Kerncentrales in Petten, Dodewaard en Borssele Nederland voortrekker bij ontwikkeling kernenergie

- Zoom
- Juliana kijkt in de reactor
In 1955 begon het huidige Energieonderzoek Centrum Nederland zijn bestaan als Reactor Centrum Nederland. Dit centrum hield zich bezig met de ontwikkeling van ‘atoomenergie’ in Nederland, later beter ‘kernenergie’ genoemd.
Kerncentrales in Petten, Dodewaard en Borssele
Het onderzoek is geïnspireerd op de beroemd geworden redevoering “Atoms for Peace” die de president van de Verenigde Staten Dwight Eisenhower op 8 december 1953 hield voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De verwachtingen van vreedzaam toegepaste kernenergie waren hoog gespannen.
Energie (nog vooral uit steenkool) was duur, stoffig, smerig, omslachtig en gevaarlijk. In atoomenergie ligt de belofte van grote hoeveelheden goedkope en schone energie, waarmee de behoeften van generaties gedekt kunnen worden.
Nederland had vóór de Tweede Wereldoorlog al een voorraad natuurlijk uranium (verborgen voor de Duitse bezetters in de Leidse universiteit) en dat komt nu goed van pas. Met kernenergie wil de regering de energievoorziening veilig stellen (het aardgasveld bij Slochteren zou pas in 1957 ontdekt worden!) en de industrie wil nieuwe producten ontwikkelen.
Een tijd lang is er intensieve samenwerking met de Noorse onderzoeksreactor in Kjeller. Dan besluit Nederland om een eigen reactor te bouwen. Deze Hoge Flux Reactor (HFR) komt te staan in Petten (Noord-Holland), vér van bevolkingscentra en in de nabijheid van koelwater. RCN, na enkele jaren mede onder de krachtige leiding van Jaap Goedkoop, is de organisatie die de Hoge Flux Reactor in bedrijf stelt en exploiteert.
Tegelijkertijd heeft RCN, voor 100% gefinancierd door de toenmalige Ministeries van Economische Zaken en Onderwijs en Wetenschappen, vele andere taken bij de ontwikkeling van kernenergie.
Binnen korte tijd komt het zwaartepunt van de Nederlandse kernenergieontwikkeling bij RCN te liggen. Petten dient vooral als opleidings- en ontwikkelingsinstituut voor een 'volwaardige' Nederlandse kernindustrie.
In 1964 begon men met de bouw van de centrale in Dodewaard. De officiële inwerkingstelling van de 50 MW kerncentrale in Dodewaard op 26 maart 1969 door koningin Juliana was ook meteen het eerste incident van die centrale.
Met het terugtrekken van de regelstaven uit de kern veroorzaakte de koningin een te snelle toename van de kernsplijting. Het hoofd van de centrale greep in en de reactor werd stilgelegd. Vanaf 1978 werd de centrale ook nog eens het speerpunt van het verzet tegen kernenergie in Nederland (de 'Dodewaard-Gaat-Dicht' Beweging).
In 1996 besloot de eigenaar verrassend de centrale stil te leggen onder verwijzing naar het gebrek aan draagvlak in Nederland voor kernenergie. Op 26 maart 1997 was het zover, hetgeen echter niet wil zeggen dat daarmee alle problemen waren opgelost.
Er is besloten dat over 40 jaar de gehele centrale afgebroken moet zijn: eerst moet de brandstof eruit en dan gaan de meest radioactief besmette gebouwen voor enkele decennia 'op slot', waarna afbraak volgt.
De veel grotere reactor in het Zeeuwse Borssele (450 MW) ging in 1973 in bedrijf. Het had de eerste reactor moeten worden die voor een groot gedeelte door de Nederlandse industrie zou worden gebouwd, maar de opdracht werd gegeven aan het Duitse KWU. De centrale is nu de enige die nog in bedrijf is.
Maar hoe lang is nog de vraag. Na veiligheidsinspectie van de IAEA in 1986 na het ongeluk in Tsjernobyl, bleek er heel wat aan te merken op de veiligheid van de centrale. Vervolgens wordt er een plan opgesteld tot aanpassing ('modificatie') aan de laatste veiligheidseisen.
Omdat die echter zo duur is (meer dan fl. 400 miljoen), wil men een langere bedrijfsduur dan de geplande 31-12-2003 om de investeringen terug te verdienen. In het huidige regeeraccoord is opgenomen dat Borssele in 2013 zal sluiten. In de politiek is inmiddels een debat op gang gekomen om de centrale ook na 2013 open te houden.
Bron:
J.A.C. Lagaaij en G.P.J. Verbong, Kerntechniek in Nederland, 1945-1974,
(’s-Gravenhage / Eindhoven, 1998)