Main Content

24 juli 1963 – 14 april 1965 Mr. V. G. M. (Vic) Marijnen

  • 9 december 2005
Zoom

Wanneer er van een politicus altijd weer wordt gezegd dat hij zo 'aimabel' was, is er reden je af te vragen of er ooit iets anders het vermelden waard is geweest. Dat is een beetje het probleem met premier Vic Marijnen. In alle archieven in Nederland is hij niet anders dan in het allerdunste mapje terug te vinden. De kans om als beste premier sinds WO II uit de bus te komen, is dan ook niet groot. Maar zelfs om tot de slechtste te worden uitgeroepen lijkt het aan voldoende gegevens te ontbreken.

24 juli 1963 – 14 april 1965

Ten onrechte. Soms schuilt iemands betekenis in één enkel wapenfeit. Als dat wapenfeit tot gevolg heeft dat niets minder dan de monarchie van de ondergang wordt gered, misschien zelfs een nieuwe golf van godsdiensttwisten wordt bezworen, dan kunnen we toch waarlijk niet van een mislukt premierschap spreken. Bij Marijnen was dat: de kwestie Irene.

Een koningskwestie is per definitie Chefsache. Vele premiers voor en na hem hebben met de monarchie geworsteld. Het patroon komt steeds weer op hetzelfde neer. De premier mag zich nog zo omringd weten door gehaaide politici – in het kabinet-Marijnen zaten minstens twee toekomstige premiers -, uiteindelijk staat hij er ten Paleize helemaal alleen voor.

We schrijven 1963 en prinses Irene heeft zich verloofd met de Spaanse prins Carel Hugo van Bourbon-Parma. Voor hem heeft ze zich door kardinaal Alfrink laten omdopen tot katholiek. Hoewel Marijnen premier is namens de Katholieke Volkspartij, is hij hier niet blij mee. Zó lang is het immers niet geleden dat het Hof van de Greet Hofman-affaire werd gered. Nieuwe spanningen op Soestdijk zijn verre van welkom.

En spanningen zouden er komen in dit land van nog altijd smeulende tegenstellingen tussen roomsen en protestanten. De Tweede Kamer zou immers dit huwelijk van de tweede troonsopvolger in lijn wettelijk moeten goedkeuren. Nu trof het in het bijzonder dat Marijnen over eigenschappen beschikte die eigenlijk voor een politicus al van een voorbije tijd waren.

Zeker, Marijnen was geen man die tot de verbeelding sprak. Hij kwam stug en onzeker over. Hij verkocht zijn zaken slecht. Vijanden had hij niet, bewonderaars evenmin. Maar binnenskamers lag dat anders. Als minister van landbouw – zijn specialisme - had hij in de Brusselse marathononderhandelingen laten zien dingen voor elkaar te kunnen krijgen. Binnenskamers functioneerde hij beter, overtuigde, dwong met kennis van zaken respect af.

Dat in die vroege jaren zestig onder een dergelijke manier van politiek bedrijven het vloerkleed langzaam werd weggetrokken, zou met name zijn opvolger Cals nog merken. Maar nu was deze verpersoonlijking van het naar binnen gerichte harmoniemodel de juiste man op de juiste plaats. Hij wist met veel tact Irene tot afstand van haar troonaanspraken te bewegen, en aldus de crisis te bezweren. Als beloning mocht hij, als altijd licht blozend naar de camera’s, op Koninginnedag het defilé helpen afnemen op de trappen van Soestdijk. Van welke minister-president, voor of na hem, kan dát worden gezegd?

Zijn plotselinge populariteit is van korte duur. Voor de kust vaart in die dagen het luidruchtige schip Veronica en het kabinet struikelt over de vraag hoe ons verzuilde omroepbestel met commercie moet omgaan. Verrassend modern!

Nederland is definitief opgekrabbeld. De welvaart groeit, en daarmee het aantal financiële eisen aan de overheid, wat zich vertaalt in spanningen binnen het kabinet. Nu is het nog het omroepbestel, in komende kabinetten zal de schatkist centraal staan! Het moderne Nederland staat in de steigers.

Een beetje roemloos gaat Marijnen ten onder. Als zijn kabinet gevallen is weigert hij de Kamer openheid van zaken te geven, bang als hij is om eventuele lijmpogingen te frustreren.
Met die weigering heeft Vic Marijnen toch nog parlementaire geschiedenis geschreven.

Rudi Boon