Main Content

Begin serie over Nederlands-Chinese ‘confrontaties’ China door ogen van Nederlanders

  • 15 oktober 2003
Zoom

Honderden jaren zijn Nederlanders naar China gereisd: voor handel, dichterlijke inspiratie, het schrijven van reisboeken, het maken van propaganda en het sympathiseren met het communistische bewind.

Begin serie over Nederlands-Chinese ‘confrontaties’

China is geen eenvoudig te begrijpen land voor de Nederlanders. De Nederlandse blik op het grote exotische land blijft er één van verwondering. Ook van de Chinese kant weet men vanaf de militaire handelsmissies van de VOC in de 17de eeuw tot golf van reisboekenschrijvers van de jaren tachtig van de 20ste eeuw niet wat men van de gasten uit het verre westen moet vinden.

De eerste Nederlands-Chinese confrontatie in de serie speelde zich af in de 17de eeuw. De VOC probeerde zich 40 jaar lang een vaste plaats te verwerven aan de Oostkust van China. De Chinezen lieten de ‘sluwe barberen’ hun gang gaan tot een bepaalde grens. Zodra die was overschreden werden de Hollanders op verpletterende nederlagen getrakteerd. In 1662 werd het laatste Nederlandse fort door de Chinezen veroverd.

In de twintigste eeuw kwam een heel ander soort bezoekers uit Nederland naar China. De dichter-schrijver en scheepsdokter J. Slauerhoff voer er in de jaren twintig op zijn reizen langs. De woeste zeeën en de eenzame zeelieden in de nachtclubs inspireerden hem meer dan de gewelddadige politieke strubbelingen in China.

Voor de filmer Joris Ivens stond de ‘inspiratie’ juist in dienst van de politiek. Hij maakte in 1938 zijn eerste propagandafilm in China voor de opkomende communisten van Mao en zou dat tot de jaren zeventig blijven doen. Het regime kon altijd bouwen op de Nederlandse fellow- traveller, die ook Stalin tot zijn klantenkring had mogen rekenen.

Bij zijn eerste bezoek aan China begreep Ivens niks van China. Veertig jaar later stuitte hij nog steeds op moeilijkheden in de politiek zeer turbulente heilstaat, waar ‘bloeiende bloemen’, ‘de grote sprong voorwaarts’, ‘de culturele revolutie’ en ‘de bende van vier’ de politieke agenda van de communistische partij met grote regelmaat in volle hevigheid door elkaar heen schudde.

De politieke onrust en het geweld van de dictatoriale Chinese heilstaat van de zeventiger jaren bleek geen bezwaar voor een nieuwe groep Nederlandse bezoekers: de fellow travellers.. Voorzien van een vaste begeleider werden ze (Anja Meulenbelt en Bas de Gaay Fortman bijvoorbeeld) een paar weken comfortabel rondgeleid langs zaken als een modelboerderij, een moderne fabriek of een progressief heropvoedinggesticht. Vanzelfsprekend steeds begroet wordend door comité’s, die hen feestelijk ontvingen

Omdat ze al voor hun aankomst in China hadden besloten, dat ze in een heilstaat zouden worden rondgeleid, waren ze niet bijzonder kritisch. Ze zagen wat ze wilden zien. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse reisboekenschrijvers, die eind jaren zeventig in China werden toegelaten. China had tientallen jaren dicht gezeten voor bijna alle buitenlanders. Ook mensen die niet sympathiseerden met de heilstaat, konden nu een kijkje nemen.

Reizen door China bleek een marteling voor reizigers als Adriaan van Dis en Carolijn Visser. Het land was nog aan het herstellen van de maoïstische excessen. China was geen paradijs, zoals de fellow-travellers hadden verkondigd. Treurige armoedige steden, afstandelijke en nieuwsgierige Chinezen en overvolle treinen vol rochelende reisgenoten. Het eerste woord dat de reisschrijver in het Chinees leert, wanneer hij zijn neus weer stoot tegen het gebrek aan service, is ‘Mei You?’, dat vertaald wordt met ‘morgen dan?’.

Aan het begin van de eenentwintigste eeuw is China een bruisend land geworden, dat op weg is één van de grootste economieën ter wereld te worden. Dit nieuwe China is het onderwerp van een reisverslag, dat vanaf volgende week begint en via deze China-serie op /Geschiedenis te bereiken is.

Joris Smeets