Main Content

De wereldreis van vliegdekschip ‘Karel Doorman’ in 1960

  • 4 november 2005
Zoom

Tijdens WO II bedenkt de regering dat Nederland rijp is voor een vliegdekschip. Eerst leent Nederland na de oorlog van de Engelse marine een verbouwd schip. Een paar jaar later, in mei 1948, neemt de Nederlandse regering de ‘Venerable’ over. Het krijgt de naam ‘Karel Doorman’.

Het schip is imposant. Onder het dek zit alles wat een klein dorp nodig heeft: een schoenmaker, een wasserij, een kapper, een bakker. De ‘Karel Doorman’ kan ongeveer 1.500 man huisvesten.

Aan boord is de hiërarchie groot. Zo heeft elke rang zijn eigen verblijf. De matrozen komen bijvoorbeeld niet in de Longroom waar de officieren zitten.

De ‘Karel Doorman’ wordt ook gebruikt. Na de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië in 1949 houdt Nederland vast aan het eiland Nieuw-Guinea. De spanning loopt op. De verdediging van Nieuw-Guinea moet op peil gebracht worden. De ‘Karel Doorman’ moet wat vliegtuigen brengen.

Aan de reis mag niet veel ruchtbaarheid gegeven worden. Daarom heet de reis officieel een vlagvertoonreis. Een reis langs bevriende haven, gezamenlijke oefeningen met bondgenoten.

En tegelijk worden dan een paar vliegtuigen in Biak afgezet. De ‘Karel Doorman’ wordt vergezeld door de jagers Limburg en Groningen, aangevuld met de gecharterde tanker Mijdrecht. Samen vormen ze het vlootverband Smaldeel 5.

De heenreis loopt via Las Palmas, om de Kaap, Australië naar Nieuw-Guinea. Op 31 mei 1960 verlaat de Karel Doorman de haven van Rotterdam. In Nieuw-Guinea wacht een grote ontvangst.

De politieke spanningen zijn intussen hoog opgelopen. Soekarno verbreekt op 17 augustus de diplomatieke betrekkingen met Nederland.

Na Nieuw-Guinea zou de ‘Karel Doorman’ Japan aan doen. De Japanse vakbonden verklaren zich echter solidair met Indonesië. Japan zegt daarom het bezoek af. De vloot keert terug naar Nieuw-Guinea.

Een nieuwe terugreis moet worden uitgestippeld. Afgesproken wordt om via Nieuw-Caledonië, Australië, Nieuw-Zeeland, Chili en Brazilië terug te reizen. Op deze manier moet de reis ‘gered’ worden. Zo gezegd, zo gedaan.

Of de reis een succes was, daarover zijn de meningen verdeeld. Militair gezien wel. De marine heeft materiaal en personeel kunnen beproeven op een lange reis, lange tijd van huis in uiteenlopende omstandigheden.

Diplomatiek gezien is de reis mislukt, zo menen velen. Er is geen goodwill gekweekt bij de bondgenoten, de militaire versterking van Nieuw-Guinea is mislukt en het afschrikken van Indonesië is ook niet gelukt.

Renate Ammerlaan

Bron:
Andere tijden, 1 november 2005