Main Content

45.000 banen gingen verloren Mijnsluiting in 1965

  • 16 december 2005
Zoom

In 1965, precies 40 jaar geleden, kondigde minister van Economische Zaken Joop den Uyl de sluiting van de mijnen aan. Dat was ook het einde voor de speciale vakscholen, waar Limburgse jongens werden opgeleid voor een ondergronds leven.

45.000 banen gingen verloren

Voor de buitenwereld kwam het misschien als donderslag bij heldere hemel, maar de directies van de Nederlandse mijnen wisten al lang dat het mis zou gaan. De staatsmijnen draaiden in 1964 al een paar jaar verlies. De concurrentie van gas, olie en goedkope buitenlandse kolen werd steeds groter. De Nederlandse mijnen behoorden weliswaar tot de modernste en veiligste ter wereld, maar de kolen lagen diep onder de grond en het kostte alleen al een hoop geld om ze naar boven te krijgen.

De sluiting van de mijn betekende ook het einde van de mijnwerkersopleiding: de Ondergrondse Vakschool (OVS). De opleiding – voor jongens van 14 tot 17 jaar – bestond uit halve dagen leren, halve dagen werken. Bij de school hoorde een leermijn, waarin de leerlingen alvast kennis konden maken met het echte vak onder de grond. Bovengronds kregen ze onder andere les in mijnbouwkunde, bankwerken, lezen, rekenen, godsdienst. Maar ze kregen ook heel andere vakken, zoals spoorzoeken, knopen leggen, koken en heel veel sport.

Na de sluiting van de mijnen kwamen overheid, vakbonden en Staatsmijnen tot een heel pakket verzachtende maatregelen. Oudere mijnwerkers mochten vervroegd met pensioen, jongeren kregen vervangend werk aangeboden, staatsdiensten verhuisden naar het zuiden en nieuwe industrieën kregen aantrekkelijke premies om zich te vestigen in Limburg. Van de 45.000 mijnwerkers is niemand gedwongen werkloos geworden.

Renate Ammerlaan

Bron: Andere Tijden, 13 december 2005