Main Content

Twisten tussen arminianen en gomaristen Het ontstaan van de ‘christelijke natie’

  • 25 november 2004
Franciscus Gomarus
Zoom
Franciscus Gomarus

Tijdens het Twaalfjarige Bestand met aartsvijand Spanje in de Tachtigjarige Oorlog kreeg de ‘christelijke natie’ in Nederland vorm. Dat ging niet zonder een hevige interne strijd.

Twisten tussen arminianen en gomaristen

De Tachtigjarige Oorlog maakte van Nederland een natie. De Republiek zette zich militair en religieus af tegen de overheersing van het katholieke Spaanse Rijk. Ongeveer halverwege de Tachtigjarige Oorlog sloten de Republiek en Spanje het Twaalfjarige Bestand (1609-1621). Nadat de vijand tijdelijk was weggevallen, kreeg men de gelegenheid om de staat protestants in te richten.

De meningen bleken sterk verdeeld over hoe Nederland religieus vorm moest krijgen. Het conflict ging tussen de arminianen en de gomaristen, genoemd naar hun voormannen Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus. Ze werkten beiden aan de Universiteit van Leiden en waren sterk beïnvloed door het gedachtegoed van Joahnnes Calvijn. Hun interpretaties van het geloof botsten vooral op het punt van de predestinatie.

De verschillen in hun opinies zijn voor niet-calvinisten te subtiel om zich over op te winden. Het kwam er op neer dat de arminianen wat losser in de leer waren, terwijl de gomaristen vrij strikt waren. In de volksmond werden ze respectievelijk de ‘rekkelijken’ en de ‘preciezen’ genoemd.

In 1610 stelden de arminianen een zogenaamde remonstrantie op voor de Staten van Holland. Daarin hadden ze hun denkbeelden uiteen gezet. Daarop werd een theologisch debat georganiseerd, waarin de tegenstellingen tussen arminianen en gomerianen alleen maar verscherpt werden. De gomaristen dienden bovendien een contraremonstrantie in. Daardoor werden beide partijen vanaf dat moment de remonstranten en contraremonstranten genoemd.

Het arminiaanse denken was gedoemd ten onder te gaan. Aanhangers waren vooral te vinden in Holland, terwijl in de rest van de Republiek de gomaristen sterk in de meerderheid waren. De in 1613 door de Friese Willem Lodewijk stadhouder gestichte universiteit in Franeker werd bijvoorbeeld een contraremonstrants bolwerk.

De religieuze strijd verplaatste zich naar de politieke arena. Landsadvocaat Johan van Oldebarnevelt steunde de arminianen, stadhouder Maurits koos na enige tijd voor de gomaristen. De twee mannen waren het eerder oneens geweest over het sluiten van het bestand met Spanje. Oldebarnevelt was één van de initiatiefnemers, de militair Maurits was tegen.

De irritaties tussen de twee invloedrijke figuren werden op de spits gedreven toen Van Oldebarnevelt en zijn aanhangers in de Staten van Holland de ‘Scherpe Resolutie’ er in 1617 door wisten te krijgen. De maatregel behelsde dat er nooit een kerkelijke synode (kerkvergadering) zou worden gehouden. De arminianen zouden daarin namelijk kansloos zijn tegen de gomaristen.

Om dit soort besluiten te ondersteunen gaven de Staten van Holland zichzelf ook nog eens toestemming om eigen huursoldaten aan te werven. Dit betekende een aanval op de machtspositie van stadhouder en legerleider Maurits, die militaire invloed aan de provincies dreigde te verliezen. Het politieke steekspel leidde uiteindelijk tot de ondergang van Van Oldebarnevelt, die in 1619 werd onthoofd.

Op het religieuze strijdtoneel leden de arminianen rond die tijd ook een grote nederlaag. Tijdens de Synode van Dordrecht van 1618-19 werd het programma van de contraremonstranten omarmd. Overigens werd tijdens deze kerkvergadering ook de opdracht gegeven de bijbel in het Nederland te vertalen. Deze Statenvertaling werd in 1637 voltooid.

Ondanks hun verlies mochten de arminianen hun posities in de kerk gewoon behouden, mits ze hun standpunten maar voor zich hielden. Om hun functies te behouden moesten ze een verklaring tekenen dat ze hun arminiaanse standpunten voor zich zouden houden. De gomeristen waren zeer precies in de leer, maar ook weer niet zodanig dat de andersdenkenden helemaal geen ruimte meer gunden.

Nadat ze de arminianen eronder hadden gekregen, begonnen de gomaristen meteen ruzie met elkaar te maken. De belangwekkende vraag was of de predestinatie in werking was getreden voordat Eva in de noodlottige appel had gebeten of daarna.

Joris Smeets

Bronnen:
OVT (21-11-2004): ‘Godslastering in het strafrecht en Nederland als christelijke natie’
Han van der Horst ‘Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu’, p.198-204