Bouwt nog steeds aan een uitzonderlijke reputatie als architect, maar nu al genomineerd voor Grootste Nederlander Aller Tijden. Rem Koolhaas (1944)
Ook al is zijn ontwerpcarrière nog lang niet voorbij, nu al wordt architect Rem Koolkaas vereerd door vakbroeders, kunstenaars en architectuurliefhebbers. De KRO doet daar nog een schepje bovenop, door hem te nomineren voor Grootste Nederlander Aller Tijden.
Bouwt nog steeds aan een uitzonderlijke reputatie als architect, maar nu al genomineerd voor Grootste Nederlander Aller Tijden.
Koolhaas bouwt nu al decennialang aan een ongekende reputatie binnen de architectenwereld. Hoewel zijn gebouwen berucht werden om hun mankementen, mag Koolhaas zich een van de meest vooraanstaande architect van deze tijd noemen. Met zijn omstreden visies kiest hij ervoor bestaande bebouwing selectief te vellen en de knellende teugels van de nieuwbouw los te laten.
Eigenlijk was Koolhaas, zoon van schrijver Antoon Koolhaas, helemaal niet van plan om gebouwen te ontwerpen. Hij ging studeren aan de Amsterdamse Filmacademie, waarvan zijn vader directeur was. Ook in die tijd kwamen de niet-alledaagse ideeën van Koolhaas al naar boven. Zo werd hij lid van het recalcitrante filmcollectief ‘1, 2, 3 enz.’. De samenstelling daarvan veranderde nogal eens, maar belangrijke leden waren onder meer Jan de Bont, René Daalder en Frans Bromet. Een van hun opvattingen was dat filmen als teamwork benaderd moest worden. Iedereen die eraan meewerkte was even belangrijk, of het nu acteurs, regisseurs of producenten betrof. Koolhaas hield zich voornamelijk bezig met het schrijven van scenario’s, waaronder die voor ‘De blanke slavin’ uit 1969. Ook schreef hij naar verluid een ongebruikt scenario voor de excentrieke softpornofilmer Russ Meyer.
Na enkele jaren filmschool stapte Koolhaas plotseling over naar de architectuur. Hij begon een studie aan de Londense Architectural Association, die hij naar eigen zeggen kon betalen van het geld dat zijn scenario’s opleverden. Na een vervolgstudie in New York keerde Koolhaas terug naar Londen. Daar richtte hij in 1975 het architectenbureau Office for Metropolitan Architecture (OMA) op, maar verhuisde drie jaar later naar Rotterdam vanwege een aantal Nederlandse opdrachten. In de eerste jaren deed het bureau vaak mee aan belangrijke ontwerpwedstrijden, maar kon geen opdrachten binnenslepen. Koolhaas verwerd langzaam tot ‘papieren architect’, totdat in de jaren tachtig eindelijk de eerste opdrachten binnensijpelden.
Koolhaas brak internationaal door met de bouw van de Kunsthal in Rotterdam. Het inmiddels wereldberoemde gebouw toont echter ook gebreken die niet zo snel van een ontwerpgenie worden verwacht. Zo zijn op een groot aantal plaatsen ernstige tekortkomingen te vinden, zoals lekkages, een onvindbare hoofdingang en moeilijk begaanbare hellingbanen. De Kunsthal zelf is er laconiek onder, en organiseerde zelfs eens een rondleiding langs alle mankementen. Toch werd enige jaren geleden besloten tot de uitvoer van een 'correctief onderhoud', na enig tegenstribbelen van Koolhaas.
Andere ontwerpen waarmee Koolhaas zichzelf op de kaart zette zijn het Nederlands Danstheater in Den Haag, de Rotterdamse busterminal en de Nederlandse ambassade in Berlijn. Een van zijn nieuwste schepsels is het gebouw voor de Chinese staatstelevisie CCTV. Hoewel hij over de samenwerking met de Chinese autoriteiten enige kritiek kreeg, is de opdracht een kolfje naar zijn hand. Koolhaas lijkt zijn zich als een vis in het water te voelen in de immense Aziatische bouwprojecten, die uiterst onspecifiek en onsamenhangend overkomen – zonder al te veel ontzag voor de oude architectuur.
Tussen het ontwerpen door richtte Koolhaas de denktank AMO op, die onderzoek doet naar maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast beschikt Koolhaas over een schrijfgrage pen, waarmee hij enkele monumentale architectuurboeken schreef, zoals ‘Delerious New York’, het immense boekwerk ‘S,M,L,XL’ en de ‘Harvard Design School Guide to Shopping’. Koolhaas’ bibliografie toont zijn gedachte aan dat de moderne architectuur niet alleen om ontwerpen vraagt. Erover schrijven, praten en denken heeft inmiddels ook een grote betekenis gekregen. Dat veel collega’s de visie van Koolhaas steunen bleek nog eens in 2000, toen de bouwmeester hun uitzonderlijke hulde in ontvangst nam met het winnen van de Pritzker Prize, een soort Nobelprijs onder de architecten.
Aschwin Tenfelde
Bronnen:
Een sublieme fantast die niets normaal doet, NRC Handelsblad, 26 februari 2004.
Is Rem Koolhaas een Humanist?, De Eindhovense School, 17 augustus 2004.