Main Content

Lichtveld en Van Vollenhoven Nederlanders in de Spaanse burgeroorlog

  • 21 oktober 2004
Generaal Franco
Zoom
Generaal Franco

De Spaanse burgeroorlog (1936-1939) werd gezien als een strijd tegen ‘fascisten’ of ‘roden’. Hoe beleefden Nederlanders het begin van de burgeroorlog in Spanje?

Lichtveld en Van Vollenhoven

De Nederlanders die tijdens de burgeroorlog naar Spanje vertrokken waren vaak politiek gemotiveerd. Degenen die de Republiek steunden waren veelal afkomstig uit de linkerkant van het politieke spectrum, de aanhangers van de nationalisten van generaal Franco van de rechterkant. Waarom ze tegen een van beide strijdende partijen waren, konden ze meestal beter formuleren dan waarom ze voor de ene of andere partij gekozen hadden.

De Spaanse burgeroorlog zag er op het eerste gezicht dan ook vrij simpel uit voor een partijdige Nederlander. Voor de sympathisanten van de Republiek was het een duidelijke zaak. De opstandige militairen van Franco hadden een coup gepleegd tegen de in februari 1936 democratische gekozen regering. Deze nationalisten werden gesteund door fascisten, monarchisten, grootgrondbezitters, het leger en de katholieke kerk. Bovendien kwam er steun van fascistisch Italie en nazi-Duitsland, waardoor het voor de buitenwereld helemaal een antifascistische strijd werd.

Degenen die de nationalisten steunden zag het totaal anders. De militaire coup was bedoeld om het ‘rode gevaar’ dat Spanje bedreigde te bestrijden. Dat de Sovjet-Unie als enige land de republikeinen van serieuze militaire steun voorzag, bevestigde dit anticommunistische sentiment nog een stuk meer. Anderen legden meer de nadruk op de antireligieuze kant van de Republiek. In de eerste maanden van de burgeroorlog was de katholieke kerk inderdaad een van de voornaamste doelwitten van een deel van de republikeinen.

Minder helder was echter waarvoor er werd gevochten. Wilden de nationalisten een militaire dictatuur, een herstel van de monarchie of een fascistisch regime? Streefden de republikeinen naar een eenheidsstaat of kregen de Catalanen en Basken een eigen staat? Moest er een sociale revolutie komen in de Republiek of een gematigde burgerlijke democratie? Ook voor de Spanjaarden was het eenvoudiger en diplomatieker om zich meer op de tegenstander dan op de eigen partij te richten.

Twee Nederlanders met zeer verschillende politieke achtergronden die het begin van de burgeroorlog meemaakten waren Lou Lichtveld (pseudoniem van Albert Helman) en M.W.R. Van Vollenhoven. Lichtveld was een anarchosocialist, die van 1932 tot 1938 correspondent van onder andere de NRC en De Groene Amsterdammer in Spanje was. Zij sympathie lag bij de Republiek. De adellijke Van Vollenhoven was een diplomaat, die zich toevallig in Madrid bevond bij het uitbreken van de burgeroorlog. Hij koos voor de opstandelingen.

Lichtveld had zich nadat in 1931 de monarchie was afgeschaft en de Republiek was uitgeroepen in Spanje gevestigd. Die vreedzame overgang had hem hoop voor de toekomst van het land gegeven, maar na vijf jaren Republiek barstte de burgeroorlog half juli 1936 dus in alle hevigheid los. De tegenstanders van de linkse regering pleegden hun coup, aan de andere kant liet het proletariaat zich in die eerste dagen niet overrompelen, aldus Lichtveld.

Van Vollenhoven en zijn adellijke Spaanse vrouw hadden de pech om op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn. Madrid viel in handen van de republikeinen, die het tot het einde van de burgeroorlog zouden weten te behouden. Van Vollenhoven zag tot zijn afgrijzen hoe de ‘roden’ het voorzien hadden op zijn adellijke familie- en vriendenkring. Hij wist per trein en boot uit Spanje weg te komen.

Ook een groep van enige tientallen adellijke Spanjaarden ontkwam met moeite uit Madrid naar Nederland. Ze hadden ondergedoken gezeten in de Nederlandse ambassade, een veilige plaats, aangezien het Nederlands grondgebied was. Ze mochten uiteindelijk uit deze ongemakkelijke positie weg van de republikeinen, op voorwaarde dat ze zich tijdens de burgeroorlog niet meer in Spanje zouden vertonen.

In Nederland werden ze hartelijk ontvangen. Desondanks deden een aantal Spanjaarden pogingen om weer terug te keren naar hun land. Om te voorkomen dat dit zou gebeuren, besloten de Nederlandse autoriteiten een deel van het Spaanse gezelschap op Ameland te plaatsen. Daar bleven ze tot het einde van de burgeroorlog, vechtend tegen de verveling terwijl hun landgenoten tegen elkaar vochten.

Joris Smeets

Bronnen:

H. Hermans, Littekens in een gelooide stierenhuid. Nederlandstalige schrijvers over de Spaanse burgeroorlog 1936 - 1939 (Weesp 1986)

Andere tijden: Spaanse Vluchtelingen op Ameland (1937-39) (dinsdag 19 oktober 2004)

OVT: Spanje en de verwerking van de Spaanse burgeroorlog - Fragment OVT 17 oktober 2004 uur 1 (22 min.)