De groeistuipen van een nieuw medium TV in de jaren vijftig
In 1951 begon Philips Experimentele Televisie met uitzendingen voor 40 tv-toestellen. In 1958 waren er al 391.000 tv’s. En dat met maar 12 uur zendtijd per week voor alle omroepen.
De groeistuipen van een nieuw medium
In Nederland is de opkomst van de televisie niet te danken aan de overheid of aan de radio-omroepen. Het was voornamelijk Philips dat zich sterk maakte voor de introductie van tv in Nederland. De regering en de omroepen stribbelden in het begin zelfs meer tegen, dan dat ze de onvermijdelijke opmars van het nieuwe product ondersteunden.
Philips handelde puur uit eigenbelang. Het bedrijf zag hoe de tv in Amerika en Engeland een onstuimige ontwikkeling doormaakte. Om mee te kunnen doen op de wereldmarkt voor tv-toestellen was het nodig dat Nederlanders de tv ook zouden omarmen.
Voor de Tweede Wereldoorlog was Philips technisch al in staat om uitzendingen te verzorgen. Overigens waren ze er in 1936 nog niet helemaal uit hoe de tv er uit zou komen te zien. Zou de standaard een elektrische televisie, een mechanische televisie of een soort mini-bioscoop worden? Philips had grote verwachtingen van de laatste mogelijkheid.
De overheid zag de tv niet zitten in het begin van de jaren vijftig. In de tijdsgeest van de Wederopbouw was geen ruimte voor een duur luxeartikel als de tv. Minister-president Drees had bovendien weinig vertrouwen in de inhoudelijke waarde van het nieuwe medium.
De omroepen waren ook tegen. Naast economische bezwaren tegen de dure tv hadden ze een aantal andere argumenten. Televisie werd beschouwd als een vermaaksmedium voor de minder ontwikkelden en men vreesde voor zedenloze toestanden.
Toch zag de overheid ook in dat de opkomst van de tv niet te stuiten zou zijn. Na grote druk van Philips op de regering om een nationale televisiezender op te richten werd als compromis gekozen om op kleine schaal te beginnen met Philips Experimentele Televisie. Later haakten ook de omroepen in.
In die pioniertijd van de jaren vijftig bleek al snel hoe groot de aantrekkingskracht van het nieuwe medium was. Grote aantallen vrienden en kennissen stroomden naar de huizen van de gelukkige bezitters van de eerst 40 tv’s (veelal topmannen van Philips).
Tot het einde van de jaren vijftig bleven de huizen van tv-bezitters populair bezoekadressen (in 1958 had nog maar 1 op 40 Nederlanders een tv). Op een bepaalde manier kreeg Philips dus (tijdelijk) gelijk met de verwachting dat de standaard-tv een soort mini-bioscoop zou worden.
In 1958 steeg het aantal tv’s in Nederland enorm, van 239.000 naar 391.000. Dat had zeker te maken met het interessante aanbod van dat jaar: het WK Voetbal in Zweden, de opening van de Brusselse Expo en vooral het Derde Eurosongfestival, dat vanuit Hilversum werd uitgezonden.
Aan de andere kant was het tv-aanbod zeer beperkt, In 1958 werd er slechts 12 uur per week uitgezonden. De kijker vond dat wat weinig waar voor zijn goede geld. Na de aanschaf van een duur televisietoestel had hij een kwantitatief groter aanbod verwacht.
Deze klacht vond gehoor en in 1959 werd de zendtijd uitgebreid tot 15 uur per week. Geen bijzonder grote stap voorwaarts voor het snel groeiende tv-publiek en helemaal zeer weinig vergeleken met de hedendaagse hoeveelheid zenders en programma’s.
Joris Smeets
Bronnen:
Andere Tijden: Begin van de TV (dinsdag 23 september 2003 20.55u)
VPRO Gids: ‘Jaar 1958’ door Hugo Hoes
