Wat moet men weten van het verleden? Discussie canon vaderlandse geschiedenis
In OVT (6-2-05) woedde een discussie over het nut en de mogelijke inhoud van een canon vaderlandse geschiedenis. Ook anderen bogen zich over deze vraag.
Wat moet men weten van het verleden?
Geschiedenis heeft de wind mee, zo lijkt het. In 2004 werden de verkiezing van de ‘grootste Nederlander aller tijden’ en de Week van de Geschiedenis georganiseerd. In maart 2005 zal de boekenweek in het teken van geschiedenis staan.
Aan de andere kant is er al jaren de discussie over de slechte staat van het geschiedenisonderwijs. Men vindt dat leerlingen te weinig parate kennis hebben, het ontbreekt ze aan voldoende gemeenschappelijk kennis. Verder weten ze te weinig van Nederlandse geschiedenis.
Het probleem beperkte zich niet tot scholen. Want ook leden van het parlement bleken in december 1996 niet zo sterk te zijn in vaderlandse geschiedenis. Het Historische Nieuwsblad liet leden van de Tweede Kamer een Proefwerk Geschiedenis maken. Het gemiddelde resultaat was een ruime onvoldoende.
Dus wat zou de Nederlander eigenlijk moeten weten van het verleden? Een inhoudelijk antwoord op deze vraag kwam van de hoogleraren Jan Bank en Piet de Rooy. Op 30 oktober 2004 verscheen in NRC Handelsblad hun versie van de ‘canon van het Nederlandse verleden.’
Het is een overzicht dat loopt van de ‘Tijd van jagers en boeren’ tot de ‘Tijd van televisie en computer.’ De Nederlandse geschiedenis is ingedeeld in tien van dergelijke thema’s en wordt bevolkt door historische onderwerpen als Bataven, Karel de Grote, de Hanze, de Tachtigjarige Oorlog, de VOC, Rembrandt, J.R. Thorbecke, de schoolstrijd, Anne Frank, de euro en Pim Fortuyn.
Drie criteria speelden een rol. Hoe heeft het huidige Nederland zich gevormd? Welk politiek-bestuurlijke systeem was in dit gebeid overheersend? Welke ontwikkelingen hebben de Nederlandse samenleving sterk beïnvloed? Verder stellen Bank en De Rooy dat een canon niet onveranderlijk mag zijn, ‘een canon mag en kan niet worden gecanoniseerd.’
De opzet van de canon van Bank en De Rooy bleef niet onbestreden. Er was bijvoorbeeld de kritiek dat een dergelijke canon te veel in de achterhaalde traditie staat van het stimuleren van de vaderlandslievendheid. Ook zou het teveel op Nederland gericht zijn, te weinig op de internationale context en lijden onder nationalistische blikvernauwing. De discussie gaat door.
Bronnen:
Canon: wat men weten moet van vaderlandse geschiedenis: deel 1 en 2. Fragment OVT 6 februari 2005 uur 1 (19,5 min.) Gasten: Maria Grever, Jan Drentje en Jos Palm
NRC Handelsblad 30 oktober 2004: ‘Wat iedereen moet weten van vaderlandse geschiedenis. Een canon van het Nederlands verleden’ door Jan Bank en Piet de Rooy
