24 februari 2004
Triomfantelijk stort Jan Bakker twee plastic supermarkt zakken midden in zijn woonkamer leeg. Op de tweede verdieping van zijn flat, die uitkijkt over het Scheveningse strand, rollen twee paar legerschoenen over de grond. Een reusachtig paar sandalen, maat 54, en een paar hoge bruine legerlaarzen.
Het is schoeisel zoals dat tijdens de Tweede Wereldoorlog aan tienduizenden parachutisten werd uitgereikt. Met een opmerkelijk verschil. Beide zijn ze uitgerust met zes centimeter grote ijzeren springveren die met forse bouten zijn bevestigd aan zool en hak. De schoenen zien er uit als de bizarre vinding van Wiley Coyote, de tekenfilmwolf die met springveren onder de zolen reusachtige sprongen kan maken in de achtervolging op aartsvijand Roadrunner.
Tijdens de oorlog had dit bizar ogende dit schoeisel het antwoord moeten worden op het almaar toenemende aantal gebroken en verzwikte enkels van geallieerde parachutisten. Vele geallieerde testen leren dat het idee simpel, doeltreffend en zelfs levensreddend is. Het Nederlandse leger wil het idee wel te gelde maken en maakt een ronkende promotiefilm, maar het mag niet baten. De springschoenen zullen nooit in productie worden genomen. Niet vanwege een verwacht gebrek aan succes maar wegens een gebrek aan oorlog.