Main Content

1938-1976: Cineast in Mao-land China door de ogen van Joris Ivens

  • 10 november 2003
Zeven weken in China
Zoom
Zeven weken in China

In 1938 komt Joris Ivens voor het eerst in China aan. ‘Red Star over China’(1938) van E. Snow en de roman ‘La condition humain’ van Malraux vormen zijn beperkte leidraad.

1938-1976: Cineast in Mao-land

Een nijvere propagandist

Joris Ivens maakte 2426 minuten film. Bijna 80 procent (1907 minuten) daarvan was politieke propaganda. Hij produceerde 716 minuten film voor zijn Chinese opdrachtgevers. Met deze prikkelende cijfers opent Michel Korzec, niet bepaald een fan van het werk en de persoon van de filmer, zijn essay ‘Joris Ivens’ in zijn boek ‘Ik kan alles uitleggen’.

Voor de Comintern naar China in 1938

In 1937 was Ivens in Spanje, waar een burgeroorlog woedde. Hij had er de propagandafilm ‘The Spanish Earth’ opgenomen. Nu kreeg hij van de Comintern de opdracht om een film over China te maken. In eerste instantie had die film over een ‘revolutionair basisgebied’ van de communisten moeten gaan. Maar nadat de communistische partij in september 1937 een verbond met de nationalistische Guomindang (voorheen de grote vijand van de communisten) tegen de Japanners had gesloten, werd het thema de Chinese strijd tegen de Japanners, die grote delen van China bezet hielden.

De omstandigheden in het chaotische China waren verre van ideaal om een film te maken. Ivens, zijn cameraman Fernhout en de Hongaarse fotograaf Robert Capa zaten weken opgesloten in de nationalistische hoofdstad Hankou. Ze mochten niet buiten de stad werken en zeker niet naar de communistische gebieden van Mao. Fernhout kon zijn frustratie nauwelijks bedwingen, Ivens bleef kalm.‘Wordt nooit boos in China, dat is tegen het decorum, je lijdt gezichtsverlies, je mag vooral niet boos worden. Je moet rustig blijven. Dat doen zij al drieduizend jaar, rustig blijven’.

Naar het front!

Uiteindelijk mochten ze op 1 april 1938 naar het Chinees-Japanse front vertrekken. Het was er nogal passief. De Japanners zaten in de verdediging en de Chinezen vielen alleen ’s nachts aan. Overdag bewerkten de Chinese boeren gewoon het niemandsland tussen de fronten, terwijl de kanonnen elkaar over grote afstand beschoten.

Het resultaat was een zwakke film, die afgezien van een aantal fraaie shots bestond uit onsamenhangend materiaal. De geringe kennis van Ivens van de gecompliceerde politieke situatie had ook niet geholpen, de boeken van Snow en Malraux waren volstrekt onvoldoende voorbereiding. ‘The 400 Milion’ kwam ook op een ongunstig moment uit, want in 1939 was door de dreigende oorlog in Europa die in China op de achtergrond geraakt.

Loyale fellow traveller

Het bezoek van Ivens aan China betekende het begin van een langdurige relatie met de communistische machthebbers. Hij had ook al voor Stalin gewerkt in de jaren dertig en hoorde overduidelijke bij de ‘professionele’ fellow-travellers, met het communisme sympathiserende mensen van buiten de communistische dictaturen die het ophemelen van dit soort regimes als hun levenstaak beschouwden. Door zijn prima connecties bij de Chinese top werd Ivens een vaste bezoeker van de jonge ‘socialistische’ heilstaat. Hij was getuige van de ‘Grote Sprong Voorwaarts’ rond 1960 en de ‘Culturele revolutie’ rond 1970.

Grote Sprong Voorwaarts

Bij een bezoek in 1958 constateerde Ivens dat half afgebouwde fabrieken het landschap ontsierden. Dat kwam doordat sovjetingenieurs, die met het bouwen begonnen waren, zich naar de Russische heilstaat hadden teruggetrokken door politieke spanningen tussen China en Rusland. De sympathie van Ivens ging vanaf die tijd steeds meer naar China uit, bekende hij later.

De Grote Sprong Voorwaarts was een grote ramp voor China. De door Mao bevolen massale productie van staal mislukte gigantisch. De maoïstische leus ‘Ieder naar behoefte’ deed de voedselvoorraden zodanig slinken, dat er een hongersnood uitbrak.

Ondertussen werkte Ivens rustig mee aan de propagandafilm, waarin miljoenen Chinezen bij de Britse ambassade protesteerden tegen de Engelse politiek in het Midden-Oosten. De film was waarschijnlijk opgenomen met een bekende Hollywood-truc: de voorsten van de demonstratie sloten via een omweg weer achteraan en creëerden zo de indruk van een lange ononderbroken protestmars.

Culturele Revolutie

Ivens was ondanks de uitwassen van de Culturele Revolutie overtuigd van de nobelheid van de bedoelingen van Mao. In zijn ‘Autobiografie van een filmer’ (1970) betoogt hij dat de grote denker Mao in China bezig is om de ‘nieuwe mens’ te creëren. Erg kritisch was Ivens niet. Zijn bijna feilloze gevoel voor zelfcensuur maakte hem een ideale figuur om China (en andere communistische dictaturen) in de etalage van de wereld te zetten. Hij had begin jaren zeventig ongeveer het monopolie om als buitenlander in China te filmen.

Ivens meldde in zijn autobiografie dat hij ‘werd gedreven door het verlangen om de wereld te bevrijden van alles wat onzuiver was’. Of hij Beethoven en Confucius onzuiver vond is niet duidelijk. Een Chinese campagne in 1973 had namelijk de leus ‘Beethoven bekritiseren! Confucius veroordelen!’.

