‘De Waarheid’ en de werkelijkheid Stalins dood
Op 6 maart 1953 stond een paginagroot lovend artikel over de verdiensten van Stalin in het communistische blad ‘De Waarheid’. Wat was er werkelijk gebeurd?
‘De Waarheid’ en de werkelijkheid
Na de dood van Stalin op 5 maart 1953 verscheen op 6 maart een extra editie van de communistische krant ‘De Waarheid’ (‘Volksdagblad van Nederland’). Daarin stond een eerbetoon van de leiding in Moskou aan de overleden leider van de communistische wereld, gericht aan ‘Waarde kameraden en vrienden!’ Hieronder drie fragmenten uit de lofrede met daartussen wat contrasterende visies.
1. ‘De Waarheid’:
‘Het hart van de strijdmakker en geniale voortzetter van de zaak van Lenin, van de wijze leider en leermeester van de Communistische Partij en het Sowjet-volk, Josef Wissarionowitsj Stalin, heeft opgehouden met slaan.’
Dmitri Volgokonov ‘Triomf en Tragedie. Een politiek portret van Josef Stalin’ (De Haan, 1990):
De wijze waarop Stalin stierf was te wijten aan de atmosfeer die hij zelf had gecreëerd. Na een nacht stevig doordrinken kreeg hij een beroerte. Het duurde echter zeer lang, voordat dat ontdekt werd. Dat kwam door de wijze waarop hij beveiligd werd en door de angst die zijn naaste medewerkers en lijfwachten voor hem hadden.
Tegen de middag begon het dienstdoende personeel zich zorgen te maken. Stalin had nog niets van zich laten horen, wat vrij ongewoon was. Niemand durfde initiatief te nemen. In de loop van de dag nam de ongerustheid toe. Ze begonnen ruzie met elkaar te maken over wie de kamer van Stalin binnen moest gaan.
Pas om elf uur ‘s avonds durfde medewerker Starostin de kamer in te gaan. Als excuus had hij een stapeltje voor de leider bestemde post bij zich. Stalin lag op de grond, bleek niet te kunnen praten en hief zijn arm op. Een aantal medewerkers legden hem op een bank. Nu diende zich een nieuw probleem aan.
De enige die artsen voor Stalin mocht regelen was Beria. Deze invloedrijke sovjetfunctionaris en mogelijke opvolger van Stalin was nergens te vinden. Pas een uur of drie ‘s nacht kwam Beria bij de doodzieke Stalin, die nog geen medische hulp had gehad. Beria handelde traag en de eerste artsen arriveerden in de ochtend.
De artsen kwamen veel te laat om Stalin nog te kunnen redden. Een paar dagen later hield ‘het hart van de strijdmakker en geniale voortzetter van de zaak van Lenin’ op met slaan.
2. ‘De Waarheid’:
‘De dood van kameraad Stalin, die zijn leven onbaatzuchtig in dienst stelde van de grote zaak van het communisme, is het ernstigste verlies van de Partij, voor het werkende volk van de Sowjet-Unie en de gehele wereld.’
Andere Tijden: De dood van Stalin (4 maart 2003):
Stalin had in al zijn onbaatzuchtigheid voor de ‘grote zaak van het communisme’ miljoenen (vermeende) tegenstanders laten vermoorden. Zelfs tijdens zijn begrafenis kwamen er mensen om het leven, alsof hij tijdens zijn leven nog niet genoeg ellende had veroorzaakt.
Na zijn dood werd Stalin namelijk opgebaard in de Zuilenzaal in Moskou, waar hij eens tijdens de jaren dertig de showprocessen had laten opvoeren. Daarin had hij zijn belangrijkste politieke concurrenten ter dood laten veroordelen.
De bevolking van Moskou, diep geschokt en in de war door het heengaan van hun leider, wilde hem nog een keer zien. Voor de Zuilenzaal ontstond een lange rij wachtenden. ‘Onophoudelijk stroomt de levende rivier van volksliefde en volkstrouw’, meldde het Russische commentaar bij de beelden van de grote massa rouwenden. De werkelijkheid bleek gruwelijker.
Doordat de eindeloze rij nauwelijks bewoog, besloten een deel van de wachtenden voor te dringen, terwijl anderen juist probeerden te verlaten. Het gevolg was een dodelijk gedrang. In combinatie met de massahysterische gewelddadige sfeer leverde deze onlusten vermoedelijk een paar duizend doden op.
Zo verpletterde en vertrapte ‘het werkende volk van de Sowjet-Unie’ elkaar om ‘kameraad Stalin’ nog één keer te kunnen zien.
3. ‘De Waarheid’:
‘De partij beschouwt het als een van haar voornaamste taken de communistische en alle arbeidende mensen op te voeden in de geest van onverzoenlijkheid en moed in de strijd tegen binnen- en buitenlandse vijanden.’
Stéphane Courtois (e.a.) ‘Zwartboek van het communisme. Misdaden, terreur en onderdrukking’ (Uitgeverij De Arbeiderspers, 1997):
De gedoodverfde opvolger van Stalin leek Lavrenti Beria te zijn. Beria had vanaf de jaren dertig alle zuiveringen in de top van de communistische partij weten te overleven. Hij was één van Stalins belangrijkste functionarissen geworden en had enorm veel bloed aan zijn handen.
Andere hoge functionarissen vreesden dat Beria na de dood van Stalin alle macht naar zich toe zou trekken. Hij zou zijn naaste concurrenten misschien willen uitschakelen. Om Beria onschadelijk te maken, begonnen ze samen te werken. Samen konden ze zijn macht breken.
Beria werd in midden 1953 gearresteerd. Volgens de beschuldigingen was hij een Engelse spion en een ‘verbeten volksvijand’. Aan het einde van het jaar werd hij geëxecuteerd. De partij was onverzoenlijk geweest tegen deze binnenlandse volksvijand.
Joris Smeets
