Main Content

Schrijver nam het op voor ter dood veroordeelden Elsschot over Borms en Van der Lubbe

  • 12 januari 2004
Willem Elsschot (De Parelduiker, 2001 4/5)
Zoom
Willem Elsschot (De Parelduiker, 2001 4/5)

Hoe stond Willem Elsschot politiek? In 1934 schreef hij een gedicht voor de linkse internationalist Marinus van der Lubbe, in 1946 voor de Vlaamse nationalist August Borms.

Schrijver nam het op voor ter dood veroordeelden

‘Jongen met je hangend hoofd,
aan den beul vooruit beloofd’

Zo begon het gedicht ‘Aan Van der Lubbe’ dat Willem Elsschot in 1934 schreef naar aanleiding van het proces en de ter dood veroordeling van de Nederlander Marinus van der Lubbe, die in 1933 de Rijksdag in Berlijn in de brand had gestoken.

Van der Lubbe stak het gebouw volgens hem zelf alleen in de fik, maar tot op de dag van vandaag wordt er over getwist of er een complot van de communisten of nazi’s achter zat. Veel vertrouwen had Elsschot niet in het proces. Hij hoopte dan ook dat Van der Lubbe eens gewroken zou worden, zoals blijkt uit de laatste 4 regels.

‘Moog je geest in Leipzig spoken,
tot die gruwel wordt gewroken,
tot je beulen, groot en klein,
door den Rus vernietigd zijn.’

De motivatie voor het schrijven van het gedicht is te vinden in een brief aan zijn vriend, de Nederlandse criticus, dichter en journalist Jan Greshoff: ‘Die ongehoorde schanddaad mocht het verleden niet ingaan zonder dat een van ons daar het zijne over schreef, vind je niet?’

In 1949 verscheen in het satirische Vlaams-nationalistische weekblad ‘Rommelpot’ een gedicht van de hand van Elsschot over een politiek totaal andere (maar net zo omstreden) figuur: August Borms (1878-1946). Deze flamingastische politicus had het gepresteerd om zowel na de Eerste als de Tweede Wereldoorlog ter dood veroordeeld te worden. Hoe had hij dit gedaan?

In de Eerste Wereldoorlog hoorde hij bij een groep Vlaamse nationalisten die het geoorloofd vonden om met de hulp van de Duitse bezetter te ijveren voor het Vlaamse ideaal. Na afloop van de oorlog werd hij veroordeeld tot de dood, maar die straf werd omgezet in levenslang. In gevangenschap groeide hij uit tot hét symbool van het onderdrukte Vlaanderen. Na 10 jaar werd hij vrijgelaten.

Ook in de Tweede Wereldoorlog werkte Borms met de Duitsers samen voor wat hij zag als de Vlaamse zaak. De ‘ongekroonde koning van Vlaanderen’ riep zij landgenoten op om te vechten aan het Oostfront. Het werd hem weer niet in dank afgenomen. Hij werd ter dood veroordeeld en deze keer werd het vonnis wel uitgevoerd, op 12 april 1946. In het gedicht ‘Aan Borms’ nam Elsschot het voor hem op:

‘Ik heb u niet gekend, onbuigzame oude vriend,
maar dat gij onversaagd ons Vlaanderen hebt gediend,
dat weet ik niettemin, …’

Waarom schreef Elsschot dit gedicht? Hij wist dat Borms zeer omstreden was geweest en dat veel Belgen hem dit eerbetoon kwalijk namen. Bovendien waren er bladen die het gedicht niet wilde plaatsten. Pas 3 jaar nadat Elsschot het gedicht had geschreven, plaatste ‘Rommelpot’ het. In OVT van 18 januari 2004 een poging om dit raadsel op te lossen.

Joris Smeets

Bronnen:
Parelduiker 2001, 4/5 (geheel gewijd aan Willem Elsschot)
OVT (11 januari 2004, Radio 1, 10.03-12.00u): ‘Het Spoor terug: Leve Vlaanderen, Heil Hitler’ (over het leven van August Borms)