Film Hoe Yukong de bergen verzette

Ook zei Ivens in het midden van de jaren zeventig dat hij de leugens over China wilde ontmaskeren. Hij deed dat door het maken van de film ‘Hoe Yukong de bergen verzette’ (1976), een zeer lange 12-delige (en 12-urige!) film. De titel van de film was overgenomen van een belangrijk artikel van ‘voorzitter Mao’. Het ging over het leven van gewone Chinezen en verheerlijkte de verworvenheden van de Culturele revolutie.

In de periode ervoor was zelfs de loyale Ivens jarenlang niet verder gekomen dan de transitzone van het vliegveld van Peking. De Culturele Revolutie was verboden gebied voor buitenlanders tot in 1972 een gematigdere periode aanbrak.

Ivens werkte vanaf 1972 tot 1976 aan de film. In die tijd veranderde het politieke klimaat in China een paar keer ingrijpend, onder andere door de dood van Mao. De nieuwe Chinese machthebbers waren weinig gecharmeerd van de film. ‘Hoe Yukong de bergen verzette’ was een half jaar na voltooiing al politiek achterhaald. Tien jaar later distantieerde zelfs Ivens zich van de film.

Dit is de vierde aflevering van een serie portretten van beroemde China-gangers. Volgende week: Nederlandse fellow-travellers.

Kijk op 'Zeven weken in China' voor een online reisverslag van twee Nederlandse verslaggevers langs de Oostkust van het huidige China.

Citaten:

‘Net als in het geval van Spanje vormde de tocht naar China een politieke daad voor zover het in mijn bedoeling lag een film te maken die deel zou zijn van de strijd en China zou helpen zijn onafhankelijkheid te herwinnen. Maar van China wist ik niks.’
Joris Ivens en Robert Destanque in ‘Aan welke kant en welk heelal’

‘De integriteit in onze benadering van het werk werd door de Chinese autoriteiten volkomen verkeerd begrepen. Merkwaardig, omdat de Chinese zaak [in 1938] dringend behoefte had aan een documentaire film. Maar ze konden zich niet voorstellen dat iemand al die moeite zou nemen om iets te maken waar China behoefte aan had, zonder er zelf beter van te worden. De zaken gaan voor, zelfs in oorlogstijd. Ze dachten, als bankiers, alleen in termen van geld.
Joris Ivens in ‘Autobiografie van een filmer’

‘Het belangrijkste was dat ik in China [in 1958] een echt, energiek en gericht streven vond om niet alleen industrie, landbouw en wetenschap in socialistische zin te ontwikkelen en vooruit te brengen, maar ook een nieuwe mens te vormen, arbeider, boer of intellectueel, met een werkelijk socialistische instelling ten opzicht van zijn werk en leven en de verhouding tussen de mensen onderling.’
Joris Ivens ‘Autobiografie van een filmer’

‘Marceline en ik begonnen ons tenslotte af te vragen waarom de bureaucraten in Peking het zover met ons hadden laten komen. Wat moesten we eigenlijk [in 1972]? We waren volledig afhankelijk van de plaatselijke Partijleiders, we waren de gevangenen van hun dogmatisme en niets dat we filmden [voor ‘Hoe Yukong de bergen verzette’] had enig belang.’
Joris Ivens en Robert Destanque in ‘Aan welke kant en welk heelal’

‘Men verwijt ons nu nogal eens dat we geen beeld hebben gegeven van het andere China, dat we het niet hebben gehad over de onderdrukking en de strijd, over de excessen en de fouten. Maar hoe hadden we dit ter sprake kunnen brengen?
Joris Ivens en Robert Destanque in ‘Aan welke kant en welk heelal’

Bronnen:

Joris Ivens Autobiografie van een filmer (1970)
Joris Ivens en Robert Destanque Aan welke kant en welk heelal. De geschiedenis van een leven (1983)
Michel Korzec Ik kan alles uitleggen (1994)
Hans Schoots Gevaarlijk leven. Een biografie van Joris Ivens (1995)

Tijdlijn:

1938 Joris Ivens bezoekt China voor het eerst

1945 Japan capituleert. Het einde van de Tweede Wereldoorlog leidt in China tot het begin van de burgeroorlog tussen communisten en nationalisten

1948 De communisten dopen zichzelf om tot het Volksbevrijdingsleger en halen een aantal belangrijke overwinningen.

1949 In januari valt Beijing in de handen van de communisten, in april Nanjing, en in mei Shanghai. Op 1 oktober roept Mao Zedong op het Tiananmenplein in Beijing de Volksrepubliek uit.

1956-1957 Mao lanceert de campagne ‘Laat honderd bloemen bloeien’. Schrijvers en kunstenaars mogen openlijk kritiek uiten op het communistische bewind. Maar als in mei '57 de kritiek aanzwelt en critici democratische verkiezingen eisen, slaat het klimaat opeens om. Vanaf juni wordt in het hele land een hevige 'anti-rechtse elementen'-campagne opgezet, waarin meer dan een half miljoen burgers naar strafkampen wordt gestuurd.

1958-1960 De Grote Sprong Voorwaarts, een nieuwe campagne die China in sneltreinvaart tot een moderne communistische heilstaat moet maken. Boerenbedrijven worden op grote schaal omgevormd tot landbouwcommunes. En om de staalproductie op te krikken, worden overal in het land smeltovens geïmproviseerd waarin boeren hun gereedschappen, bestek en andere metalen objecten om moeten smelten. De campagne leidt tot grote hongersnoden in het hele land.

Tekst: Joris Smeets