Main Content

OVT: negen historici uit de 20ste eeuw Historica Johanna Naber en het feminisme

  • 11 juli 2005
Maria Grever 'Strijd tegen de stilte: Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis'
Zoom
Maria Grever 'Strijd tegen de stilte: Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis'

Feministe Johanna Naber verklaarde in 1923 dat het feminisme zijn doel had bereikt, nadat in 1919 het vrouwenkiesrecht en in 1922 de staatkundige gelijkstelling van de vrouw aan de man waren ingevoerd.

OVT: negen historici uit de 20ste eeuw

Afzonderlijke vrouwenorganisaties waren volgens Naber niet meer nodig. De belangen van de vrouw waren de belangen van de maatschappij geworden. De strijd, die zij vanaf het einde van de 19de eeuw voor vrouwenemancipatie had gestreden, was voltooid.

Johanna Naber (1859-1941) was in haar jeugd veel ziek. Een lichamelijke handicap zorgde ervoor dat ze moeilijk liep en nogal klein bleef. Ze kwam uit een protestants intellectueel milieu, haar vader was hoogleraar klassieke talen en oudheid.

Naber trouwde nooit en bleef bij haar ouders wonen. Ze had de een diploma van de Hogere Burgerschool (HBS), maar mocht niet studeren. Aan de andere kant werd ze intellectueel gestimuleerd door haar ouders, die haar ook aanspoorden zich te verdiepen in de ‘vrouwenkwestie’.

Pas na haar vijfendertigste werd Naber serieus actief in de vrouwenbeweging. Ze was vanaf 1896 betrokken bij de organisatie van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag werd gehouden.

Ze werd redactrice en belangrijkste verslaggeefster van het tentoonstellingsblad ‘Vrouwenarbeid.’ Voor haar werk en enthousiasme kreeg de zeer Oranjegezinde Naber een door koningin Wilhelmina uitgeloofde gouden medaille.

Daarna volgden vele functies in besturen en vrouwenverenigingen. Ze lobbyde verder in 1910 met succes tegen een populair wetvoorstel van minister Th. Heemskerk, dat ontslag van vrouwelijke werknemers bij het huwelijk voorzag.

Met het vrouwenkiesrecht en de staatkundige gelijkstelling van de vrouw aan de man leek de overwinning binnen te zijn. Maar de economische crisis van de jaren dertig en de hoge werkloosheid gooiden roet in het eten. In 1937 stelde minister C.P.M. Romme namelijk voor om gehuwde vrouwen te verbieden betaalde arbeid te verrichten.

Nog één maal beklom de hoogbejaarde Naber de barricades met de brochure ‘Wat dunkt u van den modernen jongen man?’ (1938). Ze besefte dat de eerste feministische golf, waar zij deel van uitmaakte, niet voldoende was geweest.

Joris Smeets

Bronnen:
Johanna Wilhelmina Antoinette Naber (BWSA)
OVT (10 juli 2005, uur 1): 'Goede heren, slechte tijden. Negen historici en hun eeuw' Deel 2: Johanna Naber