Main Content

4 november 1982 – 22 augustus 1994 Drs. R. F. M. (Ruud) Lubbers

  • 9 december 2005
Zoom

Wie het in de Nederlandse coalitieverhoudingen twaalf jaar onafgebroken weet uit de houden als minister-president, moet wel uit heel bijzonder hout gesneden zijn. Welk hout zou dat moeten zijn geweest in het bijzondere geval van Ruud Lubbers? Vierduizend driehonderd en negen dagen was hij de vaste bewoner van Torentje en Catshuis, het grootste deel van de jaren tachtig. Een tijdperk in de politiek dat al even moeilijk catalogiseerbaar is als de man die er het gezicht van was.

4 november 1982 – 22 augustus 1994

Het zijn de jaren waarin afscheid genomen wordt van bevlogenheid maar toch niet helemaal. De economie staat er slecht voor. Aarzelend breekt het inzicht door dat bezuinigen nog te eufemistisch klinkt, saneren komt meer in de buurt. Maar lang niet iedereen wil meegaan met een al te neoliberale koers. In het bijzonder niet binnen het CDA, waar de spanningen tussen de bloedgroepen zich onder meer ontladen langs vragen rond de economische koers.
Het wordt zoeken naar een nieuw evenwicht tussen wat economisch noodzakelijk en sociaal wenselijk is. Zoeken naar nieuwe evenwichten levert in de Nederlandse politiek meestal een bonte stoet van tussenpauzen op, en kabinetten van onduidelijke snit. Dit keer niet.
Wanneer politici als Lubbers niet bestonden, dan hadden ze begin jaren tachtig moeten worden uitgevonden. Een man die, zo moet je welhaast zeggen in de context van die postideologische tijd, het geluk heeft zonder grootse visies en vergezichten door het leven te gaan. En die over aanvullende eigenschappen beschikt om uit te groeien tot misschien wel de grootste, zeker meest behendige compromissensluiter van alle naoorlogse premiers.
Lubbers is een ondernemerszoon uit Krimpen aan de IJssel. De verhoudingen tussen de protestantse meerderheid en de katholieke minderheid waartoe hij behoort, staan in zijn jeugd onafgebroken op scherp. De langsfietsende pastoor werd er nog “van de dijk gelazerd”, zoals hij onlangs in een interview zei. Dat hij later zal worden uitgeroepen tot “peetoom van het poldermodel” -er kandideren overigens ook anderen voor dat predikaat- moet iets met die afkomst te maken hebben. Hij ontwikkelt zich in ieder geval tot een bijzonder praktisch katholiek, die later als fractieleider van het CDA uit de bijbel voorleest “als uit een kookboek”. Het karakteristiek voor zijn kabinetten: No Nonsense.
Briljant student, al op zijn 24ste directeur van het familiebedrijf, op zijn 34ste minister van Economische Zaken die zich naast en onder de econoom uit Buitenveldert prima staande weet te houden. Dossiervreter, als premier beheerst hij ze beter dan de vakministers die ervoor aangenomen zijn. Bemoeial, ideeënlawine, oplossingenkanon, onbegrensde energie. Kent geen rust, geen ontspanning, hockeyt alleen maar om te winnen, wil altijd winnen. Overwint een hele reeks affaires, onder meer in verband met het familiebedrijf.
Er is wel geschreven dat de combinatie van compromiszucht en politieke dominantie het geheim van zijn succes is geweest. Meestal gebruikt een dominante politieke leider zijn gezag om een doel te bereiken. Lubbers benut zijn niet geringe machtspositie vooral om compromissen voor elkaar te krijgen.
“Woordacrobaat”, “menselijke mistbank”, “slangenmens”, “baal wol”, “ spaghettikoning”, het is maar een greep uit de vele bijnamen die Lubbers al doende mocht ontvangen. Toenmalig CDA-fractieleider Eelco Brinkman zei het eens zo: “Hij is de personificatie van het compromis. Zo van: als we de helft nemen, gedeeld door drie en daarvan de wortel trekken, dan zijn we eruit”.
Dat gaat heel lang goed. Maar dan net dat ene foutje. Hij laat vlak voor de verkiezingen van 1994 kroonprins Eelco Brinkman vallen. Publiekelijk. Dolkstoot! Gevolg: na tweemaal een overwinningszege verliest het CDA twintig zetels.
Lubbers krijgt daarvan meer de schuld dan Brinkman. Terecht of ten onrechte. Hoe dan ook een brug te ver.
Een hardnekkig bijverschijnsel in het leven van Ruud Lubbers.

Rudi Boon