Main Content

Nu al een legendarische Surinamer en straks wellicht ook Grootste Nederlander Aller Tijden. Anton de Kom (1898-1945)

  • 1 september 2004
Anton de Kom maakte zijn denkbeelden onsterfelijk met het persoonlijke 'Wij slaven van Suriname’, een klaagschrift tegen de Nederlandse staat.
Zoom
Anton de Kom maakte zijn denkbeelden onsterfelijk met het persoonlijke 'Wij slaven van Suriname’, een klaagschrift tegen de Nederlandse staat.

Zette zijn leven op het spel als Surinaams revolutionair en antikoloniaal strijder voor mensenrechten. Hij stierf als verzetsman voor het land waarnaar hij werd verbannen.

Nu al een legendarische Surinamer en straks wellicht ook Grootste Nederlander Aller Tijden.

Voor weinig Nederlanders zal zijn naam bekend zijn, maar in Suriname staat Anton de Kom bekend als held en strijder voor Surinaams zelfrespect; iemand die in zijn strijd tegen onrecht altijd organisatie verkoos boven geweld. In ons land werd De Kom berucht door zijn antikoloniale houding, gecombineerd met communistische visioenen. Hij beschreef de ellendige situatie in zijn geboorteland vanuit Surinaamse ogen – een unicum in die tijd. Hiermee maakte De Kom van zichzelf een persoon waarin de geschiedenis van Nederland en Suriname samenkomen.

Het tragische leven van De Kom begon in een volkswijk van Paramaribo. Het lukte de zoon van een ex-slaaf wonderwel om gedegen onderwijs te krijgen en vervolgens een diploma in de boekhouding te behalen. Als 18-jarige ging hij aan de slag bij rubberproducent Balata, en kwam hij reeds in contact met de erbarmelijke arbeidsomstandigheden van de rubbertappers.

In 1920 nam De Kom ontslag, en vertrok als werkend passagier op de boot naar Nederland. Na een jaar dienst bij de huzaren in Den Haag (waar hij in het uitgaansleven ook als tapdanser naam maakte) en een baan als assistent boekhouder, werd De Kom vertegenwoordiger in koffie en tabak. In deze functie leerde hij zijn toekomstige vrouw Petronella Borsboom kennen. Daarnaast maakte hij in die tijd kennis met Indonesisch-nationalistische kringen, en begon hij materiaal te verzamelen over de koloniale geschiedenis van Suriname.

Langzaam maar zeker ontwikkelde De Kom zich richting de communistische beweging, onder meer door communistische opstellen te schrijven en lezingen te houden over de toestand in Suriname. Zijn vaderland bleef echter lonken, en in 1933 besloot De Kom terug te gaan naar Suriname en zijn gezin mee te nemen.

Het nieuws over zijn komst was hem echter al vooruitgesneld, zodat een enthousiaste menigte de inmiddels populaire revolutionair opwachtte. Niet alleen bewonderaars, maar ook de autoriteiten hielden hem sindsdien scherp in de gaten. De controle op De Kom werd zelfs zo scherp dat hij geen openbare toespraken meer mocht geven. Maar dit verbod kon zijn onvermoeibare verzet niet lamleggen. Op het erf van zijn vader begon De Kom een adviesbureau, waar hij luisterde naar de klachten van arbeiders en steevast opriep tot organisatie en solidariteit.

In de ogen van het Koloniaal Bestuur was De Kom intussen een gevaar geworden. Zozeer dat hij in 1933 werd gearresteerd wegens ‘communistische agitatie’, die hij vanuit zijn adviesbureau zou plegen. Duizenden aanhangers demonstreerden vervolgens voor zijn vrijlating, maar door ingrijpen van de politie liep de betoging uit op twee doden en 23 gewonden.

De overheid zat duidelijk in zijn maag met de lastige De Kom, en besloot hem naar Nederland te verbannen. Hoewel ook de Nederlandse autoriteiten niet om hem zaten te springen, wachtte De Kom in ons land echter een warm ontvangst van duizenden kameraden. Voor De Kom zelf was zijn terugkomst niet even makkelijk. Hij kon geen werk vinden en belandde in de steun. In 1934 werden echter weer alle ogen op hem gericht bij het ter perse gaan van zijn controversiële boek ‘Wij slaven van Suriname’, waarin De Kom opkwam voor het Surinaamse zelfrespect en de Nederlandse koloniale houding met de grond gelijk maakte.

'Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft’, schreef De Kom. ‘Daarom wil dit boek trachten het zelfrespect der Surinamers op te wekken en voorts de onjuistheid aantonen van de vredesbedoelingen der Hollanders ten tijde van de slavernij.’

Tijdens de Duitse bezetting werd ‘Wij slaven van Suriname’ onmiddellijk verboden. Maar ook dit kon zijn verzetslust niet afremmen. De Kom schreef voor de ondergrondse communistische pers, tot hij werd verraden en gearresteerd in augustus 1944. Via omzwervingen langs onder meer de strafgevangenis in Scheveningen, Vught en Oranienburg werd hij uiteindelijk gedeporteerd naar concentratiekamp Sandbostel. Daar overleed hij, vlak voor de bevrijding, aan zijn ontberingen. In 1960 werd zijn lichaam gevonden in een massagraf, waarna hij werd bijgezet op de erebegraafplaats Loenen.

Aschwin Tenfelde