin geloofde heilig in zijn eigen propagandaleuzen