Main Content

Genomineerd voor de titel van grootste Nederlander aller tijden Mies Bouwman (1929)

  • 13 augustus 2004
Mies Bouwman en Rinus Ferdinandusse tijdens een sketch in 'Zo is het toevallig ook nog 's een keer'.
Zoom
Mies Bouwman en Rinus Ferdinandusse tijdens een sketch in 'Zo is het toevallig ook nog 's een keer'.

Ze werd een bekend gezicht in 1951 en maakte alle uitersten van de televisie mee.

Genomineerd voor de titel van grootste Nederlander aller tijden

Al in 1951, toen Nederland nog maar honderd televisietoestellen telde, was Mies Bouwman voor het eerst op de buis te zien. De omroep die Bouwman destijds voor de camera’s zette, de KRO, eert haar 53 jaar na dit debuut met een plaats op de nominatielijst voor de grootste Nederlander aller tijden.

Toch gingen Bouwman en de KRO ooit in onmin uit elkaar. Bouwman moest het veld ruimen toen het gerucht ging dat ze een verhouding had met de getrouwde cameraman Leen Timp. Ze ging daarop schrijven voor de Volkskrant, maar ook daar kwam de affaire aan het licht en Bouwman moest wederom vertrekken. De AVRO trok zich minder aan van deze zaak, en maakte van de jonge presentatrice haar nieuwe gezicht.

De grote doorbraak voor Bouwman kwam in 1962, toen ze het onvergetelijke ‘Open het Dorp’ presenteerde, de eerste grootschalige liefdadigheidsactie op de Nederlandse televisie. En wat voor een: liefst een heel etmaal lang zamelde de ijverige presentatrice een ongekend hoog geldbedrag in ten bate van Het Dorp, een nog aan te leggen nieuwbouwwijk in Arnhem, speciaal voor gehandicapten. Geholpen door gasten die in de uitzending de meest uiteenlopende kunsten en voorstellingen kwamen geven, haalde Bouwman tien miljoen gulden binnen – een voor die tijd absurd hoog bedrag. Later zou de opbrengst van de televisiemarathon zich nog vermenigvuldigen dankzij donaties uit alle denkbare hoeken, van magere spaarvarkens tot royale bedrijfsdonaties.

De AVRO verklaarde Bouwman ‘heilig’ na dit televisiespektakel. Niet dat zij daar zelf op zat te wachten, want het gevolg van de heiligverklaring was dat de omroep haar even geen programma’s meer liet maken. Die konden immers alleen maar tegenvallen. De verafgoodde presentatrice legde zich niet bij de opgelegde radiostilte neer, en besloot zich te richten op een totaal andere vorm van televisie: satire, in de vorm van het verfoeide programma ‘Zo is het toevallig ook nog ‘s een keer’.

Hiermee hielp Bouwman in één haal haar nationale heldenstatus om zeep. Al vanaf de eerste uitzending, in november 1963, viel het programma bij onnoemelijk veel Nederlanders in het verkeerde keelgat. In het Nederland van toen was de combinatie van satire en ondermijning van autoriteit en gezag een onbekend verschijnsel op televisie. En het gezag op de hak nemen, dat was voor velen ongeoorloofd. De afschuw voor het maandelijkse programma groeide zelfs uit tot uitgesproken haat tegen Bouwman en haar collega’s. Zozeer dat haar gezin onder continue politiebescherming moest staan.

Uiteindelijk besloten de programmamakers zelf de show op te heffen. Niet om van alle kritiek af te zijn, maar omdat de VARA, de omroep die het uitzond, teksten van een sketch verbood. Enkele jaren geleden was er van rancune echter geen sprake meer, toen de televisiegids Vara-Magazine ‘Zo is het…’ uitriep tot het beste programma van de vorige eeuw.

Decennia lang bleef Bouwman miljoenen kijkers trekken met programma’s als ‘Mies en scène’, ‘Een van de acht’ en ‘In de hoofdrol’, totdat ze haar televisieloopbaan rigoureus stilzette. Na een ernstige ziekte kwam ze echter terug met een opgepoetste versie van ‘In de hoofdrol’, een comeback waarmee ze veel indruk maakte. Sinds deze uitzendingen is ze nog af en toe op televisie te zien geweest, waaronder in het VPRO-programma Zomergasten.

Intussen is Bouwman overgestapt van de buis naar het boek. In 2002 schreef ze het kinderboek Rambamboelie, over een hond die niet meer kan blaffen. Het boek is een enorm succes, waarvan de eerste druk al binnen een week was uitverkocht. Inmiddels bereid Bouwman zich voor op het schrijven van een nieuw kinderboek.

Aschwin Tenfelde