Main Content

Overeenkomsten en verschillen Irak een tweede Vietnam?

  • 19 mei 2004
Een Amerikaanse verslaggever in Vietnam
Zoom
Een Amerikaanse verslaggever in Vietnam

Dreigt voor de Amerikanen na een jaar van tegenslagen in Irak een tweede Vietnam? Het is nog wat vroeg voor overhaaste conclusies, maar er zijn zeker overeenkomsten.

Overeenkomsten en verschillen

Amerika zat zo’n 10 jaar in Vietnam met een grote legermacht en er sneuvelden een ongeveer 58.000 soldaten. Alleen op dat gebied is de huidige militaire activiteit in Irak onvergelijkbaar, namelijk aanmerkelijk korter en met veel kleinere militaire verliezen. Ook het motief om in te grijpen is totaal verschillend. In het midden jaren zestig ging het in Vietnam om de bestrijding van het communisme, in Irak werd daarentegen gezocht naar massavernietigingswapens en internationale terroristen.

Aan de andere kant is het begrijpelijk dat de Amerikanen terugdenken aan de mislukte oorlog in Vietnam, wanneer ze de hedendaagse situatie in Irak bekijken. Beide militaire campagnes werden verkocht als bevrijdingsoorlogen die de bevolking democratie zouden brengen. Een aanzienlijk deel van de Irakese en Vietnamese bevolking gaf echter te op gewelddadige wijze te kennen weinig behoefte aan de gedwongen Amerikaanse hervormingen te hebben.

Voor de Amerikaanse militairen is dat geen prettige positie. In de verwachting met gejuich te worden ontvangen, vliegen de miskende bevrijders in Vietnam en Irak de kogels en andere militaire projectielen om de oren. Een ander probleem is dat de militairen in een voor hen nogal exotische omgeving geen duidelijke vijand kunnen onderscheiden. Wie er actief verzet tegen hen plegen valt lastig te bepalen.

De frustratie over de onzichtbare vijand mondt dan ook in beide oorlogen uit tot excessen tegen de bevolking. In Vietnam werd de ‘search and destroy’ aanval op het gehucht My Lai berucht. Met helikopters aangevoerde Amerikaanse soldaten omsingelden op 16 maart 1968 My Lai, dreven de bewoners samen en schoten hen dood. Na afloop werden de huizen in de brand gestoken.

De actie werd eind 1969 bekend gemaakt in de pers en leidde tot grote verontwaardiging. De militairen die betrokken waren bij de aanval op My Lai kwamen voor de krijgsraad, maar er werd alleen maar een luitenant werd tot levenslang veroordeeld (die al in 1974 voorwaardelijk vrij werd gelaten).

In de Oscar winnende film ‘My Lai Veterans’ (1970), die bij Andere Tijden (18 mei 2004) was te zien, kijken vijf betrokkenen terug op de slachting. Wat filmmaker Joseph Strick wilde weten hoe je normale Amerikanen zover krijgt dat ze in monsters veranderen. De terloopsheid waarmee de veteranen in sobere interviews over hun belevenissen in My Lai vertellen is schokkend. Voor hen was het geen uitzonderlijke dag.

In Irak zijn het de foto’s van de mishandelingen en vernederingen van Irakezen in Amerikaanse gevangenissen die een enorme indruk op de publieke opinie maken. Dit soort beelden van willekeurig wandaden tegen de bevolking, die ook tijdens de Vietnam Oorlog gepubliceerd werden, tonen vooral de machteloosheid van de Amerikanen aan. Ze kunnen de situatie duidelijk niet onder controle krijgen.

Militair waren de Amerikanen in 1968 nog oppermachtig, psychologisch hadden ze de slag al voor een groot deel verloren. Toch gaven de schokkende beelden, verslagen van excessen en het morele failliet van de troepen niet de doorslag bij de beslissing om zich pas in 1975 uit het Vietnamese moeras terug te trekken. Volgens journalist Willibrord Nieuwenhuis, auteur van het boek ‘Vietnam de nooit verdwenen oorlog’ en te gast in OVT (16 mei 2004), waren het de steeds langer wordende lijsten met gesneuvelden die deze beslissing uiteindelijk forceerden.

Joris Smeets