3 juli 1946 – 7 augustus 1948 Dr. L.J.M. (Louis) Beel

  • 9 december 2005
Zoom

De onderkoning van Nederland. De Sfinx van Wassenaar. De Nederlandse politiek is in de eerste 25 jaar na de oorlog eenvoudigweg niet denkbaar zonder de naam van Dr.L.J.M Beel.

3 juli 1946 – 7 augustus 1948

Eigenlijk heette hij Louis, maar niemand die hem zo noemde. Het was kortweg Beel. Bij iedere kabinetsformatie. Als vice-voorzitter van de Raad van State. Als vertrouweling van Soestdijk, onder andere bij het oplossen van de Greet Hofmankwestie.

Bij welke staatsrechtelijke kwestie of delicate onderneming ook, Beel was alom aanwezig. Immer zwijgend als het diepste graf. Gewoonlijk werd dat aan zijn vele vertrouwelijke functies toegeschreven, ten onrechte. Ook als minister-president, een ambt dat Beel tussen de bedrijven door twee maal uitoefende, van 1946 tot 1948 en als interim in 1959, blonk hij uit door zwijgzaamheid.

In die tijd kon je nog ver komen in de politiek zonder je om je publieke optreden of je charisma te bekommeren, zo je die al had. De politieke macht zou nog tientallen jaren daar blijven liggen waar ze voor de oorlog ook al lag: bij de leiders van de grote politieke stromingen. Vanuit de kamerbankjes stuurden zij hun partij, hun zuil, hun dagblad en hun premier aan. Politiek bedrijven liet Beel dus over aan de oppermachtige KVP-leider Romme. Regeren deed hij liever zelf, in alle rust.

De eerste veertig jaar in het leven van ambtenaar Beel is er niets, maar dan ook niets dat wijst op een carrière in het landsbelang. Dat verandert op slag als in 1942 in Eindhoven, waar Beel plaatsvervangend gemeentesecretaris is, een NSB-burgemeester wordt benoemd. Beel neemt onmiddellijk ontslag. Een onder ambtenaren dermate ongebruikelijke stap, dat Wilhelmina hem in 1944 als Groot Vaderlander meteen aan het werk zet in het oorlogskabinet-Gebrandy.

Vervolgens wordt hij minister voor Binnenlandse Zaken onder Schermerhorn. Daarvoor zal hij aan de aartsbisschop van Utrecht eerst toestemming gaan vragen. En dan, nadat zijn partij in 1946 de verkiezingen heeft gewonnen, wordt hij de eerste na-oorlogse premier namens de Katholieke Volkspartij.

Net als zijn voorganger Schermerhorn is Beel geen beroepspoliticus, maar hij zou dat spoedig worden. En anders dan Schermerhorn, was hij zijn tijd in het geheel niet vooruit. Beel, hardliner inzake Indonesië, paste méér dan zijn voorganger in de algehele sfeer van Indië verloren rampspoed geboren. Verder leek de tijd zich vooral bij hém aan te passen. Hij zette de toon voor wat lange tijd de overheersende leiderscultuur zou worden: degelijk, sober, nooit boven het maaiveld uit maar ondertussen de handen uit de mouwen. Een gesloten kaste van bestuurders. Het zou tot ’t Lieverdje in de jaren zestig duren eer deze regentenmentaliteit ter discussie werd gesteld.

Naast de (eerste) politionele actie en de bijzondere rechtspleging bracht hij een onafzienbare stroom noodwetgeving op gang. Ieder onderdeel ervan zou de basis worden van de grote wederopbouw.

Minister van Sociale Zaken Drees bracht onder Beel de Noodwet Ouderdomsvoorziening tot stand en zou spoedig het gezicht van Nederland worden. Alles tot in de puntjes voorbereid door wegbereider Beel. Het herrijzen kon beginnen.

Rudi Boon