Historicus top 20 van het 'Historisch Nieuwsblad' Loe de Jong historicus van het jaar 2005

- Zoom
- Loe de Jong
Wie deden ertoe als geschiedenisman of –vrouw in 2005? Wie was niet van de televisie weg te branden? Wie schreef het meest spraakmakende boek? Ook dit jaar heeft het ‘Historisch Nieuwsblad’ in samenspraak met deskundigen en journalisten een top-20 van historici samengesteld.
Historicus top 20 van het 'Historisch Nieuwsblad'
Historicus Loe de Jong, die 15 maart 2005 overleed, staat postuum op nummer 1. Zijn werk ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ had een enorme impact. De Jong werd bewonderd en soms zelfs aanbeden. Zijn benoeming kan gezien worden als een afscheidsgroet aan de grootste Nederlandse historicus van de twintigste eeuw.
Vlak na zijn dood verscheen ‘Brieven aan Loe de Jong’ van Bas Kromhout. Hieruit blijkt de enorme impact van De Jongs grote geschiedwerk. Prominente Nederlanders als Willem Drees en Simon Carmiggelt toonden eerbied en bewondering. Ook onthulde dit boek dat De Jong zich door niemand onder druk liet zetten, ook niet door de regering. Premier van Agt, die een passage wilde schrappen over een buitenechtelijk kind van prins Hendrik, delfde het onderspit.
Geert Mak, historicus van het jaar 2004 is van zijn plaats gestoten door Loe de Jong, en gezakt naar nummer 2. Over gebrek aan aandacht hoeft deze populaire historicus niet te klagen. In 2005 plaatste hij zich ondermeer in het middelpunt van de belangstelling met zijn pamfletten ‘Gedoemd tot kwetsbaarheid’en ‘Nagelaten flessenpost’, waarin hij zich keerde tegen de in zijn ogen hysterische gemoedstoestand die Nederland kenmerkte na de moord op Van Gogh.
Nieuwkomers in de top 20 van 2005 zijn Frits van Oostrom op de 15e plaats en Cees Fasseur op de 19e plaats. Frits van Oostrum is voorzitter van de commissie die een canon van de Nederlandse cultuur en geschiedenis moet maken. Een project waarover de nummer 3 van de lijst, Maarten van Rossum overigens de opmerking maakte: ‘Het zou wel erg onrechtvaardig zijn als de inburgerende immigrant van alles over Thorbecke moet weten, terwijl de autochtonen geen idee hebben wie Thorbecke was.’ Cees Fasseur is terug van weggeweest. Hij kwam dit jaar in het nieuws omdat hij als eerste en enige historicus alle papieren over de Greet Hofmans-affaire mag raadplegen.
Ook verdwenen er een aantal historici uit de top 20 van 2005. Jan Peter Balkenende stond vorig jaar nog op de zestiende plaats en Bart Jan Spruyt van de Edmund Burke Stichting op nummer 11. Als historicus hebben zij zich kennelijk niet voldoende kunnen profileren in 2005.
Renate Ammerlaan
Bron: Persbericht Historisch Nieuwsblad, december 2005