Halve eeuw NOS-journaal
Na vijftig jaar is het NOS-journaal nog steeds het best bekeken journaal op de Nederlandse televisie. Leidend in nieuwsberichtgeving, toonaangevend, kritisch, soms confronterend, en meestal betrouwbaar. Hoe heeft het journaal, dat in de laatste jaren zoveel concurrentie heeft moeten verduren van omroepen als SBS en RTL, en met de opkomst van het internet als nieuwsbron, deze leidende positie kunnen handhaven?
Volgens onderzoeker Huub Wijfjes heeft dat te maken met de voortdurende aanpassing aan de technologische en journalistieke omstandigheden van een bepaalde tijd. In de jaren vijftig had het NOS-journaal een filmisch en registrerend karakter. Het borduurde haast letterlijk voort op de Polygoonbioscoop-journaals, inclusief voice-over en ‘spontane’ televisie over lichte human interest onderwerpen.
Voor het harde nieuws was het journaal afhankelijk van wat de autoriteiten hen voorschotelden. Buitenlandse berichtgeving werd kant-en-klaar aangeleverd door de buitenlandse persbureaus. In de jaren zestig verloor het journaal weliswaar het filmische karakter, maar de registrerende functie bleef in tact. Boven alles moest het journaal het nieuws presenteren dat autoriteiten brachten en maakten.
In de jaren zeventig werd het NOS-journaal meegetrokken in de journalistieke ontwikkelingen die overal in West-Europa in zwang waren geraakt. De journalistiek zou niet langer in dienst hoeven te staan van de overheid. Journalisten mochten voortaan een autonome en kritische rol spelen in het maatschappelijke en politieke debat.
Remmend op de journalistieke ontwikkeling van het NOS-journaal was de strenge taakverdeling tussen het journaal en de actualiteitenrubrieken van de omroepen. Het journaal presenteerde de feiten, de omroepen plaatsten die in een context en voorzagen ze van commentaar. Pas in de jaren zeventig ging het journaal deze functie ook op zich nemen.
Algemeen, ook door de omroepen, werd toen aanvaard dat het journaal wel wat ‘meer journalistiek’ mocht zijn en enige toelichting op het nieuws mocht verzorgen. Wijfjes noemt dat ‘de persstijl’. Hoofdrolspelers in het nieuws werden kritisch ondervraagd, redacties breidden zich enorm uit, ook internationaal. Om het met een mooi woord te zeggen: de journalist werd ‘duidend’. In deze nieuwe persstijl werd het nieuws pluriform aangeboden, door interpreterende journalisten, kritische presentatoren en correspondenten overal ter wereld.
In de jaren negentig, krijgt het NOS-journaal concurrentie van de commerciëlen. Zij richtten zich op de specifieke eigenschappen van het medium televisie en legden de nadruk op spontane (live)-uitzendingen, persoonlijkheden en uiterlijkheden. Hierdoor werd de NOS gedwongen om met een reactie te komen. Dit werd nog versterkt door de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. De NOS stelde zich voortaan ten doel om ‘de staat met de straat’ te verbinden. Emotionele en persoonlijk verhalen werden verbonden met die van autoriteiten. Op deze manier werd het journaal ook ‘echte’ televisie.
(Bron: H. Wijfjes: ‘De journalistiek van het journaal. Vijftig jaar televisienieuws in Nederland’)
