Genomineerd voor Grootste Nederlander Aller Tijden Michiel de Ruyter (1607-1676)

- Zoom
- Michiel Adriaanszoon de Ruyter, door Ferdinand Bol (1667)
Nederlands grootste zeeheld stierf in de strijd op zee.
Genomineerd voor Grootste Nederlander Aller Tijden
Dat Michiel Andriaanszoon de Ruyter kanshebber is voor de titel Grootste Nederlander Aller Tijden is haast onvermijdelijk. Al eeuwenlang wordt de maritieme ijzervreter vereerd en zijn aanzien is in al die jaren geen grammetje afgebrokkeld.
De Ruyter werd in 1607 geboren in Vlissingen als zoon van een bierdrager. Al op jonge leeftijd werd duidelijk dat de baldadige en ongedurige De Ruyter niet gemaakt was voor een leven op de wal. Hij werd van school gestuurd en ging voor een mager loon aan de slag bij een touwslagerij. Na alweer een ontslag ging de elfjarige De Ruyter voor het eerst naar zee. Op slag veranderde hij van een lastige knaap in een vlijtige, gehoorzame bootsjongen.
In de jaren daarop werkte De Ruyter zich snel op tot matroos, hoogbootsmansmaat, Schout-bij-nacht en kapitein. In 1665, toen de Tweede Engelse Oorlog uitbrak, werd hij benoemd tot bevelhebber van de staatse vloot. Twee jaar later leidde De Ruyter de memorabele oorlogstocht naar het Engelse Chatham, een absoluut hoogtepunt in de Hollandse zeevaartgeschiedenis. De Ruyter en zijn gevolg trokken de Theems op richting Londen en brachten de Engelsen een zware slag toe.
Zijn glorieuze maritieme loopbaan bracht De Ruyter de hoogste roem, adellijke titels en uiteindelijk zijn dood. Na de Engelse oorlog werd De Ruyter in 1676 naar de Middellandse Zee gestuurd om de Spanjaarden bij te staan tegen de Fransen. Bij de slag ter hoogte van de Etna behaalde De Ruyter de overwinning, maar hij werd getroffen door een kanonskogel die zijn benen verbrijzelde. Enkele dagen later stierf de luitenant-admiraal-generaal aan de gevolgen van wondkoorts. Bijna een jaar later, op 18 maart 1677, werd het lichaam van de zeeheld begraven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.
De Ruyter wordt wel gezien als menselijk mengvat van alle goede karaktereigenschappen die een Nederlander zich maar kan wensen. Hij was trouw, moedig en onkreukbaar, streed niet voor persoonlijk gewin, maar altijd voor het hogere doel, leefde sober en was van eenvoudige komaf zonder zijn oorsprong te verloochenen.
Zo’n voorbeeldige persoonlijkheid, met zoveel canonieke karaktertrekken, kan dat nu allemaal wel waar zijn? Biograaf A. van der Moer had er een passend antwoord op: ‘Misschien zijn er weleens mensen geweest (…), zich kenmerkend door een drang tot verguizing van het vaderlands verleden (…), die de neiging hebben gehad ook de reputatie van admiraal De Ruyter onder handen te nemen. Maar niemand is er ooit in geslaagd zijn nagedachtenis te ontluisteren. Dat is eenvoudig onmogelijk’, aldus van der Moer in zijn boek ‘De Luitenant-Admirael-Generael’.
Ook andere landen zijn bekend met de heldendaden van De Ruyter. Zelfs in het door land omringde Hongarije kan de zeeheld op veel aanzien rekenen. De Ruyter verdient die eer doordat hij enkele weken voor zijn dood 26 Hongaarse predikanten wist te redden van een gruwelijk lot als galeislaaf op Spaanse schepen. Als eerbewijs legt de Hongaarse ambassadeur jaarlijks een krans bij het praalgraf van De Ruyter. Zelfs de Duitse bezetter keurde verering van De Ruyters heldendaden goed. Weliswaar niet om zijn strijd voor de Republiek, maar om zijn gevechten tegen de Engelsen.
Toch is enige kritiek op de handel en wandel van De Ruyter denkbaar. Zijn overwinningen in West-Afrika zorgden ervoor dat Nederland nog tot 1813 de slavenhandel kon blijven bespelen, met alle menselijke ellende van dien. Daarnaast zou De Ruyter soms een enigszins opvliegend karakter tonen. Deze en andere ‘minpuntjes’ worden echter volledig overschaduwd door De Ruyters onmiskenbare heldendaden.
Aschwin Tenfelde
Bronnen: De Luitenant-Admirael-Generael, A. van der Moer, Uitgeverij Van Wijnen, 2000.